De mensen van het belastingvoordeel voor de rijken ( zie Belastingvoordeel voor rijken bereikt armen niet ) vinden vaak dat de markt de beste manier is om alles te regelen wat met geld, productie en handel te maken heeft. De markt bestaat alleen niet. Er zijn massa’s regels, die we, de samenleving, niet kwijt willen omdat dit, bijvoorbeeld, ons leven zou bedreigen.
- Regels tegen gif in eten. Dat je geen afgewerkte olie door olijfolie mag mengen.
- Regels tegen producten. Dat tabak je ziek maakt. Verdovende middelen en alcohol zijn ook voorbeelden. Dat auto’s veilig moeten zijn ( als ze nieuw zijn en als ze ouder worden ).
- Regels tegen vervuiling. Dat je afval niet overal mag lozen of dumpen, zoals gif dat het drinkwater vervuilt.
- Regels tegen kinderarbeid. Dat kinderen van onder de tien jaar bijvoorbeeld geen twaalf uur per dag mogen werken.
- Regels tegen onveiligheid. Dat je arbeiders zo moet beschermen dat ze niet in een bak gesmolten ijzer kunnen vallen omdat er geen railing omheen staat.
- Regels tegen speculatie met voeding. Dat niet een paar rijken al het graan kunnen kopen om het tegen woekerprijzen te verkopen. Hetzelfde met woonruimte, water en energie.
Al die regels hinderen productie. Ze kosten de producent dus geld. Dus is de markt niet vrij.
Bovendien willen producenten ook graag zekerheid. Ze zijn ook mensen. Hoeveel rechtszaken er niet zijn gevoerd omdat een winkelier een concurrent niet in de buurt wil hebben.