De zin van zin in seks

Cat:

Uittreksel van het hoorcollege van Jelle Reumer, verkrijgbaar als luisterboek.

Iedereen is het product van seks. Het leven is van seks doortrokken. Seks is als eten en drinken, ziekte, dood, één van de basisgegevens van het leven.

Elke drie seconden wordt op aarde een kind geboren, dus elke drie seconden vindt een ejaculatie plaats. En omdat zo veel ejaculaties niet tot kinderen leiden wordt nog veel vaker gepaard. Kan het niet zonder dit gedoe ?

Ieder individu is anders en daar draait het om : er is variatie. Variatie zorgt ervoor dat we niet uitsterven. Variatie maakt selectie mogelijk, selectie op kenmerken die nuttig zijn om in de omgeving van dat moment te overleven. Variatie ligt vast in de genen. De zin van seks is het doorgeven van die variatie.

De variatie zit in de chromosomen, het DNA, in de basenparen a-t en c-g. Elke cel heeft drie miljard basenparen. Bij elke celdeling wordt dit DNA gekopieerd. Daarbij ontstaan fouten die kleine afwijkingen geven. Daarnaast vindt recombinatie plaats. Tijdens productie cel en ei vindt reductie plaats. Daardoor is elke eicel en elke zaadcel uniek.

Er bestaat ook ongeslachtelijke voortplanting, voortplanting waar slechts één individu bij betrokken is. Het komt vooral bij planten voor. Bij ongeslachtelijke voortplanting wordt geen variatie doorgegeven. Dat is een evolutionair risico. Daarom is ongeslachtelijke voortplanting alleen zinvol in een stabiel milieu. Je kunt stellen, dat bij ongeslachtelijke voortplanting het individu niet sterft maar steeds voortleeft.

Dieren planten zich geslachtelijk voort. Er zijn twee geslachten bij de voortplanting betrokken.  De soort overleeft, maar het individu sterft. Voor geslachtelijk voortplanting is nodig dat twee individuen elkaar ontmoeten, samensmelten en weer uit elkaar gaan.

Bij ééncelligen heet die samensmelten conjugeren. Een cel heeft dan even verdubbelde chromosomen. Daarna vindt splitsing plaats en deling tot twee verschillende ééncelligen.

De mens begint als twee ééncelligen die conjugeren tot één cel met 2 keer 23 chromosomen. Dat is de bevruchte eicel.

Dan vindt celdeling plaats, maar de cellen gaan niet uit elkaar, maar blijven bij elkaar en vormen een embryo. Je kunt stellen dat de mens een klontering is van ééncelligen.

Bij de voortplanting bestaan twee strategieën, de K-strategie (carrying capacity) en de r-strategie (growth rate). Bij de r-strategie worden veel nakomelingen geboren en vindt beperkt broedzorg plaats : viskuit, kikkerdril, muizen. Voor het individu is de strategie riskant. De meeste individuen bereiken de voortplantingsleeftijd niet. De strategie wordt toegepast in een onstabiele, risicovolle omgeving.

De K-strategie heeft een lange draagtijd en broedzorg. De mens volgt deze strategie.

Binnen de soort ‘mens’ kan je zeggen, dat vrouwen de K-strategie volgen, omdat ze  in hun leven 500 eicellen produceren, en dat mannen de r-strategie volgen, omdat ze 100.000 tot 200.000 zaadcellen per dag produceren.

Dat heeft gevolgen voor het gedrag. Vrouwen moeten zuinig zijn, mannen kunnen kwistig zijn.

Nu moeten de eicellen en de zaadcellen samenkomen. Daarvoor bestaan hormonen, feromonen, neurotransmitters, daarvoor vindt seksuele selectie plaats, daarvoor vindt seksueel gedrag plaats. Het gaat dan om aantrekkelijkheid, bij mannen gaat het om kracht en macht (bij mensen : rijkdom).

Je zou met Richard Dawkins kunnen zeggen : het zijn niet de individuen die zich voortplanten, maar het zijn de genen, die voor de voortplanting de menselijke verschijningsvorm gebruiken.