“Ik heb een zeer luidruchtig leven geleid”. Het gezin waarin Sara Maitland opgroeit hield van gezelschap, discussie en verbale pesterrijen. Haar studententijd stond in het teken van luidruchtige discussie. Ze werd een ‘Anglo-katholieke socialistische feministe’, en schrijfster, trouwde met een dominee en had een heerlijk leven – tot haar huwelijk strandde en Thatcher aan de macht kwam. Ze verliet de angelicaanse kerk, te bitter, te strak gereguleerd, voor de rooms-katholieke en kocht een piepkleine cottage, om het huwelijk even ademruimte te geven.
Zo begint de zoektocht naar stilte. Niet alleen een zoektocht naar de stilte, maar ook naar wat stilte is en wat het doet. Een actueel boek in een wereld waarin stilte verdacht is – Sara Maitland worstelt het hele boek met een brief van een vriendin die stilte gelijk stelt aan ‘dood’ en ‘niets’, die overwonnen moet worden – maar ook gezocht, in kloosters, op natuurcampings, in religieuze ervaringen, in reizen naar de woestijn.
Ze verhaalt over de religieuze stilte van kloosters en van de alleen levende religieuzen, zoals de woestijnvaders. Enkele kluizenaars, zoals de panterman op Skye, komen voorbij, de ervaringen van solozeilers tijdens een zeilrace of die van de poolreiziger Courtauld : “ontdaan van zijn persona, van wie het publieke ik was ontnomen, waardoor wat voor de wereld restte zijn ware, naakte ik was”. Ontremming. Stille religeuze gemeenschappen hebben daarom strenge regels voor voeding, hygiëne en gedrag. Maitland merkt hoe haar zintuiglijk waarnemen, het gehoor, de smaak, intenser worden. Emoties worden sterker.
—
Aan het eind van het boek trekt Maitland zich terug in een leeg landschap. Ze koopt een klein huis, gooit overbodige spullen het huis uit – ook al omdat ze moet besparen om zich het huis te veroorloven. Ze richt haar leven zo in dat ze in stilte en gebed kan leven, in haar levensonderhoud voorziend met schrijfcursussen via de computer.