Mark Mieras : Ben ik dat ?

Cat:

Mark Mieras, Ben ik dat ? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf.

Wim gaf met het boek te leen. Mark Mieras is een journalist die zich gespecialiseerd heeft in de hersenen. Het boek geeft de stand van zaken weer op het gebied van het hersenonderzoek in 2007, in een groot aantal korte hoofdstukken. Het mooist vond ik de hoofdstukken over persoonlijkheid en zelfbewustzijn. Het lijkt erop dat het bewustzijn achter de waarneming aanhobbelt – dat kan natuurlijk ook niet anders – en achteraf een verhaaltje verzint voor die ene van alle parallelle waarnemingen. En welke dat is ? En waaròm bestaat dat bewustzijn dan wel ? Waarschijnlijk is, samenhangend met het taalvermogen, ontstaan in dienst van de sociale interactie.

Hersenen en karakter, persoonlijkheid

  • Hersenonderzoek : ”(…) elk gevoel en gedrag is te verklaren uit de activiteit van hersencentra.” (108)
  • Empathie wordt veroorzaakt door spiegelneuronen : meer dan gemiddeld empatische mensen hebben actievere spiegelneuronen ( Groningen, 2006 ) (108)
  • Een overactieve amandelkern (“beschikt over een centrum dat de emoties van gezichtsuitdrukkingen leest”) veroorzaakt verlegenheid ( Harvard Medical School, 2003). ”Niet alleen de gevoeligheid, maar ook de aard van de amandelkern verschilt van mens tot mens. Bij de ene mens reageert de kern sterker op negatieve gezichtsuitdrukkingen en bij de andere meer bij positieve gezichtsuitdrukkingen.” Verschillen tussen hersenen zorgen ervaar dat mensen dezelfde wereld heel verschillend ervaren. De één ziet mensen om zich heen die worselen met emoties, de ander ziet rationele wezens. De één ziet vrolijkheid en vriendelijkheid, de ander veel neutrale en norse gezichten. En omdat we de wereld verschillend ervaren, reageren we daarop ook anders.” (109)
  • ”Hoe sterker de amandelkern (…) reageerde op een glimlach, hoe extraverter die persoon (…)”. ”Extraverte mensen lijkt het alsof iedereen ze de hele dag toelacht. (…) Verlegen en introverte mensen zien de hele dag vooral angstige en nurkse gezichtsuitdrukkingen (…) Ze voelen zich in gezelschap wat minder op hun gemak.” (109)
  • Ambitie, motivatie en interesse worden gestuurd door activiteit in de beloningscentra in de hersenen, vooral door de dopamine die de beloningscentra in meer of mindere mate opwekken. (110-111)
  • Altruïsme en eerlijkheid hebben een bron in de hersenen, namelijk de dorsalaterale prefontale cortex (DLPFC). Als je goed wilt zijn in liegen heb je ook een prefontaalschors nodig die snel de complexe inschatting kan maken van wat de ander geloofwaardig zal vinden. (110-111)
  • ”Vreemd dat we er in onze sociale interactie impliciet steeds van uitgaan dat alle mensen hetzelfde zijn.” Maar ook dat komt door de hersenen : ”Onze spiegelneuronen projecteren het gedrag van de ander in ons eigen brein. Sociaal gedrag en gezichtsuitdrukkingen van anderen voelen we intuïtief aan door ze in ons (sic) eigen hersenen te beleven. We gebruiken onszelf dus om het gedrag van de ander te begrijpen en kunnen niet anders dan impliciet veronderstellen dat we hetzelfde zijn.” (112)
  • Erfelijkheid bepaalt een deel van de werking van de hersenen en daarmee van karakterverschillen. Omstandigheden tijdens de zwangerschap zijn ook van invloed, alcohol en roken bijvoorbeeld, maar ook voedselgebrek. (112-113)
  • Maar je kunt je eigenschappen beïnvloeden : Ben je verlegen en ga je op een toneelvereniging dan ontwikkelt je brein zich in een andere richting. De amandelkern blijft als hij is, maar andere hersendelen kunnen zich ermee gaan bemoeien en zo je persoonlijkheid een beetje veranderen. (115)

