Sport is overal. Topsport, breedtesport, amateursport, sport met tegenzin voor de gezondheid, sport om fit te zijn. Fitness is overal. Elk dorp van enige omvang heeft een sportschool, waar mensen aan hun fitness kunnen werken. Sport is goed voor je fitness. Als je fit bent kun je het leven beter aan.
Maar wat is fitness ?
Het begrip ‘fitness’ komt uit de evolutietheorie : survival of the fittest. Het is bijna synoniem met Darwin, maar Herbert Spencer heeft het bedacht, nadat hij The origin of species van Charles Darwin las ( Spencers was een econoom en zijn theorie was op mensen gericht ). Darwin gebruikte in het boek eerst de term natural selection, maar verving dat later door survival of the fittest. Het begrip beschrijft het succes van het overleven van genetische eigenschappen, beter het vergroten van het succes van voortplanting door genetische variatie. Het gaat niet per sé om de lichamelijk sterkste maar om de best aangepaste. Meer gif, een minder opvallende kleur, grotere ogen kunnen succesvoller zijn dan grotere kracht. Een soort wordt dan na verloop van tijd giftiger, beter gecamoufleerd en krijgt groter ogen, maar krijgt minder kracht en overleeft toch beter.
Mensen zijn erg succesvol wat voortplaning betreft, als soort. Voorlopig ( je moet je afvragen of daar met Trump en de klimaatdiscussie niet een hik in is gekomen. Misschien juist we niet. Dat klimaat, mensgerelateerd of niet, is een nieuwe uitdaging voor de fitness van de mens ).
In de sport draait fitness niet om de soort, maar om het individu. In hoeverre is het individu in staat om met vooral lichamelijke prestaties succes te maximaliseren ? Het gaat niet om de doorgifte van genen, maar om lichamelijke prestaties, ook al spelen psychische factoren daar een rol bij en tegenwoordig ook de voeding. En het gaat om soms een heel nauw gedefinieerd ‘milieu’. Neem bijvoorbeeld de fitness van de libero bij het volleybal, die alleen de service van de tegenstander moet verwerken, in een veld van negen bij negen meter, waarbij een bal binnen de lijnen van de vloer gehouden moet worden, waarbij de bal moet blijven bewegen ( niet vastgehouden mag worden ) en binnen elke partij maximaal drie keer mag worden aangeraakt.
Fitness in de sport is dus het behalen van doelen door middel van lichamelijke activiteit.
Een interessante vraag is of doping bijdraagt aan fitness, maar dat terzijde. Dus als je 3.000 km wilt wandelen is fitness dat je lijf dat volhoudt. De fitness van een 50 meterzwemmer is een heel andere. Of die van een gewichtheffer. En als je ook een stevige baan hebt, kan fitness weer iets anders zijn. Cruciaal is dus het doel van de beweging.
Daarbij heeft ook een verschuiving plaatsgevonden van fitness als begrip dat ‘succes’ betekent naar een begrip dat de activiteit beschrijft die naar het succes leidt : een stelsel van lichamelijke oefeningen. Zo kan je zeggen ‘ik ga naar fitness’ als je bedoelt dat je naar een sportschool gaat waar je lichamelijke oefeningen gaat doen die je ‘fit’ zullen maken. Waarbij ‘fit’ wel kan verwijzen naar ‘fitness’ in de zin van gereed om een doel te bereiken, maar waarbij dat doel heel vaag kan zijn, bijvoorbeeld ‘gezonder leven’ of ‘ik moet toch eens wat aan mijn lichaam doen’. Om succes bij de voortplanting gaat het in elk geval niet meer. Misschien om voldoende energie om de paring vol te houden of zelfs aan te vangen.
Kortom, je doel bepaalt je fitness.