Hier in het westen is ‘zen’ gelijk geworden aan ‘ontspannen’ of ‘verheven boven de woelingen van de wereld’. Zen is geluk. Kijk maar in de Happinez of op Instagram. Ga je dan zen beoefenen om meer van dat goede gevoel te krijgen dan schrik je wel even. Een half uur in de voorgeschreven houding zitten doet zeer op plekken die je niet kende. En die gedachten en gevoelens laten wegdrijven als wolken aan de hemel klinkt gezellig maar is een hele klus, waar je steeds weer in faalt en, al zegt de leraar dat het je niet zal lukken en dat dit niet erg is, falen voelt niet ‘zen’.
Zen betekent dan ook niet ‘geluk’ maar ‘dharma’. Het is verjapanst verchineest Indisch. En ‘dharma’ betekent regels. Niks ontspanning, bevrijding ( vrijheid ) en geluk. Het opheffen van het lijden gaat niet over rozen en het achtvoudig pad is geplaveid met gedragsnormen, waarvan buigen voor de ruimte, voor het kussen, voor het Boeddhabeeld, voor de leraar en voor de thee slechts bijkomstigheden zijn. Zen gaat helemaal niet over geluk maar over compassie. En compassie is een versluierend woord dat mededogen, medeleven, medelijden, erbarmen betekent. Kortom, de opheffing van het lijden vind je in de verbinding met de ander. Niet in je eigen geluksgevoel.