Auteur: JanRoel

  • Het geluk van de wolf, Paolo Cognetti

    Mooi boek, fijne sfeer. Berglandschap met mensen. Zoals altijd bij Paolo Cognetti.

  • Energietransitie

    Waarom hebben we het altijd over energietransitie en nooit over het verminderen van energieverbruik ?

  • Mijn meningen zijn feiten

    In de boekwinkel zag ik een boek van Thierry Baudet met de intrigerende titel Mijn meningen zijn feiten. Het is een feit dat meningen feiten zijn ( maar pas nadat de mening geuit is ). Alleen heb ik andere feiten dan Thierry Baudet. Met zo’n titel komen we niet veel verder.

    Sommige feiten zijn meer feit en minder mening dan andere. Je kunt wel vinden dat de derde wet van Newton slechts een mening is, maar een auto die 50 km/u rijdt komt toch wel hard aan als je ervoor gaat staan. Rekening houden met sommige meningen verlengt je levensduur. Ook eens iets anders eten dan een Big Mac Menu werkt goed. Niet roken vergroot de kans op een langere levensduur. En op dementie. Omdat je niet vroeg genoeg doodgaat om geen dementie te krijgen.

    De klimaatwetenschap van vandaag levert de beste, meest waarschijnlijk ware mening die we als gezamenlijke mensheid kunnen bedenken. Daar doen de feiten van Baudet niets aan af.

  • De donkere kant van de meritocratie

    De tirannie van verdienste door Michal Sander

    Dit onderwerp is niet nieuw. Al jaren belichten schrijvers en sprekers dat rijkdom en welvaart niet alleen het gevolg zijn van eigen prestaties. Er is steeds aandacht geweest voor groepen die niet ‘mee omhoog’ komen. Sandel brengt wel de andere kant heel duidelijk in beeld : wie niet meekomt deugt niet. Het gaat om deze tegenstellingen, die we tegelijk op mensen plakken :

    winnaar – verliezer
    deugdzaam – zondig
    rijk – arm
    gezond – ziek
    gezegend – gestraft
    machtig – machteloos

    Sandel verbindt deze tegenstellingen met de sociaal-economische verliezers, die in de Verenigde Staten van Amerika Donald Trump aan de macht brachten. Zijn pathetische ‘ze behandelen me niet eerlijk’ sloeg aan, omdat dit het gevoel van zijn kiezers was.

    De keerzijde van de meritocratie heeft volgens Sandel het populisme voortgebracht, de weerzin tegen de elite, of, zo je wilt, het partijkartel van het Forum, tegen de overheid, die de machtige, internationale bedrijven ondanks tientallen jaren leugenachtigheid, alle ruimte laat : de tabaksindustrie, de farmaceutische industrie, de auto-industrie, de luchtvaartsector en nu weer de hoogovens. En de overheid die zijn eigen burgers onmenselijk behandelt : de aardbevingsschade in Groningen, de toeslagenaffaire.

    Het waren juist de Democraten, in Amerka, en de sociaal-democraten in Europa, de traditionele voorvechters van de gelijke kansen, vooral via het onderwijs, die de gedachte van de eigen verdienste en de ideologie van ‘je maatschappelijke waardering hangt af van je inzet’ de afgelopen twintig tot veertig jaar hebben omarmd en op de spits gedreven, zonder dat zij beseften dat ze daarmee ook de keerzijde van de eigen schuld voor het falen op de schouders laadden van juist hùn kiezers.

    De ideologie van de meritocratie wordt namelijk niet alleen onderschreven door de winnaars, maar ook door de verliezers. De verliezers torsen daarmee het besef van falen op hun schouders. Dat zij de ideologie onderschrijven verklaart ook hun afkeer van positieve discriminatie. Dat is tenslotte het voortrekken van mensen op basis van kenmerken waar ze niets voor gedaan hebben.

    Dit is natuurlijk een veel te korte samenvatting. Er staat wel meer in het boek ( hoewel het ook veel steeds weer herhaalt ). Lezen dus !

