Reza Aslan over Jezus

Reza Aslan is een Amerikaanse godsdienstwetenschapper die erg goed kan praten. Ik ontdekte hem door een bizarre video van een interview met Fox nieuws naar aanleiding van zijn boek Zealot ( Zeloot ), over de historische Jezus. Aslan is islamiet ( afkomstig uit een gemengd islamitisch – atheïstisch gezin, later bekeerd tot het evangelisch Christendom en weer later tot de Soefistroming in de Islam ). Hoe hij het in zijn hoofd haalde om als islamiet een boek te schrijven over Jezus ! Dat was eigenlijk de hele vraag in het acht of twaalf minuten durende interview. Nou, omdat hij godsdienstwetenschapper is en Jezus fantastisch vindt. Maar goed. Op internet staan veel lange vraaggesprekken met hem, die wel inhoudelijk zijn.

Aslans doel is om de historische persoon van Jezus van Nazareth te ontdekken. Dit is geen bijzondere onderneming. De afgelopen tweehonderd jaar hebben wetenschappers dit gedaan. Het onderzoek is zo vaak gedaan, dat de conclusies nu wel duidelijk zijn en alles al gezegd is. Wetenschappelijk is het onderwerp niet meer interessant. Reza Aslan wilde dit vakgebied voor een breed publiek toegankelijk maken.

We weten heel weinig van de historische Jezus. Daar is iedereen het over eens. Er zijn  maar drie feiten waarover alle geschiedkundigen het eens zijn :

  1. Jezus was een jood.
  2. Jezus begon een joodse beweging.
  3. De Romeinen doodden Jezus als een misdadiger tegen de staat.

Verder zijn alle beweringen over Jezus speculaties die vatbaar zijn voor discussie.

Wat we kunnen doen om de waarschijnlijkheid van een bewering te toetsen is hem plaatsen in zijn tijd. Over zijn tijd is veel bekend, dankzij de Romeinen, die hun tijd gedetailleerd documenteerden. Daardoor kunnen we van de claims over Jezus beoordelen hoe waarschijnlijk ze zijn – niet hoe waar ze zijn, maar hoe groot de kans is dat ze waar zijn. Het is bijvoorbeeld niet waarschijnlijk dat Jezus kon lezen en schrijven. Het is mogelijk dat hij wel kon lezen en schrijven, maar het is erg onwaarschijnlijk.

Jezus was in die tijd de meest voorkomende naam voor jongens. De toevoeging ‘de Nazarener’ maakte hem uniek. Jezus komt uit Nazareth, een kleine plaats van naar schatting honderd families, zonder weg en zonder synagoge, dus er kwamen weinig mensen uit Nazareth. Hij wordt nooit ‘de zoon van Jozef’ genoemd, maar wel een keer ‘zoon van Maria’. Dat is een grote belediging.

Jezus komt uit een grote familie. Vier van zijn broers zijn deel van zijn beweging, waarvan Jacobus de bekendste is. In de Romeinse geschiedschrijving is meer te vinden over Jacobus dan over Jezus. Jezus werd dertig jaar oud. Hij was maar drie jaar actief als prediker. Jacobus leidde de Jezusbeweging dertig jaar ! Jezus was vrijwel zeker getrouwd. Hij wordt ‘rabbi’ genoemd en dat kan alleen als je een vrouw hebt. Of dat Maria Magdala was is niet bekend en niet te bepalen. De gnostische evangeliën bevatten hints naar haar. Jezus had vrouwelijke leerlingen –  leerlingen mochten zelfstandig preken, apostelen waren voor de missie – maar we kennen geen namen. Maria Magdala was in elk geval geen hoer. Ze wordt nooit als hoer beschreven. Ze was één van de leidende leerlingen. Ze is later als ‘hoer’ geframed.

Jezus was een wonderdoener. Dat Jezus mensen genas en demonen uitdreef was niet bijzonder.  Ziekte was toen het gevolg van zonde en demonen. Het verdrijven van demonen was een gebruikelijke manier van genezen en demonen uitdrijven was een gevestigd beroep. Jezus was daarin wèl bijzonder omdat hij geen vergoeding vroeg voor zijn diensten. Je kunt je voorstellen dat hij bij de armen erg populair was.

