Een extra laag in de mu-koan in de vertaling door David Hinton

Cat:

Uit het boek China root, bladzijden 53-55.

De mu-koan gaat meestal zo : Een monnik vroeg meester Josho : heeft een hond boedanatuur ? Meester Josho antwoordde : mu.

Mu is Japans voor niets, leeg, leegte. Josho zei waarschijnlijk geen mu maar wu, want hij sprak Chinees. Maar goed, mu en wu betekenen hetzelfde.

Hinton vertaalt de koan zo :

A monk asked master Visitation-Land : “A dog too has Buddha-nature, no ? “
“No/Absence,” Visitation-Land replied.

Het mooie aan deze vertaling is dat zowel de vraag als het antwoord ‘niet’ bevatten. Het wordt nog leuker als je in absence ook beweging stopt : absencing. Dat werkwoord bestaat niet in het Engels, maar dat hoeft je er niet van te weerhouden om het toch te maken.  Absencing is werkende leegte, de leegte die presence voortbrengt, de vormen, de tienduizend dingen.

En zou het no in de vraag niet net zo goed no/absence/absencing kunnen zijn ? David Hinton merkt al op dat in de vraag de beide elementen absence en presence zitten. Presence zit in de hond, een vorm, één van de tienduizend dingen die ontstaat uit absencing, de werkende leegte.

En dit nu niet alleen opvatten als een woordspelletje maar ook als mislukte, maar bitter ernstige beschrijving van de echte wereld.