Mediteren is stil zitten. Er zijn allerlei oefeningen die je kunt doen terwijl je stil zit, zoals tien uitademingen tellen en dan weer bij één beginnen of alleen je adem tellen of denken aan een onlogische stelling, maar bij de meeste meditaties zit je stil – er zijn ook loopmeditaties, bijvoorbeeld. Dat stil zitten is onzin. Iedereen die gemediteerd heeft weet dat het lichaam steeds in beweging is. Je bekken kantelt en je zakt onderuit, je armen gaan naar voren hangen of je trekt ze op, je hoofd zakt naar voren, je gaat hangen op je rugspieren, nog maar afgezien van de pijnlijke spierkrampen doordat je steeds in eenzelfde houding moet blijven. Je bent dus steeds bezig jezelf te corrigeren. Flankspieren aanspannen, zitbotten in je kussen duwen, hoofd balanceren, schouders laten hangen, maar niet te veel naar voren, kaken ontspannen … Voldoende om de stelling aannemelijk te maken dat mediteren lichamelijke oefening is. Mediteren is een werkwoord. Dat merk je.
En wel eens gemerkt hoe je adem verandert als je je bekken iets kantelt ?