Jezus was een jood en begon een Joodse beweging. Zijn onderwijzingen waren binnen de context van de joodse leer. Ze hadden uitsluitend betrekking op joden. Zijn leer moet je daarom interpreteren binnen de Joodse context, niet binnen de Christelijke context. Die is van later datum.

Jezus had zijn leer waarschijnlijk overgenomen van Johannes de Doper, van wie hij waarschijnlijk een volgeling was ( het ‘Onze Vader’ is een gebed van Johannes de Doper ). De beweging van Johannes was een populaire, messianistische beweging. Johannes de Doper was veel bekender en was veel populairder dan Jezus. Na de dood van Johannes neemt Jezus twee volgelingen mee naar Nazareth, maar hij wordt Nazareth uitgegooid.

Zoals elke leer is het waarschijnlijk dat de leer van Jezus gevormd werd door zijn tijd en een reactie was op de gebeurtenissen en de omstandigheden van zijn tijd. Dit was een tijd van overheersing van het Joodse volk door de Romeinen.

De tempel in Jeruzalem was, als de plaats van Gods aanwezigheid, het centrum van het Joodse leven en de Joodse religie. Het was het centrum van de macht van de Joodse leiders, de tempelpriesters. Het was ook de grootste bank, waar goederen werden verhandeld om offerdieren te kopen. De leiders onttrokken enorme rijkdom aan de tempel.

Daar kwam bij dat het Joodse volk door de Romeinse overheersing het muntgeld leerde kennen. Dit had invloed op de maatschappij en de verdeling van rijkdom.  Het maakte een eind aan de traditionele ruileconomie. De Joodse machthebbers controleerden de tempel en daarmee het geld. Door hun positie, hun rijkdom en hun banden met de Romeinen kon de joodse elite land kopen en de voormalige landeigenaren als slaven in dienst stellen.  Ze vergaarden een enorme rijkdom. Het grootste deel van het volk was straatarm.

De tempelleiding, met in het centrum de hogepriester, kon alleen bestaan zolang de Romeinen dat toestonden. De leiders voegden zich naar het Romeinse gezag. Ze gingen verder dan dat. De priesters trouwden zichzelf in de Romeinse overheersing. Zo bestonden tussen de joodse leiders ( tempelpriesters ) en de Romeinen nauwe banden. De Romeinse overheersing was het een tijd van geloof in de Apocalyps en in de Messias.

Jezus predikte, zoals in de Bergrede staat, een omkering van de sociale orde : de armen worden rijk en de rijken worden arm. Dat is bedreigend voor de machtigen. Datzelfde geldt vandaag nog steeds. De letterlijke Jezus van de Bergrede past niet bij de politieke doelen van de meeste huidige politici die zich baseren op Jezus en die veelal de Bijbel letterlijk lezen.

Als Jezus alleen een geestelijk Godsrijk predikte, hadden de Romeinen hem waarschijnlijk niet gedood. Maar omdat hij ook een wereldlijke omverwerping van de sociale orde predikte en zich als Messias presenteerde, zagen de Romeinen – en de Joodse top – hem als staatsgevaarlijk.

Jezus’ denkbeelden waren niet uniek. Het is mogelijk dat Jezus een totaal nieuwe benadering had, maar het is niet waarschijnlijk.  Het is mogelijk dat hij een nieuw messiasbegrip introduceerde, maar het is niet waarschijnlijk. Zijn uitleg van het begrip ‘messias’ was de gebruikelijke Joodse uitleg : de man die het koninkrijk van David en de tempel herstelt en dus de Romeinen van hun macht berooft. Voor de Romeinen was de uitspraak ‘ik ben de Messias’ reden om iedereen die voorgaf de Messias te zijn als staatsgevaarlijk op te pakken en terecht te stellen voor opruiing. ‘Zoon van God’ is overigens geen teken van heiligheid of een beschrijving van een feit, maar een eretitel, een koninklijke titel.

