


Vroeg op de zondagochtend. Vogels kwetterden door de stilte heen, ver weg in het kanaal een containerschip. Het water minder koud al dan een maand geleden.
De container met roest en grafitti bij mijn zwemplek was weg. Nu was er een sloot van twee meter breed, die droog stond. Het ‘strand’ was ontdaan van opgeschoten bosschages, ik zwom nu echt naakt.
De eerste tientallen seconden was het te koud om met mijn hoofd onder water, maar het wende. Ik zwom bijna tegen een dode voorn aan, een grote. Toen het water minder koud ging voelen maakte ik ook mijn hoofd nat. Ik ging eruit, droogde mij af terwijl ik om mij heen keek en had zin in het water. De tweede keer was prettig. Een groepje hardlopers kwam dichter bij. We troffen elkaar ongeveer bij mijn auto. We groetten vrolijk.
Zocht een plekje om oefeningen te doen, maar het regende en het pad liep dood in een weiland. Verderop was nog een pad, maar dat was erg drassig. Er was wel een plek waar ik uit de kleren kon om het water in te gaan. Het was al snel erg diep – het is ook een zandwinplas geweest. Tot mijn verrassing was het water niet zo in koud dat het al gauw zeer deed aan mijn nek.

De madeliefjes bloeien al !

Deze bruine hoop was in de herfst een paddestoel. Denk ik.
“I come up here to experience the water and all that goes with it. I like to feel the elements on my skin, be connected to the seasonal changes.”
“The sensation of that cold on every part of your body eclipses all thoughts. You leave everything behind and it offers you the space to truly appreciate the moment.”
“Some people find it strange that I like to swim naked, but to me it makes no sense tot put anything between my skin and that water.”
Vanochtend om een uur of acht. Straffe zuidoosterwind, tegen het vriespunt. Het water was koud.




Een paar kilometer verderop ligt een meer. Aan het meer een zandstrand met uitspanning. Het is nog donker als ik het water inging. Vanwege de warme dagen van de afgelopen tijd verwacht ik warm water, maar het is koud. Ik moet een heel stuk waden naar zwemwater en ik ril, wat ik meestal niet hoef.
Onder een donkere donkerblauwe hemel zwem ik richting één van de eilanden. Halverwege komen kokmeeuwen boven me vliegen. Eén maakt vage duikvluchten naar mij. Als ik nog even doorzwem vliegen aalscholvers op. Het spijt me, zonder mijn aanwezigheid zouden ze een rustig begin van de dag hebben gehad. Het is een gek besef dat al dat gedoe van de verschillende vogels en vogelsoorten doorgaat als ik er niet ben, en van al dat andere leven. Ik zwem naar een ander eiland. Het wordt lichter en blauwer, maar het water blijft een beetje koud.
Op de terugweg zie ik twee reeën, één ver weg in een weiland, één graast op minder dan vijftig meter bij een boomwal. Na een kwartier verdwijnt hij in bosschages.
Een experiment. Ik heb verhalen gelezen over zenbeoefenaren, die onder een waterval mediteerden. Meestal hielden ze er kwetsuren aan over. Ik zat buiten, op een warme dag met weinig wind, op een beschutte plek. Het water was wel koud, maar bij lange na niet de hoeveelheid van het bergstroompje dat ik me voorstel van een Japanse beoefenaar. Zeven minuten had ik me voorgenomen, niet erg lang dus. Het was prima te doen. Alleen het plekje op mijn kruin waar geen haar zit, werd wat koud.
Het kon nog net voor de dooi. Ik lag in de tuin in mijn legerslaapzak ( M90 ) met bivakzak, met bivakmuts, wollen sokken en slip. Het was een bijzondere ervaring. Om half vier besloot ik maar weer naar binnen te gaan om toch maar wat te slapen. Ik had steeds bij bewustzijn liggen draaien en zorgen dat ik warm bleef, en ik meende niet te hebben geslapen. Maar misschien was dat toch wel het geval, want ik voelde me niet uitgeput of slaapdronken. De volgende dag had ik wel het gevoel dat ik uitgerust was. Ook de volgende dagen was ik niet uitgeput.
Ik was niet koud, tenminste, ik had geen koude vingers en voeten. Wel miste ik een volledige bivakmuts met een stukje stof over het puntje van mijn neus, want dat werd erg koud. Gelukig kon ik mijn neus in de slaapzak verstoppen. Wel werd mijn kont koud … En elke draaiing veroorzaakte een koudestroom. De bivakzak is denk ik bedoeld om met kleren aan in te liggen. Daar is veel ruimte voor.
Al een paar jaar mediteer is ’s ochtends in de tuin ( naakt, maar wees gerust, op een plek waar in niet zichtbaar ben en zolang het nog donker is, vooral in de herfst en de winter dus ). Vanochtend was het min 11, een record. Er stond regelmatig een zuchtje wind. Het viel me niet mee om mijn ademhaling te volgen, de manier waarop ik altijd mediteer, en mij niet te laten leiden door de gedachte dat het koud was. Ik voelde vooral kou op mijn borst en aan de bovenkant van mijn oren. Mijn ogen waren vochtiger dan anders. Interessant om te merken dat het lichaam dat aankan. Het moet veel meer kou aankunnen dan ik nu verdraag, te weten aan monniken in de Himalaya, die in de kou natte kleden drogen op hun lijf, en de oorspronkelijke bewoners van Vuurland in Argentinië.
Engelsen. Je kunt natuurlijk je kleren uittrekken en gaan zwemmen, maar het is veel leuker om daar een vereniging voor te maken en sjieker om er een societeit van te maken. De Outdoor Swimming Society dus. Deze heeft een prachtige website ( klik hier om naar de website te gaan ), mooi vormgegeven, prachtige fotoos, tips over prachtige plekjes en verhalen over het zwemmen op prachtige plekjes. Een soort zwemwandeltochten. En er is een boek, ook erg mooi, en erg duur.

