Het was prachtig weer, lekker zonnetje, lekker warm, het parcours was als het voorgaande jaar, ik herkende stukken, en toch, het viel tegen. Vanaf de eerste sloot waar we met een massa doorheen liepen tot het eind van het parcours, zelden werd mijn enthousiasme opgewekt.
Wat ongetwijfeld ook aan mijzelf lag, allereerst omdat ik weinig getraind had, niet op de 18 km waar ik voor had ingeschreven, een jaar geleden. Eigenlijk heb ik sinds het begin van mijn blessure in mei geen langere afstanden gelopen dan één kilometer achter elkaar. Geen goede voorbereiding. Van tevoren had ik al bedacht dat ik de afslag naar de 12 km route zou nemen, wat op de afslag wel een opluchting was maar helemaal niet prettig voelde, meer een afgang. Toch waren ook 12 km eigenlijk te veel.
Het zat ‘m ook in het evenement zelf. De onontkoombare bassen van de ‘muziek’, het feestterrein, waar het vooral om geld verdienen lijkt te gaan, en dan te weten dat de deelname al 50 euro kost. Het opgeklopte startritueel, waarom zijn mensen zo volgzaam ? In de eerste sloot ergerde ik mij aan de drie rijen dik van hondeden meters lengte, de gilletjes van sommige vrouwen ( wat verwacht je dan van een race die Mudmasters heet ? ), het opgeblazen bravoure van sommige mannen. Opstoppingen in de tweede sloot, en de derde, en de vierde. En het is toch eigenlijk gewoon een lang eind hardlopen met een beperkt aantal hindernissen. Misschien wordt het weer tijd voor iets anders.