Voor het eerst in drie weken weer getraind, na ziekte, en dat ging matig. Ik was al vroeg wakker. Om kwart voor zeven zat ik op te warmen op de fiets op weg naar recreatiegebied De Kleine Wielen. Het was er heerlijk rustig. Pas vlak voor het einde zag ik de eerste bezoeker. Er stond een matige noordwester wind, die best koud aanvoelde.
Ik had me voorgenomen een kort rondje rustigaan te doen, eerst maar eens kijken of het lijf dat aankon. Een hoge hartslag, snelle ademhaling en moeite kracht te leveren betekende stoppen, beetje uithijgen, doorwandelen of dribbelen. Omdat ik toch geen lange stukken zou rennen deed ik het op blote voeten.
De twintig keer opdrukken lukten nog aan het begin,maar waren later te veel gevraagd. Gewoonlijk is het geen probleem en zo ging het met alles : optrekken, bankdrukken, tijgeren, handstand. Of er is nog een spoortje virus aanwezig, of ik moet weer opbouwen. Of beide.
De nieuwe hindernis ‘evenwichtsbalk in het water’ uitgeprobeerd. De eerste stappen waren spannend, later werd het spannend omdat het niet spannend meer was en mijn aandacht afdwaalde. Nog een tijdje gezwommen. Het water is sinds maart merkbaar warmer geworden, ondanks dat april en mei naar verhouding koud waren. In maart was het water nog zo koud dat ik er meteen weer uit wilde zodra ik zwom, maar nu was het geen probleem een tweehonderd meter te zwemmen. Na een uur vond ik het weer genoeg. Fijn om weer begonnen te zijn.
FOTO VISHEK GROENE STER TOEVOEGEN