De eerste keer kamperen, eigenlijk maar een dag, verdeeld over twee dagen. In februari zijn maar weinig campings open. Eén daarvan is Landgoed Mariahoeve in Papenvoort, tussen Rolde en Borger, in Drente,
De camping ligt aan een provinciale weg waar best wat auto’s over rijden, ook omdat het een weg is naar en van een nog drukkere autoweg.
De ontvangst was allerhartelijkst. De camping is rommelig en alternatieverig. Dat spreekt me aan. Ik kan me voorstellen dat de camping in de zomer voor kinderen geweldig is.
Ik kon achterin het bos een plek zoeken, helemaal alleen, onder hoge bomen. Helaas waaide het hard en de nog wat lage temperatuur maakte de wind extra koud. Het geluid van de wind in de bomen is op de één of andere manier vermoeiend.

De camping heeft een meer, een pingoruïne. Daar kan je wel in, natuurlijk heb ik dat geprobeerd, maar je zakt tot je knieën in de drab. Niet fijn. Wel fijn is het meer in het bos in de buurt van de camping, vijf kilometer lopen. Het water is tropisch blauw. Jammer genoeg is het ook druk. Ik was op een koude zondag, maar met zon, om tien of elf uur bij het meer, in het gezelschap van fietsers op de ATB-baan, wandelaars op de oever en een hardloopkudde oude mensen, achtervolgd door een luid zoemende drone – waarom eindeloze beelden maken van de achterkant van sukkelende oude hardlopers ? Ik wilde zwemmen en dat heb ik gedaan, naakt ook, het water is al gauw erg diep dus het ongemak duurde maar kort, maar toch te veel mensen.

Het bos bij Borger is eigenlijk lelijk. Er ligt een padennet in dat lijkt op een stad in de USA, regelmatige vierkanten, netjes genummerd op een pittoreske, maar blinkend wit geverfde zwerfsteen. Het is kennelijk productiebos. Wel met mooi, felgroen, mos, blakend van gezondheid.
De slotsom : leuk, bij gebrek aan beter.












