God, een kwal in het heelal

Uit : Lars Gustafsson, De dood van een imker, geciteerd in : Jan Oegema, De godheid heeft geen gezicht, Trouw, 6 januari 2007

Kwal

„Ongeveer zoals een spinnetje kan slapen in een hoek van het web dat hij heeft gemaakt, zo sliep God twintig miljoen jaar in een afgelegen hoek van het universum.

Het was een gebied dat zeer arm aan sterrenstelsels was. Niets stoorde haar. Ze zweefde als een reusachtige schermkwal, dertien parsec in doorsnede en prachtig om te zien met haar voortdurend verschietende roze, groene en diepblauwe kleuren die onder de doorzichtige buitenkant de hele tijd van toon veranderden. [Een parsec bedraagt 3,26 lichtjaar.]

Heel de bodemloze ruimte verleende zij, lichtjaren in alle richtingen, een soort frisheid. Zonder dat daar iets was, had een reiziger haar nabijheid toch kunnen ervaren, zoals je voelt dat je vanuit het binnenland de kust nadert, of zoals je onbekommerd en zorgeloos door een frisse lenteregen loopt en het water over je gezicht laat stromen. Ze verschafte de lege ruimte een bijzonder gevoel van frisheid, van nieuw groen, ja van verliefdheid.

Voor dit wonderbaarlijk en unieke schepsel, ouder dan het universum en eigenlijk vreemd aan ruimte en tijd en dus zowel ouder als jonger dan al het geschapene, zowel groter dan de ruimte in zijn geheel als kleiner dan het kleinste elementaire deeltje, was een slaap van twintig miljoen jaar minder dan slaap. Het was een ogenblik van afwezigheid, ongeveer zoals wanneer een chauffeur een moment zijn blik van de weg laat glijden om iets te overdenken.”

Een mooi beeld van God. Als je wel eens kwal hebt zien zwemmen in een zee-aquarium weet je hoe mooi en gracieus deze schepsels zijn. Ze bestaan bijna alleen uit water, maar ze leven : levend water …, ook erg Bijbels …

Voor de letterlijk lezende christenen onder ons : nee, ik geloof niet dat God een kwal ís, nee, de schrijver gelooft ook niet dat God een kwal is. Je leest een gelijkenis.