“Gefascineerd door de heersende hokjesgeest gaat programmamaker Michael Schaap op veldonderzoek binnen de leefwereld van aansprekende Nederlandse gemeenschappen.” Op 10 oktober zond de VPRO de aflevering uit over het topsportcentrum Papendal.
Op Papendal leven driehonderd sporters. Op het centrum heesen de rust en de stilte van de discipline. Om half elf ’s avonds zijn de sporters op hun kamer. Veel sporters rusten ’s middags. Het is er schoon. De bewoners leven volgens hun schema’s. Dag in dag uit staat de dagindeling vast. De Hokjesman vindt Papendal een klooster.
De topsporter heeft geen sociaal leven. De topsporter traint zes dagen per week. Tussen de training is er rust – rust is onderdeel van de training – en school, als de sport het toelaat. De topsporter heeft weinig vrienden. Op Papendal geen stelletjes, geen liefdes. De liefde wordt alleen getolereerd als die ingepast kan worden in de schema’s.
Waarom doen sporters het ? Meerkampster Nadine Visser : Je doet het voor jezelf. Volgens een coach is het heel eenvoudig : het is een verslaving aan de endorfines die bij het sporten vrijkomen. Volgens De Hokjesman hebben de topsporter en Papendal één bestaansrecht : medailles.
Daarom wordt alles gemeten. Er is een laboratorium met wetenschappers die de waar sporters meten. In het restaurant wordt via de betaalkaart van de sporter vastgelegd wat hij eet. Fruit kost één cent, vet wordt belast met een vettaks. Is topsport gezond ? De wetenschapper vindt van niet.
En dan hebben we het nog niet over de begeleidingsteams : naast de trainers en de coaches, de krachttrainers, de artsen, de fysiotherapeuten, de sportpsychologen, de leefstijlbegeleiders, de diëtisten.
Het is presteren of afvallen. In de taakomschrijving van Ron Zwerver staat, dat ëën of twee van zijn talenten kunnen doorstromennaar het nationale team. Van een lichting van twee jaar. Zijn valkuil is dat hij zijn energie besteedt aan de minder getalenteerden.
Aan het eind van de uitzending zien we een exitgesprek met de wielrenner Randy Ophof. De coach windt er geen doekjes om. Zijn eerste woorden zijn : “We beginnen met te zeggen dat we ermee ophouden hier.” Randy heeft structureel zijn doelen niet gehaald. Hij traint te veel en wil ook op school excellereren. Maar school doe je erbij. Randy’s vader, voormalig topsporter, is zover nog niet en sputtert tegen. Misschien kan hij met minder trainen toch nog beter worden. Randy, realistisch door de ervaring op Papendal, ziet dat niet zitten. Dan zou elke topsporter beter worden door minder te trainen.
De zin van de uitzending : “De werkelijkheid, de lange, monotone interval tussen de prestaties” Michael Schaap