Mensen denken in hokjes. Het zit in ons gebakken, omdat het reuze handig is. Hokjes zijn gestolde informatie over wat veilig is en onveilig in een wereld die je niet volledig kunt kennen en een toekomst die je niet kunt kennen. Dus kiezen bazen hun evenbeeld, het beeld dat ze het beste kennen en het meest vertrouwen. Zo kiezen mannen hun evenbeeld en omdat mannen tot nog niet zo lang geleden alle formele functies vervulden blijven mannen hardnekkig mannen kiezen. In Nederland zijn dat blanke mannen. In Noord-Ierland zijn dat protestantse mannen. Iemand die afwijkt moet iets extra’s meebrengen om door de schotten van het hok heen te breken. Dat geldt voor vrouwen, niet-blanken, langharigen toentertijd. Het schijnt dat mensen die in Nederland een minderheid zijn evengoed discrimineren – ik ben een blanke man, dus ik ken alleen de standaard discriminatie. Dat hok is op mij van toepassing, hoewel ik misschien wel enorme afwijkende hokjes heb. Probeer het voor de grap eens met iets onschuldigs als beroepen : de doorsnee bibliothecaris heeft een doorzichtige huid, een bril op en mompelt en is een vrouw. Ze rijdt geen motor. Een bouwvakker is dik omdat hij bier drinkt en hij fluit naar vrouwen. Hij houdt niet van bloemschikken. Voetballers zijn nooit homo. Verpleegsters houden niet van s-m en teakwondo. Wel van doktoren.