EHBO

Cat:

Op weg naar de Gamma, voor ringetjes in de gootsteenafvoer in het huis van mijn moeder, draaide ik mijn auto voor de overweg linksaf. De overweg was dicht. De trein toetterde lang. Door mijn hoofd schoot met afkeuring : ‘Scholieren om de dichte bomen heen’. Uit mijn ooghoeken zag ik een groen lichaam voor de trein uit van de spoorbaan tuimelen. Ik maakte een bocht terug, parkeerde en liep naar het lichaam. Ik constateerde dat er al mensen op de stoep stonden te bellen. Dat hoefde ik dus niet meer te regelen. Ik riep nog wel of ze 112 belden – dat was het geval. Het lichaam leefde. Het kreunde en probeerde op de rug te gaan liggen. Dat mocht niet van mij. Maar het bleef proberen. Uiteindelijk kon ik het niet tegenhouden. Nu liep wel zijn linkeroogkas vol bloed.

Zijn rechterarm bleek boven de elleboog finaal afgebroken. In het groene trainingsjak zat een enorme bloedvlek, maar die zag ik niet groter worden. De machinist van de trein kwam erbij, met twee oranje ehbo-dozen. Hij kreeg het cellofaan er niet af. Ik overlegde met de machinist wat we met de arm zouden doen. We wisten niet waar de slagader liep en we lieten het maar. Ik haalde het cellofaan van de doos. Toen zat er nog een loodje op en toen ik dat loshad kreeg ik het ijzerdraad niet los. Daar moest mijn mes aan te pas komen. De machinist was vreselijk goed in het stellen van vragen, naam, adres, leeftijd, school … Hij had er een eind aan willen maken ( maar deze overweg was daar geen goede plaats voor : de trein heeft er nauwelijks nog vaart en te horen aan de toeter stond hij te vroeg voor de trein ). Het was al met al een niet al te nuttige bijdrage van mijn kant.

Verslag treinongeval 112 Groningen

Ik was wel benieuwd naar het effect van zo’n belevenis. Ik voelde me wat afwezig de rest van de dag. Het beeld van de bloederge afgebroken arm bleef op mijn netvlies. Ik zag op tegen gaan slapen, maar ik heb goed geslapen en niet gedroomd. De volgende dag was alles weer gewoon. Ik denk wel met afgrijzen aan de machinist, die dit langdurig heeft moeten aanzien vanuit zijn trein, aan de ziekenwagenbemanningen, die dagelijks nog veel ergere verwondingen ziet en hoort, en de politiemensen, die er meestal eerder bij zijn dan de ziekenwagens.