Natuur is wat er gebeurt als je niets doet. Ondoordringbare brandnetels, bramen, riet en elzen, een paar soorten vogels, wat vlinders en een heleboel onaaibaar en onaanzienlijk grut, maar toch, natuur. Natuur heeft geen grondverzet nodig met graafmachines, ingenieursbureau’s, gradiënten gericht op de terugkeer van het blauwwitgeelgestreepte motvlindertje en de stinkende dwergorchis. Of de grote grazers, die als zebra’s onze parken natuurlijk maken. Je hoeft alleen maar niets te doen. Het kost niets ! Ja, het kost vastgeroeste denkbeelden, zoals dat bermen horen te bestaan uit gemaaid gras en een zieltogend hegje en dat bos mislukt is als er rottend hout in ligt. Zó slordig. Bedenk eens hoeveel geld het ons bestaat als onze overheid, wij dus, niet elke week tussen maart en november zo’n maaimachine met een man erin hoeft rond te laten rijden. Ons land heeft zo veel plekken waar je de natuur gewoon zijn gang kunt laten gaan, dus waar je niets kunt doen : bermen, die ongebruikte stukken grond bij wegkruisingen, langs kanalen, ongebruikt bouwterrein, echte, erkende natuurgebieden – het is mij een raadsel waarom je in natuurgebieden zo nodig onderhoud moet plegen. We kammen de haren van de Matterhorn ook niet. Goed, de wereld gaat er totaal anders uitzien, maar ik voorspel dat, als na tien jaar de brandnetels en de bramen zijn uitgewoed, er wel enig begrip voor zal ontstaan. Kortom, ik ben niet alleen voor rewilding in de zin van de wolf terug in Nederland, maar voor rewilding in de vorm van ‘afblijven en op ons luie achterwerk zitten’ .