  • Boedisme : lijden is ongemak

    Bij de preek voorafgaand aan de meditatie gisteravond kwam ‘het lijden’ ter sprake, dat zo’n centrale rol speelt in het Boedisme. Volgens Rob Eckhardt is dat ‘lijden’ een veel te zware vertaling van het Sanskriet woord ‘dukha’ of ‘dukkha’. Onze cultuur is van het Christendom doordrongen en dan ligt het gebruik van ‘lijden’ voor de hand. Rob zocht naar een woord en ik opperde ‘ongemak’. Ook niet fijn, maar wel lichter dan ‘lijden’. Lijden is een longontsteking, ongemak een kriebelhoest. Lijden is een depressie, ongemak is verveling. Het is ergernis, haast, in de verkeerde rij voor de kassa staan, afgesneden worden door een fietser, je leidinggevende met een kutbui of je collega met een lulverhaal. Je natgeregende spijkerbroek.

  • Hoog in de bergen werkt Virginie

    Met de kabelbaan naar de Sambuy ( Haute Savoie, onder Annecy ) ging ik omhoog, in de hoop vanaf de berg, die ik kon zien van voor mijn tent, beneden in het dal mijn tent te kunnen zien staan. De kabelrit was heerlijk. Hij suisde. Bij de palen ratelden de wielen zacht, daarna stilte. Kouvlagen. Beneden stak de zon, boven was het 11 graden. Ik koos niet het pad omhoog, naar de weide met het verste uitzicht, maar een pad dat een beetje omlaag leek te leiden of tenminste horizontaal, naar het Chalet de la Bouchasse. Het pad was smal en liet al gauw het kabelbaanstation en de gedruis van mensen en dieselmotoren achter zich. Voor de ongetrainde vlakkelandloper die ik was – ben – was het inspannend, in mijn stevige bergschoenen. De Fransen lopen gewoon op sportschoenen.

    Ik heb mijn tent gezien. Het is fijn om als je omhoog kijkt te weten hoe het daar is.

    Het chalet is een geitenboerderij. Virginie Gros is de boerin. Ze stond kaas te verkopen toen ik aan kwam lopen. Ik dacht dat ze de dochter van de boer was. Op het gras bij de verkoopbalie, een plank op een deur, lagen twee varkens te zonnen.

    Alpage de la Bouchasse, Faverges-Sythenex, Haute Savoie

    In de zomer, van juni tot half oktober, grazen de geiten op de alp. Virginie melkt ze en maakt de kaas. Volgens het bord op de boerderij is het dagritme : 5.30 uur op, 6.00 uur melken, 8.00 vertrek van de geiten, verzorging andere dieren, 08.30 kaasmakerij, 13.00 verkoop, kazen omdraaien, planken schoonmaken, ander onderhoudswerk, 17.00 tot 19.00 geiten binnenhalen van de alp ( ze komen niet zelf, ze moet ze opzoeken en ophalen ), 19.00 uur melken, 20.30 uur kaas vormen en zouten, 21.30 rust. Wat een dag. En dat elke dag opnieuw. Met zo’n dag heb je geen zenmeditatie nodig.

    De dag dat ik er was scheen de zon heerlijk, maar vaak hing er ’s ochtends een wolk rond de berg. Het is er dan mistig, vochtig en koud. De boerderij is met de auto te bereiken, maar alleen over een grindpad van één auto breed, dat bij de boerderij langs een helling loopt van 50%. Op een nacht lag ik buiten in mijn slaapzak en zag ik boven tegen de bergwand een lichtbundel die zich langzaam verplaatste.

    De kaas ziet er prachtig uit, als een schilderij. Ik heb nog nooit geelschimmelkaas gezien en gegeten. Ik vroeg me af of je die schimmel wel kòn eten. Ja, dus, ik leef nog. De smaak was even goed als de kaas mooi is.

    De tomme van Chalet de la Bouchasse. De gele kleur van de schimmel is weggevallen.
  • Het lekkere van Frankrijk

    Eén van de heerlijkheden van Frankrijk is de tarte au citron merenguée ( of à la meringue ). Gewoon langs de snelweg. Of in de supermarkt.

