Een mooi artikel in Trouw. We zijn op weg God te worden en één met het heelal.
– De geschiedenis van de mens is niet de geschiedenis van personen, staten en volken, maar de geschiedenis van de natuur ( de aarde ), want die is miljoenen jaren oud. De mens is daarentegen slechts een heel recent verschijnsel : “Deze nieuwe vorm van geschiedschrijving heet ’wereldgeschiedenis’; en het idee is hier inderdaad dat je de menselijke geschiedenis vooral moet zien als een onderdeel van de geschiedenis van de natuur.”
– “Wereldgeschiedenis vertelt ons niet alleen een verhaal over het verleden dat we nooit hoorden, ook onze toekomst krijgt er andere, en vooral veel helderder contouren door.”
– “Hegel ent de menselijke geschiedenis op die van de natuur. En hij doet dat door de geschiedenis van de mens te laten evolueren tot geschiedenis van de natuur. De mens wordt in de natuur opgenomen en daarmee zelf natuur, om zo te zeggen.”
“Hegels sleutelbegrip hier is ’bewustwording’. Het unieke van de mens is dat hij zich bewust is van de wereld buiten hemzelf.
– “Maar, zo gaat Hegel verder, het is eigen aan bewustwording dat het leiden moet tot een versmelting met datgene waar het bewustwording van is. Noem datgene waarvan we ons bewust worden B, en onszelf A. Zolang wij – A dus – nog niet geheel met B versmolten zijn, moet B onvermijdelijk nog iets hebben wat voor ons vreemd en onherkenbaar is. Pas wanneer A en B – mens en universum – geheel met elkaar versmolten zijn, pas dán kan sprake zijn van een volledige zelfbewustwording van het universum in, en door de mens. Anders gezegd : het aangeboren streven tot bewustwording van het universum leidt tot een identificatie ermee. Door die opdracht van bewustwording wórdt de mens uiteindelijk het universum. En dan heeft hij aan de natuur, aan het universum, ook de dimensie van het zelfinzicht toegevoegd. Want dat bezat de natuur zelf niet. Dat is volgens Hegel de welhaast goddelijke bestemming van de mensheid.”
– “En nu zijn we waar Hegel ons hebben wil. Bewustwording van de natuur ging hier over in een identificatie of eenwording met de natuur. Immers, het bewustzijn kan hier klaarblijkelijk met de wetten van de natuur en die naar zijn hand zetten. De oversteek van bewustwording naar waar het bewustwording van is, werd hier dan gemaakt. De mens is hier natuur geworden. Maar hij heeft aan de natuur wel zijn meest uitzonderlijke eigenschap – namelijk het vermogen tot bewustwording – toegevoegd; dat is zijn unieke bijdrage. Het lot van de natuur is nu ook dat van de mens: de mens participeert in de oneindigheid van het universum. Aldus komt een huwelijk tot stand tussen mens en natuur, waarin de natuur haar eeuwigheid inbrengt en de mens de dimensie van het zelfbewustzijn. Er valt zeker veel voor te zeggen dit ’God’ te noemen. Zij het dat God hier dan niet staat aan de aanvang der dingen maar pas aan het einde daarvan. God is hier niet onze oorsprong, maar onze bestemming.
En God is hier niet de ander, maar wijzelf in ons toekomstig verbond met de natuur.”