Er waren veel Joden die claimden de Messias te zijn. Er waren messiassen die populairder en bekender waren dan Jezus en die meer aanhang hadden. Messiassen werden aan de lopende band gekruisigd – het Romeinse Rijk was bijzonder gewelddadig. De Romeinen reserveerden die straf voor staatsvijanden. Het is daarom waarschijnlijk dat de twee mannen die volgens de Bijbel met Jezus gekruisigd werden ook claimden Messias te zijn ( het Griekse woord dat gebruikt wordt duidt daar ook op ). De gekruisigden werden als waarschuwing

en tentoongesteld langs de toegangswegen van Jeruzalem. Op weg naar Jeruzalem kwam men dan langs honderden gekruisigde mensenlijken in alle vormen van ontbinding. Gewoonlijk werden de gevangenen overigens eerst gedood en daarna gekruisigd.

De opstanding is niet historisch. Het is een geloofsfeit, niet een historisch feit. De claim van de wederopstanding is dat wel en de extatische ervaringen, van bijvoorbeeld Paulus, zullen dat waarschijnlijk ook zijn. Deze zijn niet onwaarschijnlijk, wel onverifieerbaar.

Dat Jezus nu nog bekend is komt niet door zijn leer maar door zijn volgelingen. Voor de Joden was een dode Messias geen Messias. Als de Messias dood was en het koninkrijk van David niet hersteld was gingen de aanhangers naar huis. De volgelingen van Jezus besloten echter dat toen Jezus dood was de definitie van ‘messias’ fout was en ze herdefinieerden het : de Messias werd een hemelse figuur en het koninkrijk van God werd een hemels koninkrijk. Voor de Joden was het idee van Jezus als incarnatie van God onverteerbaar. Met het nieuwe messiasbegrip werd de religie ook toegankelijk voor niet-Joden. Voor hen was het idee van Jezus als godmens heel gewoon. Caesar was immers een godmens.

Na de dood van Jezus gaat de groep volgelingen door als een Joodse gemeenschap in Jeruzalem, onder leiding van Jacobus, een broer van Jezus, die de beweging van Jezus waarschijnlijk al tijdens diens leven leidde – in totaal dertig jaar ! Jezus predikte maar drie jaar !

Petrus was niet de leider van de gemeente, maar van de apostelen, de missionarissen. Het was een gemeente van belijdende Joden die ook Jezus als Messias beleden. De Joodse voorschriften blijven onverminderd gelden. Volgelingen die geen Jood waren moesten Jood worden. In 56 was de besnijdenis niet meer verplicht, maar alle andere wetten bleven van kracht. Onder de leiding van Jacobus was de Jezusbeweging een afwijking binnen het Jodendom, die alleen bestond bij gratie van de levende aanhang. Buiten het Jodendom vond de beweging geen aanhang.

Paulus had een andere kijk. Hij is een Griekse jood. Hij was een Romeins staatsburger. Dat was je niet automatisch als je in Romeins gebied woonde ! Hij kon lezen en schrijven. Paulus was geen deel van de gemeente in Jeruzalem. Paulus had een extatische ervaring die hem ertoe bracht een missietrip te ondernemen : “Ik werd uitgekozen door de opgestane Jezus, niet de Jezus van het vlees”. Voor hem was de dood van Jezus het ultieme offer. Daardoor werd de Thora beëindigd. Alles wat je nodig had om het ( geestlijke ) koninkrijk van God te bereiken, was geloof. Dat maakt het Christendom toegankelijk voor iedereen. Iedereen door het geloof een nieuw wezen worden.

Voor Jacobus was dat belachelijk. Hij ontbood Paulus naar de tempel in Jeruzalem om gereinigd te worden. Zolang Jacobus in leven was had hij het voor het zeggen. Hij kende Jezus uit de eerste hand en daar kon Paulus niet tegenop. Gedurende het leven van Jacobus was Pulus een marginale figuur, een afvallige Jood. Dat veranderde na de dood van Jacobus.