Een paar handige tips voor zwemmen in koud water :
– Gewoon doen. Een groot deel van het wennen is geestelijk. Weet dat het moment van onderdompeling koud is en omarm het toch.
– Adem uit als je het water ingaat. Het koude water doet je borstkas samentrekken. Als je dan al uitgeademt hebt vloeit de volgende ademtocht gewoon naar binnen en voel je geen benauwdheid.
– Geef jezelf 90 seconden om te wennen en je prettig te voelen. Na anderhalve minuut is je lichaam klaar met aanpassen en werkt je circulatie weer.
– Neem een doel om naartoe te zwemmen. Spring niet gewoon in het water en denk dan hoe dat voelt. Dat voelt koud en onplezierig. Dat kan je voorkomen als je je gedachten op een doel richt.
– Zwem langs de oever, dan kan je jezelf redden. Als je open water opzwemt en je te veel warmte verliest sluit je lichaam de warmtetoevoer naar je benen en armen af, worden die zwakker en verdrink je troosteloos.
– Het kost OSS-leden ongeveer 3 jaar om een gehard winterzwemmer te worden. Begin je zwemloopbaan in de zomer en ga gewoon door in de herfst en daarna in de winter.
Oorspronkelijk 21 februari 2011
Nu een paar keer geprobeerd langer in het water te blijven dan drie keer met het hoofd onder water en dan gauw weer naar de wal en het werkt. Ik kan langer in het water blijven. Het lichaam begint te tintelen op een paar plaatsen ( schouders en benen ) en dan is het alsof het water een goede temperatuur heeft. Wel worden mijn vingers wat koud. Als ik uit het water kom voor ik stijfheid begin te voelen ben ik niet koud of onderkoeld. Ik krijg wel hoofdpijn van het koude water als ik mijn hoofd niet boven water houd. Ik moet een muts op.
Update 2 april 2011
Het water is nu zo ver opgewarmd dat ik vijf tot tien minuten kan zwemmen. Het is gewoon lekker.
Update begin mei 2011