  • Drinkbare rivieren door Li An Phoa

    In de boekwinkel viel mijn oog op dit boek. Ik heb Li An een aantal jaar geld gedoneerd, de documentaires over haar werk gezien, maar ik was verrast over het boek. Het eerste deel was fijn om te lezen, daarna werden de onderwerpen zoals de Pacific Crest Trail en de wandeltocht langs de hele lengte van de Maas in heel kort bestek beschreven, terwijl er dikkere boeken zijn over alleen de PCT ( zoals het iconische Wild van Cherryl Strayed ) en over de Maaswandeling een de driedelige documentaire is gemaakt. Vooral over de Maaswandeling biedt een boek andere mogelijkheden om het verhaal te vertellen dan een documentaire. Misschien komt dat boek er nog eens.

  • De allermooiste knoop

    De allermooiste knoop die ik ken is een knoop die ik tentlijnknoop of schuifknoop noem. Het is een lus aan het eind van een lijn die je kunt schuiven en die houdt op de plek waar je hem loslaat. Vannacht sliep ik in de tuin, onder een muggennet. Ik was laat met opzetten en moest drie lijnen van de knopen voorzien. Dat deed ik op gevoel. Het ging moeizamer dan mèt kijken, maar het is handig om de knoop ook uit het hoofd te kunnen maken.

    Hij gaat zo :

    1. Neem het eind van de lijn in je rechterhand ( ik ben rechts ). Het werkend eind is dan rechts, het staande eind is dan natuurlijk links.
    2. Maak naar links een lus van iets van vier vingers plus tien tot vijftien centimeter.
    3. Leid het werkend eind op vier vingers van de bocht van de lus over het staande eind.
    4. Wikkel het werkend eind twee keer door de lus heen. Je rolt het als het ware binnen de lus over het staande eind heen.
    5. De wikkels moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen, dus zo ver mogelijk naar links. Als er ruimte is, schuif ze dan aan en zorg dat ze aansluiten om het staande eind.
    6. Dan maak je een derde wikkel, dit keer over de hele lus heen, de lus van stap 2. Deze derde wikkel komt ook zo links als maar kan. De lus van stap 2 wordt gevormd door twee lijndelen, dus moet de derde wikkel over die twee lijndelen heen. MAAR …
    7. Zorg dat je onderaan deze derde wikkel ruimte overhoudt om een nieuwe lus, die je nu aan het maken bent, in te steken.
    8. Dus, samenvatting : je slaat een nieuwe, derde wikkel om de hele lus van stap 2.
    9. Het werkend eindje sla je nu dubbel. Het wordt dus een lusje. Dat lusje steek je door die ruimte die je onderaan de derde wikkel hebt overgelaten.
    10. Schuif alle wikkels binnen de grote lus van stap 2 zo ver mogelijk naar links.
    11. Trek de knoop strak met de bovenste lijn van die grote lus.

    Je kunt de knoop nu schuiven over het ‘staande eind’ door hem bij de knoop vast te houden. Je maakt de lus dan groter of kleiner. Als je kracht zet op de beide uiteinden van de lijn trekt de knoop zich vast op de plek waar hij is.

    Gewoon een flink aantal keer oefenen, op een wc, met het licht uit, bijvoorbeeld.

    In het boek Bushcraft steken René en Beke Olbers een takje door de losserlus, de lus die je in stap 9 hebt gemaakt en waarmee je de knoop kunt lostrekken. Het takje is een extra zekerheid. Koop dat boek, trouwens ! Het is een encyclopedie voor buiten.

    Ik ben benieuwd of deze handleiding in woorden tot het goede resultaat leidt. Een plaatje is makkelijker. Dat maak ik nog een keer.

  • Mediteren is dwaas

    Uit de column van Henk van Straten in de Happinez, het zal die van augustus dit jaar zijn ( ik lees echt alles, zelfs dat blad ).

    Zenleraar Gudo Wafu Nishijima liep de zendo binnen, waar zijn leerlingen al oefenden.

    “Wat idioot om dit te doen”, zei hij.

    Hij ging op zijn kussen zitten mediteren.

    Henk van Straten gebruikt wat meer woorden, maar dit is het wel.