A short history of nearly everything
A journey through space and time door Bill Bryson

Dit is een fantastisch boek. Het was even doorlezen, het is een dik boek, maar het leest als een trein, zelfs in het Engels. Zoals The Guardian schreef : “It’s hard to imagine a better rough guide to science”. Bill Bryson schetst de huidige stand van de natuurwetenschappen, van sterrenkunde, quantumfysica en geologie tot biologie en celkunde. En niet alleen dat, ook de geschiedenis van de vakgebieden beschrijft hij met allerlei wetenswaardigheden, hebbelijkheden en onhebbelijkheden van ( ruzies tussen ) de wetenschappers. Het is daarmee ook een geschiedenis van alles maar vooral een geschiedenis van de wetenschap, de geschiedenis van onze bewustwording van onszelf en onze omgeving en een kijkje in de menselijke activiteit ‘wetenschap’. Met Britse onderkoeldheid, wat knap is voor een Amerikaan, die zelfs voor mij als matig Engelslezer te volgen is, meestal.
Elastisch universum. ABC van de baanbrekende ideeën van Erik Verlinde.

Tijdens het lezen van het boek van Bill Bryson kwam ik in de boekhandel dit boek tegen. Het is een begrijpelijke inleiding in de theorie van Verlinde over het gat dat de zwaartekracht vormt tussen de algemene relativiteitstheorie en de quantumfysica en over de missende donkere materie. Leuk om te lezen, hoewel Van Hal door de opzet van het boek als ABC veel herhaalt. Dat voelt drammerig. Het is natuurlijk maar afwachten of dit nu echt een begaanbare weg zal blijken.
The big short ( 2015 )
Het werd toch eens tijd om hem te bekijken. Ook jaren na de crisis van 2008 is het schokkend om te zien hoezeer een hele bedrijfstak van – naar ik aanneem – gemiddeld hoog opgeleide mensen nooit te moeite namen om zich te verdiepen in hun producten en alleen voor de opbrengst te gaan. De manier waarop ze neerkeken op één van de titelhelden toen hij ze een zakenvoorstel deed dat compleet strijdig was met hun idee van business as usual, maar dat hem na de crisis die hij voorspelde honderden miljoenen opleverde … En de andere partij werkloos maakte. Niemand behalve de helden van de film die onderzochten wat ze kochten en verkochten. Niemand die het gewone handwerk deed.
De film volgt drie tot vijf hoofdrolspelers – misschien eigenlijk maar één, Michael Burry van Scion Capital, een voormalig neuroloog. Hij analyseerde de handel in pakketten subprime mortgages en ontdekte dat de waarde van de pakketten niet gerelateerd was aan het risico ervan en dat het risico op korte termijn zou toenemen. Op basis hiervan voorspelde hij een sterke waardedaling van de pakketten, terwijl de handelende banken zich blind staarden op commissies, zonder interesse te hebben in de inhoud van de pakketten of in de analyse daarvan en de rating agencies veel te hoge zekerheid toekenden aan de pakketten. Burry bedacht credit default swaps waarmee hij speculeerde op de komende waardedaling. Ook enkele andere actoren kwamen tot zijn conclusie. De waardedaling vond inderdaad plaats en werd de internationale economische crisis vna 2007-2008. Burry en de enkele anderen werden rijk.
Ik vond het verontrustend te zien dat maar enkelen, zoals Burry, de moeite namen te begrijpen waarin ze investeerden en handelen. Bijna niemand van enige naam nam de moeite de ellenlange tabellen met de hypotheken en de betalingsdicipline van de schuldenaren door te nemen of gewoon eens de verhypotheekte woningen te bezoeken. Een goede aansporing om dat zelf wel te blijven doen.