Tag: Economie

  • De markt bestaat niet

    De mensen van het belastingvoordeel voor de rijken ( zie Belastingvoordeel voor rijken bereikt armen niet ) vinden vaak dat de markt de beste manier is om alles te regelen wat met geld, productie en handel te maken heeft. De markt bestaat alleen niet. Er zijn massa’s regels, die we, de samenleving, niet kwijt willen omdat dit, bijvoorbeeld, ons leven zou bedreigen.

    1. Regels tegen gif in eten. Dat je geen afgewerkte olie door olijfolie mag mengen.
    2. Regels tegen producten. Dat tabak je ziek maakt. Verdovende middelen en alcohol zijn ook voorbeelden. Dat auto’s veilig moeten zijn ( als ze nieuw zijn en als ze ouder worden ).
    3. Regels tegen vervuiling. Dat je afval niet overal mag lozen of dumpen, zoals gif dat het drinkwater vervuilt.
    4. Regels tegen kinderarbeid. Dat kinderen van onder de tien jaar bijvoorbeeld geen twaalf uur per dag mogen werken.
    5. Regels tegen onveiligheid. Dat je arbeiders zo moet beschermen dat ze niet in een bak gesmolten ijzer kunnen vallen omdat er geen railing omheen staat.
    6. Regels tegen speculatie met voeding. Dat niet een paar rijken al het graan kunnen kopen om het tegen woekerprijzen te verkopen. Hetzelfde met woonruimte, water en energie.

    Al die regels hinderen productie. Ze kosten de producent dus geld. Dus is de markt niet vrij.

    Bovendien willen producenten ook graag zekerheid. Ze zijn ook mensen. Hoeveel rechtszaken er niet zijn gevoerd omdat een winkelier een concurrent niet in de buurt wil hebben.

  • Belastingvoordeel voor rijken bereikt armen niet

    De Britse politiek heeft een oud idee van stal gehaald : belastingvoordeel voor de rijken komt na een tijdje de armen ten goede. Dat werkt niet en dat is heel makkelijk te bedenken. Een miljonair die elk jaar € 100.000 meer krijgt, wat doet die ermee ? 100 armen die elk jaar € 1.000 meer krijgen, wat doen die ermee ?

    De miljonair koopt een extra auto van € 600.000. Ze leent € 500.000. De volgende vijf jaar moet ze met haar belastingvoordeel de lening aflossen. Wat sijpelt door naar de armen ? Dit levert één keer meer vraag op, één dure auto.

    Of ze koopt elk jaar een auto van een ton. Eén heel dure of vijf gewoon dure auto’s levert misschien iets meer werk op, voor de werkers die toch al een baan hebben. De winst is voor de fabriekseigenaars en de aandeelhouders.Als veel miljonairs veel auto’s bestellen moeten er wat mensen bij. De vraag is hoeveel armen dat zijn. Voor de echte armen is een baan in een autofabriek een droom.

    De 100 armen geven hun € 1.000 uit aan voeding en wat je meer nodig hebt om in leven te blijven. Dit levert jaar op jaar meer geld op ten gunste van de werkers van allerlei winkels en fabrieken en hun eigenaars. Ook hier verdienen de eigenaars van de winkels en de fabrieken aan de belastingverlaging. Je ziet ook dat hier veel meer doorsijpelt en elk jaar opnieuw.

    Henry Ford, van het automerk, bedacht dit al aan het begin van de vorige eeuw. Mijn auto’s moeten zo goedkoop zijn dat mijn arbeiders ze kunnen kopen en het loon van mijn arbeiders moet zo hoog zijn, dat ze mijn auto’s kunnen kopen.

    Belastingvoordeel voor de rijken zorgt juist voor verarming van het land. Onderzoek heeft dat steeds weer laten zien.

    De Britse politiek wil dit niet weten. Ik bedoel niet ‘de Britse politiek weet dit niet’, het is zo algemeen bekend dat het onwil is om de onzin van hun idee onder ogen te zien. Het is ideologie. Ideologie die zich niet stoort aan kennis en voorstellingsvermogen.

    16 oktober 2022

    Onder druk van weldenkende mensen heeft de Britse politiek het belastingplan geschrapt.

  • De donkere kant van de meritocratie

    De tirannie van verdienste door Michal Sander

    Dit onderwerp is niet nieuw. Al jaren belichten schrijvers en sprekers dat rijkdom en welvaart niet alleen het gevolg zijn van eigen prestaties. Er is steeds aandacht geweest voor groepen die niet ‘mee omhoog’ komen. Sandel brengt wel de andere kant heel duidelijk in beeld : wie niet meekomt deugt niet. Het gaat om deze tegenstellingen, die we tegelijk op mensen plakken :

    winnaar – verliezer
    deugdzaam – zondig
    rijk – arm
    gezond – ziek
    gezegend – gestraft
    machtig – machteloos

    Sandel verbindt deze tegenstellingen met de sociaal-economische verliezers, die in de Verenigde Staten van Amerika Donald Trump aan de macht brachten. Zijn pathetische ‘ze behandelen me niet eerlijk’ sloeg aan, omdat dit het gevoel van zijn kiezers was.

    De keerzijde van de meritocratie heeft volgens Sandel het populisme voortgebracht, de weerzin tegen de elite, of, zo je wilt, het partijkartel van het Forum, tegen de overheid, die de machtige, internationale bedrijven ondanks tientallen jaren leugenachtigheid, alle ruimte laat : de tabaksindustrie, de farmaceutische industrie, de auto-industrie, de luchtvaartsector en nu weer de hoogovens. En de overheid die zijn eigen burgers onmenselijk behandelt : de aardbevingsschade in Groningen, de toeslagenaffaire.

    Het waren juist de Democraten, in Amerka, en de sociaal-democraten in Europa, de traditionele voorvechters van de gelijke kansen, vooral via het onderwijs, die de gedachte van de eigen verdienste en de ideologie van ‘je maatschappelijke waardering hangt af van je inzet’ de afgelopen twintig tot veertig jaar hebben omarmd en op de spits gedreven, zonder dat zij beseften dat ze daarmee ook de keerzijde van de eigen schuld voor het falen op de schouders laadden van juist hùn kiezers.

    De ideologie van de meritocratie wordt namelijk niet alleen onderschreven door de winnaars, maar ook door de verliezers. De verliezers torsen daarmee het besef van falen op hun schouders. Dat zij de ideologie onderschrijven verklaart ook hun afkeer van positieve discriminatie. Dat is tenslotte het voortrekken van mensen op basis van kenmerken waar ze niets voor gedaan hebben.

    Dit is natuurlijk een veel te korte samenvatting. Er staat wel meer in het boek ( hoewel het ook veel steeds weer herhaalt ). Lezen dus !