Al een paar jaar mediteer is ’s ochtends in de tuin ( naakt, maar wees gerust, op een plek waar in niet zichtbaar ben en zolang het nog donker is, vooral in de herfst en de winter dus ). Vanochtend was het min 11, een record. Er stond regelmatig een zuchtje wind. Het viel me niet mee om mijn ademhaling te volgen, de manier waarop ik altijd mediteer, en mij niet te laten leiden door de gedachte dat het koud was. Ik voelde vooral kou op mijn borst en aan de bovenkant van mijn oren. Mijn ogen waren vochtiger dan anders. Interessant om te merken dat het lichaam dat aankan. Het moet veel meer kou aankunnen dan ik nu verdraag, te weten aan monniken in de Himalaya, die in de kou natte kleden drogen op hun lijf, en de oorspronkelijke bewoners van Vuurland in Argentinië.