En wie ben ik ? Over zelfbewustzijn

  • Volgens de Portugese arts Damasio zetelt het zelfbewustzijn in het bovenste deel van de hersenstam, de pons. Dat is het regelcentrum van de hersenen. De hersenstam regelt het hele lichaam. Zelfbewustzijn is lichaamsbewustzijn. De hersenen laten je iets doen en je neemt het gevolg waar met je lichaam. (273-275)
  • Maar zelfbewustzijn is meer : plannen, herinneringen, angst, genot. Zelfbewustzijn zit ook in de prefontaalschors en de gyrus cingularis. Sommige zoogdieren hebben bewustzijn van de wereld om zich heen, maar geen zelfbewustzijn. Alleen mens en mensaap hebben het bewustzijn van bewustzijn, ze weten wie de waarnemer is. (276)
  • Zelfreflectie begint rond 18 maanden. Apen hebben een zelfbewustzijn vergelijkbaar met deze leeftijd. (277)
  • Slapen en ontwaken. De reticulaire formatie in de hersenstam stuurt het slapen. (279)
  • Tijdens de slaap werken de hersenen door, maar anders dan in waaktoestand : er zijn geen verbanden meer tussen de hersengebieden. Het lijkt op “de babytijd toen de dwarsverbindingen nog ontbraken ( … ) Zonder die dwarsverbindingen is er geen bewustzijn mogelijk. Bewustzijn vraagt om overzicht en samenhang.” (280)
  • Droomtheorie : ”( … ) de theorie dat een droom een reconstructie is van de gebeurtenissen en ervaringen tijdens de nacht. Een reconstructie die de hersenen achteraf maken, bij het ontwaken. Als we wakker worden verbinden de eilandjes in de hersenen zich weer tot één geheel en vloeit de fragmentarisch opgeslagen ervaring van de nacht samen. Het zelfbewustzijn keert terug en treft een allegaartje van losse ervaringen aan. De frontaalkwab verzint een verhaal om de elementen aan elkaar te knopen : dat is de droom.” En waarom zouden de hersenen dat dan wel doen ? Volgens Mieras omdat de hersenen de hele dag door niets anders doen. Het zelfbewustzijn is de hersenen die ervaringen tot verhalen scheppen. Achteraf. Je kunt meten dat de zelfreflectie in de hersenen aan en uit springt. Ervaren is een activiteit die het zelfbewustzijn uitsluit. (281)
  • Je verliest je in kijken, luisteren, voelen. Achteraf breit het zelfbewustzijn de ervaringen aan elkaar. (282)
  • Je eigen ogen in de spiegel kijken je onbewegelijk aan. Ze verspringen niet. Andere ogen wel. De hersenen knippen de momenten van verspringen uit je waarneming, zodat je de sprongen niet steeds merkt. In de spiegel staan jouw ogen daarom stil. Maar die synchronisatie heb je niet met anderen. Hun ogen verspringen steeds. (283)
  • Susan Blackmore : ”De hersencentra doen hun werk: ze reageren op beelden, geluiden, op prikkels uit het lichaam, ze groeperen zichzelf in ensembles die in ritmische patronen met hun prikkels andere ensembles beïnvloeden. Gescheiden daarvan houdt de frontale schors een logboek bij van de prikkels die passeren. Sommige prikkels belanden in het logboek, de meeste niet. en op het moment dat de hersenen de aandacht op zichzelf richten, schrijft de frontale schors aan de hand van het logboek een soort scheepsjournaal waarin die rommelige feiten worden verwerkt tot een samenhangend verhaal. Dat verhaal is ons zelfbewustzijn.” (286)
  • Ervaringen dringen zich op aan het bewustzijn. Het bewustzijn is de verzameling dominante prikkels. (287)
  • ”Niet alle zônes in de hersenen zijn even succesvol in het bereiken van het bewustzijn. Sommige gebieden van de schors slagen daar zelfs nooit in.” Bijvoorbeeld het gebied dat ons in staat stelt obstakels te omzeilen. Die onbewuste vormen van waarnemen noemen we intuïtie. (288)
  • Het zelfbewustzijn ligt dicht bij het taalcentrum van Broca. Onderzoekers veronderstellen een sterk verband tussen taal en zelfbewustzijn. (289)

Zelfbewustzijn hebben we voor anderen ?

  • Veel soorten activiteiten kunnen we zonder bewustzijn uitvoeren. Gedachtenloos rijd je in de auto : goh, ben ik hier al ? De weg vinden kan op de automatische piloot, beslissingen nemen gaat beter zonder eindeloos redeneren ( onderzoek van Ab Dijksterhuis ). Een naam terugvinden in je geheugen gaat beter als je er even niet bewust aan denkt. Problemen oplossen gaat goed in bad of tijdens een wandeling. (297)
  • Onderzoekers geloven dat het bewustzijn een rol speelt bij het plannen van complexe en onbekende activiteiten. (299)
  • Het bewustzijn houdt zich bezig met het dominante hersenproces. Het volgt wat uit de zintuiglijke waarneming van de rest van de hersenen opborrelt als het meest alarmerende. (299)
  • ”Waar de actie is, daar is het bewustzijn.” (300)
  • Susan Blackmore ( Consciousness, an introduction Meditation and mindfullness ; Buddhism and consciousness ) vindt dat het bewustzijn geen rol speelt in de hersenen. Ze ziet overeenkomsten tussen opvatting van het menselijke bewustzijn in het boedisme en in de wetenschap. (300)
  • Het zelf en de vrije wil zijn illusies. Mensen hebben wel zelfgevoel en gevoel van vrije wil, maar ervaringen komen anders tot stand dan wij denken. Het zelfbewustzijn is met kleine vertraging getuige van de beslissingen en handelingen van de hersenen. (300-301)
  • Daniel Dennet : De hersenen scheppen een verhaal omdat de mens als sociaal wezen zo’n verhaal nodig heeft om samen te leven en te werken. We hebben ons zelfbewustzijn niet voor onszelf maar voor de ander. (302)
  • ”Wij zijn de hoofdpersoon in het verhaal dat de hersenen aan onze sociale omgeving willen vertellen over ons leven.” (303)
  • De hersenen vullen voortdurend onvolledige informatie aan tot een compleet verhaal. Ze constueren beelden, vullen hiaten daarin, verzinnen details, of herinneringen, als dat past. Van gebeurtenissen, van andere mensen, van het zelf. Je bent de hoofdpersoon in je eigen roman. (304)
  • Waarom zijn mensen zo dol op verhalen, literatuur, films ? “Wie leest wordt het verhaal. De schrijver neemt bezit van de gevoelens en de zintuigen van de lezer.” (305)
  • OED : Dus : geweldsfilms, reclame en computergames hebben in elk geval wel het effect dat de toeschouwer of deelnemer voor de duur ervan gevoelens en ervaringen hebben. De vraag blijft of na afloop iets in de hersenen veranderd is. Het lijkt mij van wel, misschien pas na herhaalde blootstelling.