In het boek Seks! Een leven lang leren. Rik van Lunsen, Ellen Laan, respectievelijk arts-seksuoloog en gz-psycholoog en gz-seksuoloog bij het Amsterdams Medisch Centrum. Een prachtig boek waarin de schrijvers de huidige stand van de sekswetenschap weergeven, vanuit de biologie, de maatschappij en vooral vanuit de mens. Het boek vervalt soms in herhalingen, waarschijnlijk door die verschillende invalshoeken, maar soms verdenk ik hen ervan dat ze stokpaardjes berijden.
De hoofdlijnen
- Een definitie van seks is moeilijk. Ieders beleving van seksualiteit is uniek. Seks wordt door de overgrote meerderheid van de mensen gekoppeld aan liefde en een min of meer duurzame relatie. Wat wel veranderd is de afgelopen tientallen jaren is, dat een mens in zijn leven meer dan één relatie heeft ( seriële monogamie ).
- Je kunt naar seks kijken vanuit de biologie ( voortplaning, behoud en succes van de diersoort ‘mens’ ), de psychologie ( wat voelt en denkt het individu, en tegenwoordig de al dan niet deterministische rol van het brein ) en de sociologie ( de invloed van de omgeving, ideologie en religie ). Dit boek combineert de benaderingen ( het biopsychosociale model ).
- De ontwikkeling van de seksualiteit begint al bij de bevruchting. Je wordt man ( XY-chromosoom ) of vrouw ( XX-chromosoom ). Lichaamsprocessen bepalen dan de vorming van je lichaam tot man, vrouw of in zeldzame gevallen iets er tussenin. Daarvan zijn diverse vormen mogelijk. Het begrip ´gender´ is een schaal. Iemands plaats op de schaal wordt onder andere bepaald door de vorming van het lichaam.
- Mannen en vrouwen verschillen nauwelijks in hun seksualiteit.
- Vrouwen zijn sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw bewuster van de mogelijkheid en van hun lichaam en vrijer lust te beleven. Dat is een grotere verandering dan de seksuele revolutie uit de jaren zestig.
- Vrouwen weten minder goed dan mannen hoe hun seksuele lichaam werkt. Dat komt waarschijnlijk omdat het binnen het lichaam zit en niet, zoals de piemel buiten, en dat vrouwen niet zoals de mannen bij elke toiltetgang en douchebeurt het orgaan hanteren. Seksuele opwinding doet ook bij vrouwen een zwellichaam zwellen, net als de piemel die stijf wordt. Er gaat eenkopje bloed in. De beroemde G-spot is de achterkant van de clitoris. Die kan ook een erectie krijgen, is dan één tot drie cm. lang en kan je via de vagina stimuleren.
- De jeugd wordt niet losbandiger. De leeftijd waarop seksuele ervaringen plaatsvinden blijft de laatste dertig, veertig jaar constant en gemiddeld is de jeugd verstandig.
- Goede voorlichting en een goede hechting thuis leiden tot prestige seks en tot minder problemen als tienerzwangerschappen en abortussen.
- Communiceren over seks, verbaal en non-verbaal, is vreselijk nodig voor goede seks, omdat je alleen zo de lekkerste seks kunt maken. Voor de meeste mensen is het echter bijzonder moeilijk.
- Veel praten over seks in het openbaar, in de media bijvoorbeeld, is in feite bedoeld om te bepalen wat normaal is ( OED : let maar op, de presentatoren van tv-programma’s over seks sluiten controversiële onderwerpen altijd af met de constatering ‘dit is niets voor mij’. Daarmee zetten ze de norm. ) en is daarmee een middel om macht uit te oefenen. Praten over seks met juist je partner is voor de meeste mensen moeilijk door de angst om gekwests te worden of om de ander te kwetsen. Ook in relaties speelt macht een rol. Dan spelen nog een rol de eigen oordelen, veroordelingen, normen, waarden, gedachten, gevoelens, boosheid, angst, schaamte.
- De kernvraag waarmee mensen seksuologen bezoeken is ‘ben ik wel normaal’. Het kernantwoord is : het is goed als het goed voelt, ‘nee’ voelen is ‘nee’ doen.