
Freya Hoffmeister heeft in 2009 in een kajak rond Australië gevaren, een prestatie waarvan je de enormiteit niet in woorden kunt vangen. De kaart van Australië is maar een blik van hoogstens een meter bij een meter, zo overzichtelijk. Ze deed 332 dagen over de 13.790 kilometer. 245 dagen peddelen, dagen met tegenwind, enorme golven, rotsen onder en boven water, kliffen waar ze niet op kon landen, zoutwater krokodillen, erg giftige kwallen ( Australië is het continent van de giftige natuur ). Gebroken nachten als ze vroeg vertrok, gebroken nachten als er geen mogelijkheid was te landen. Een jaar lang kamperen.
Paul Caffyn deed het 29 jaar eerder in 360 / 257 dagen, maar zonder moderne telecommunicatiemiddelen en internet en zonder moderne boot. Evengoed heeft het weinig zin om beide prestaties te vergelijken. Wat mij betreft zijn ze beide uniek, al is Freya Hoffmeister het daar ongetwijfeld niet mee eens. Voor haar telt de winst.
Maar een vreselijk mens, als naaste. Volledig gericht op wat haar op dat moment aangaat. Geen belangstelling voor anderen, ze vertelt vooral over zichzelf.
Toch zijn dat de eigenschappen waarmee ze de tocht kon volbrengen. Ze kan haar emoties afschermen. Ze stopt het verhaal over haar gezinsgeschiedenis voor het haar kan emotioneren. Ze weigert problemen de hare te maken als anderen ze aandragen.
Joe Glickman heeft er goed aan gedaan het verslag van de tocht, ondanks weerzin van de hoofdpersoon, te plaatsen in het perspectief van haar gezinsgeschiedenis. En heel af en toe vang je een glimp op van een gevoelsleven, vooral als het over haar zoon gaat. En afkeer van je gezinsgeschiedenis is ook gevoelsleven.