
Net zo magisch als gisteren en minder koud. Magischer nog. Ik poedelde wat rond en wilde weer naar de wal toen ik op vijftien, twintig meter iets zag bewegen. Het kwam naar mij toe en zwaaide onduidelijk. ‘Lepelaar’ bedacht ik. Het wàs een lepelaar. Hij stapte ritmisch op mij toe. Ik bleef roerloos, alleen het hoofd boven water. Toen werd het wel steeds kouder. Pas op vier meter kreeg de vogel argwaan en staakte hij het zeven om te kijken. Ik, koud, probeerde rustig om hem heen naar de wal te komen, maar hij vloog toch op.