De Joodse opstand en de daarop volgende verwoesting van Jeruzalem in 70 n.C., was een verdere omstandigheid die bijdroeg aan de prediking onder niet-Joden. De joden waren in opstand gekomen tegen de Romeinen en verdreven de Romeinen zelfs. Maar toen die in 70 terugkwamen verwoestten ze de tempel en Jeruzalem, vermoordden de joden en verboden ze het jodendom. De Christelijke gemeente moest kiezen. Doorgaan als een joodse gemeente was verboden. Als Christen liep je veel minder gevaar. Het geloof was niet zo bedreigend en het was een heel kleine religie en het model van Paulus, plus het feit dat het opgeschreven was, bood de mogelijkheid door te gaan. Ook de taal waarin het evangelie was geschreven, het Grieks, maakte het toegankelijk voor niet-Joden. Jacobus was niet geletterd en had geen opleiding gehad, had niets opgeschreven en was alleen gericht op Joden. Na de dood van Jacobus overleefde zo de theologie van Paulus en ging die van Jacobus verloren. Het Nieuwe testament bevat slechts één boek van Jacobus. Paulus domineert het Nieuwe Testament. Ongeveer driekwart van het Nieuwe Testament is van de hand van Paulus of geschreven door zijn aanhangers. Lucas is bijvoorbeeld een volgeling van Paulus. Paulus is daarom de schepper van het Christendom.

Bij de verspreiding van de nieuwe religie onder de Romeinen was het voordelig de schuld van de dood van Jezus op de joden te schuiven en de Romeinen ( Pontius Pilatus ) onschuldig te laten zijn. Dat laatste iwas volledig onzinnig. Pilatus was zelfs naar Rome teruggeroepen omdat zijn bloeddorstigheid en gekte zelfs de Romeinen te ver ging. Pilatus werd dus een gelovige die probeert om Jezus te sparen. Het idee dat Pilatus ook maar één gedachte zou hebben gewijd aan het lot van weer een Joodse messias is onbestaanbaar.

Verder was het nodig om de joodse voorschriften uit de leer te verwijderen of van minder belang te maken en de principes algemeen en abstract te maken. En Jezus zelf moest minder revolutionair en minder bedreigend zijn. Dat werd nog belangrijker toen de Romeinse keizer Constantijn het Christendom tot staatsgodsdienst maakte.

De Joden gingen niet mee met het idee van het Koninkrijk van God als geestelijk koninkrijk in het hiernamaals, maar het paste prima in de wereldbeschouwing van heidenen als de Romeinen en de Grieken. Voor hen waren goden in menselijke gedaanten normaal. Caesar was een godmens, dus het idee van Jezus als de zoon van god was ook acceptabel. Na drie generaties waren er meer bekeerlingen dan Joden in het Christendom.

Tot slot de tijdlijn van het Nieuwe Testament

  • 50 : De eerste bron met de leer van Jezus. De bron heet ‘Q’ van het Duitse ‘Quelle’.
  • 70 : De verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen, het verbod op de Joodse religie en het einde van de eerste gemeente.
  • 72 : Het evangelie van Marcus. Marcus nam de biografie van Caesar als voorbeeld. De geboorte van Jezus staat er niet in, evenals zijn opstanding.
  • 90-100 : De evangelies van Matteüs en Lucas. Dit zijn updates van het evangelie van Marcus. Zij beschikten over de bron ‘Q’ en voegen de gebeurtenissen uit de jeugd van Jezus toe.
  • 100-120 : Het evangelie van Johannes. Het Christendom is nu gescheiden van het Jodendom. Jezus wordt God.
  • 325 : Concilie van Nicea. De Romeinse keizer Constijntijn sluit vertegenwoordigers van allerlei Christelijke stromingen op om in overleg uit te maken wat het Christendom is. Hij heeft het Christendom tot staatsreligie gemaakt en je kunt nu een maal geen staatsreligie hebben die uit allerlei verschillende opvattingen bestaat. Na afloop van het concilie is éénopvatting de juiste en zijn de andere illegaal. Er waren veel meer evangeliën, maar deze zijn verloren gegaan of ze zijn door Constantijn vernietigd omdat ze niet in zijn staatsreligie pasten. Alle evangeliën hebben twee fundamentele kenmerken : 1) de schrijvers hebben Jezus nooit gekend ; 2) het zijn theologische geschriften, geen historische.