
27 oktober 2013 – België. Nu we op vakantie zijn geweest in de Verenigde Staten, waar de Nederlandse afstanden lachertjes zijn, wilde ik eens ervaren hoe het is om voor één run een Amerikaanse afstand te doen. En dan ben je zomaar in België.
Het aanrijden was matig. De Belgische wegen hielden zich goed, op een enkele kuil in de snelweg na, maar bij het terrein zelf was geen parkeergelegenheid en de website verwees naar de naburige dorpen en de kusttram. Langs de hele Belgische kust loopt een tram. Belgen zijn vast een stuk zelfredzamer dan Nederlanders, want ik vond het maar lastig dat je na vijf uur rijden niet naar een parking geleid werd. Hoe de Belgen trouwens hun kust verknoeid hebben met dat aaneengesloten front van flats van zeven verdiepingen. De plaats van de run past daar prima bij : de legerplaats Kwartier Kamp, kaal en desolaat en net niet vervallen. Er stond een stevige wind.
Belangrijk voor de Belgische runs is het beschilderen van het gezicht. De verfstand had een centrale plaats in de inschrijfloods.
De startprocedure was anders dan die van de Nederlandse mudruns waar ik aan heb meegedaan. We moesten met 250 mensen in startkooien, een kwartier voor vertrek, aangegeven met startnummers en kleuren, maar in de praktijk kon ik er geen regelmaati in ontdekken. In de wind werd het een koud kwartier. Voordeel van de smalle kooien is dat de groep al vanaf het begin langgerekt is, wat opstoppingen voorkomt.
Ik heb dubbele gevoelens over de run. De tweede hindernis, zandzakken dragen, ging niet door omdat de zandzakken niet op tijd teruggereden konden worden. De derde hindernis was een huisje met een stroboscoop, een leuk experiment met je waarneming, ik kon me net nog oriënteren en rechtop houden, maar er kon maar één persoon per keer langzaamaan doorheen, zodat voor de deur een opstopping ontstond. De belachelijkste hindernis was een duinhelling met schuim. Het enige hinderlijke daaraan was dat je gedwongen werd tot wandelen omdat je niet kon zien waar je je voeten plaatste. Leuk was weer wel te merken hoezeer het schuim isoleerde. Ik kreeg warme benen.
Dan dat hele stuk over het strand, een kilometer of twee drie. Op zichzelf een goede hindernis, het was mega afzien, maar de zee was niet in het parcours betrokken. Een gemiste kans. Ik heb nog gedacht dat het vanwege de datum was dat de organisatie wilde dat je niet koud zou worden van nattigheid, maar meteen aan het begin werd je al natgespoten, dus dat kan het niet geweest zijn. Terwijl het zo simpel is : boei in het water, reddingsbrigade ernaast, klaar.
Er was wel een hindernis in het strand opgetrokken van twee diepe sleuven gevolgd door een berg van het uitgegraven zand. In één daarvan stond wat water, in de andere niet, maar in de loop van de run liep de kuil vol zand en werd de berg lager. Bovendien kon je er gemakkelijk langsheen. En hij stond na vijfonderd meter. Waarom niet op regelmatige afstanden nog zo’n hindernis ?

Aan de andere kant
… waren een aantal tophindernissen opgebouwd, vooral leuk omdat ze lang waren. Zoals de army drill een afwisseling van tijgeren, opdrukken, klimmen, onder camouflagenetten een lange helling op, twee andere tijgerplekken, niets zo zwaar als lang tijgeren. Hellingen met vrachtnetten omhoog en zigzaggen omlaag. En er waren muren waar je op eigen kracht overheen kon, ook een pluspunt. EN ER WAREN WARME DOUCHES IN GROTE HOEVEELHEDEN !!! Koud water gaat ook prima, maar dat de organisatie dit geregeld heeft verdient een compliment.
Kortom, een leuke, lichte zondagmiddagbezigheid met een aantal verbeterpunten voor de organisatie.