Hoe werkt dat ?
Ik werk bij een gemeente. Een deel van mijn werk is schades afhandelen. Grote schades doet een verzekering, veel kleine doe ik zelf. De verzekering en ik werken op precies dezelfde manier.
We kijken of we volgens de wet schade moeten vergoeden (1). En omdat de wet heel kort is kijken we ook naar uitspraken van rechters.
Je kunt van iedereen voor van alles schadevergoeding vragen of eisen. Dat heet ‘iemand aansprakelijk stellen voor schade’. Alleen kun jij wel vinden dat iemand jouw schade moet vergoeden, maar die kan best vinden van niet. We hebben de wet als scheidsrechter. We hebben de rechter als scheidsrechter.
Die wet van ons probeert ons rechtsgevoel vast te leggen. Dat lukt vaak goed maar soms niet. Deze regels spreken vanzelf :
- Wie eist bewijst ( artikel 150 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering ).
- Alleen als ik jouw schade veroorzaak moet ik die vergoeden ( artikel 101 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 162 van dat boek (2) ).
Maar sommige artikelen gaan tegen je rechtsgevoel in :
- De sterke verkeersdeelnemer moet de schade vergoeden die hij veroorzaakt aan de zwakke verkeersdeelnemer, ook als de zwakke duidelijk fouten gemaakt heeft ( artikel 185 van de Wegenverkeerswet ).
- De eigenaar van een een gebouw of een weg moet schade vergoeden die het gebouw of de weg heeft veroorzaakt ( artikel 174 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ).
- Maar bij een boom is dat niet zo ( artikel 162 opnieuw ).
Ik doe dit werk elke dag, jij waarschijnlijk niet. Ik ken die wetsartikelen en ik weet hoe rechters ze uitleggen. Jij waarschijnlijk niet. Je staat tegen mij meteen met 1-0 achter. Daarom kan je bij grote schades het best meteen rechtsbijstand zoeken. Vooral bij letsel raad ik je dat aan.
Let op bij rechtsbijstand : de kosten van de juridische bijstand horen tot de schade (3). Als ik jouw schade moet vergoeden moet ik ook de kosten vergoeden, die jij gemaakt hebt om de schadevergoeding te krijgen. De rechtsbijstandsverlener krijg dus betaald van mij, maar alleen als ik jouw schade moet vergoeden. Als die dan ook nog een deel van jouw schadevergoeding opeist vangt die dus dubbel. Zo’n bijstandsverlener moet je dus niet hebben.
Wat jij altijd, altijd, altijd zelf moet doen is bewijzen dat ik jouw schade heb veroorzaakt. Ook als je rechtsbijstand hebt. Leg dus alles vast. Alles ! Bewaar gegevens, bewaar papieren, bonnetjes en vooral : maak foto’s. Meteen. Maak heel veel foto’s. Je kunt altijd weggooien. Je kunt nooit achteraf bijmaken. Verzamel namen en contactgegevens van getuigen. Als er eerdere meldingen zijn gedaan moet je de gegevens van de melder en het tijdstip van de melding hebben. Bij voertuigen : maak foto’s van het kenteken van het trekkend voertuig. Maak ook ’s nachts foto’s, al lijkt dat zinloos. Maak screenshots van internet. Dat soort dingen moet jij zelf doen of laten doen. Zo versterk je je bewijspositie ( zo heet dat ).
Schadevergoeding vragen van een gemeente ( of wie dan ook (4) ) is verder makkelijk. Je kunt een e-mail sturen, een webformulier invullen, een brief sturen (5). Bellen kan ook, maar dan moet je later toch iets op papier zetten. Alles gaat op papier ( bewijs ! ).
Ik ben het niet per sé met jou eens. Jij kunt wel vinden dat ik jouw schade moet vergoeden, maar ik kan vinden van niet. Als ik jouw schade niet vergoed kan je twee dingen doen : je erbij neerleggen of er tegenin gaan. Als je tegen mijn standpunt ingaat heeft dat een vaste volgorde :
- Je stuurt een e-mail of een brief of je laat dat doen. Bellen heeft niet zoveel zin. Een gesprek kan je moeilijk bewijzen en het gesprek opnemen mag niet zonder toestemming. Ik ga die toestemming niet geven. Schrijf maar een e-mail of een brief.
- Je blijft het niet eens met mijn standpunt en je spant een rechtszaak aan.
- Je bent het niet eens met de uitspraak van de rechter. Je gaat naar een hogere rechter.
- Je bent het ook niet eens met de uitpraak van de hogere rechter. Je gaat naar de Hoge Raad.
- De Hoge Raad wijst je terug naar een lagere rechter. Dan is er nog hoop voor jou. Of de Hoge Raad bekrachtigt de uitspraak van de lagere rechter. Dan heb je geen mogelijkheid meer om je schade vergoed te krijgen.
In werkelijkheid zijn er afwijkingen van deze weg.
Schades zijn op z’n minst vervelend, soms rampzalig. De afhandeling van de schade kan ook erg vervelend uitpakken. En heel lang duren. Vooral letselschades kunnen lang duren. Deskundigen moeten dan een medische eindtoestand vaststellen. Daar kunnen jaren mee heengaan. En jouw deskundige en die van de verzekering kunnen het oneens zijn met elkaar. Letsels worden altijd door verzekeringen afgehandeld. Ik als gemeente weet nooit van de inhoud van jouw letselschadezaak.
Ik hoop dat je hier nooit voor komt te staan. Maar als het dan toch moet hoop ik je hier mee verder te hebben geholpen. Succes !
Voetnoten
(1) We zijn overheid en als er één is die zich aan de wet moet houden is dat de overheid. De overheid doet dat niet altijd – de overheid is ook gewoon een groep mensen met een groepsgevoel. Maar ik doe mijn best.
(2) Je schrijft dat zo : art. 6:101 BW en art. 6:162 BW. Die andere : art. 150 Rv, art. 185 WVW, art. 6:174 BW. Je kunt die artikelen makkelijk vinden op internet :
Dit is één link : https://wetten.overheid.nl/
En dit is een andere : https://maxius.nl/zoeken
(3) Artikel 6:97 Burgerlijk Wetboek. Alleen de redelijke kosten horen tot de schade. De kosten moeten gemaakt zijn om de schade vergoed te krijgen ( dus niet de kosten van een etentje met de advocaat ). De hoogte van de kosten moet ook redelijk zijn.
(4) Een gemeente is bij schade voor de wet meestal een persoon, een burger, net als jij. Of je de gemeente aansprakelijk stelt of je buurvrouw, dat is voor de wet precies hetzelfde.
(5) WhatsApp verbiedt politieke organisaties, zoals een gemeente, om te appen met mensen buiten de gemeente.