Categorie: Kamperen

  • Kamperen in februari

    De eerste keer kamperen, eigenlijk maar een dag, verdeeld over twee dagen. In februari zijn maar weinig campings open. Eén daarvan is Landgoed Mariahoeve in Papenvoort, tussen Rolde en Borger, in Drente,

    De camping ligt aan een provinciale weg waar best wat auto’s over rijden, ook omdat het een weg is naar en van een nog drukkere autoweg.

    De ontvangst was allerhartelijkst. De camping is rommelig en alternatieverig. Dat spreekt me aan. Ik kan me voorstellen dat de camping in de zomer voor kinderen geweldig is.

    Ik kon achterin het bos een plek zoeken, helemaal alleen, onder hoge bomen. Helaas waaide het hard en de nog wat lage temperatuur maakte de wind extra koud. Het geluid van de wind in de bomen is op de één of andere manier vermoeiend.

    De camping heeft een meer, een pingoruïne. Daar kan je wel in, natuurlijk heb ik dat geprobeerd, maar je zakt tot je knieën in de drab. Niet fijn. Wel fijn is het meer in het bos in de buurt van de camping, vijf kilometer lopen. Het water is tropisch blauw. Jammer genoeg is het ook druk. Ik was op een koude zondag, maar met zon, om tien of elf uur bij het meer, in het gezelschap van fietsers op de ATB-baan, wandelaars op de oever en een hardloopkudde oude mensen, achtervolgd door een luid zoemende drone – waarom eindeloze beelden maken van de achterkant van sukkelende oude hardlopers ? Ik wilde zwemmen en dat heb ik gedaan, naakt ook, het water is al gauw erg diep dus het ongemak duurde maar kort, maar toch te veel mensen.

    Het bos bij Borger is eigenlijk lelijk. Er ligt een padennet in dat lijkt op een stad in de USA, regelmatige vierkanten, netjes genummerd op een pittoreske, maar blinkend wit geverfde zwerfsteen. Het is kennelijk productiebos. Wel met mooi, felgroen, mos, blakend van gezondheid.

    De slotsom : leuk, bij gebrek aan beter.

  • Deep survival

    Deep survival. Wie overleeft, wie niet en waarom, door Laurence Gonzales, 2017, 2003.

    Ik las het boek in één keer uit, onderbroken door een nacht slaap. Het is precies wat de titel zegt, een zoektocht naar wie ongelukken overleeft en wie niet. De ongelukken zijn vooral recreatieve ongelukken : bergbeklimmen, wandeltochten, wildwatervaren, ongelukken met zeilboten. En dan een paar vliegongelukken.

    De vaart zit vooral in de eerste helft van het boek. Daar vind je ook de analyse van wat er in je hoofd gebeurt onder spanning en als iets mis gaat. Bijvoorbeeld als je verdwaalt. De tweede helft is uitgesponnen en filosofisch.

    Het mondt uit in twaalf aanbevelingen. Die zijn niet bijzonder en erg algemeen, wat onontkoombaar is bij de verscheidenheid aan mogelijke ongelukken. Samengevat :

    1. Neem waar. Je situatie moet je leiden, niet de regels die je je eigengemaakt hebt. Je moet afstand kunnen nemen van je vertrouwde regels en de wereld om je heen waarnemen.
    2. Zie de schoonheid van de wereld om je heen.
    3. Blijf denken. Weet dat je emoties het overnemen.
    4. Organiseer kleine, overzichtelijke taken. Doe ze. Vier het voltooien.
    5. Geef je over. Tot je dood bent.

    Ik zou daar nog voorbereiding aan willen toevoegen. Bedenk in welke situatie je terecht komt en wat mis kan gaan. Leer een nuttige vaardigheid voor je begint ( maar weet ook dat kennis en vaardigheid een vals gevoel van veiligheid kunnen geven ).

    En begin niet of keer terug als het niet goed voelt. Durf de spelbreker te zijn. Maar je moet emotioneel en sociaal al stevig in je schoenen staan om dat te kunnen. Sociale normen en sociale druk zijn reëel en krachtig.

    Het boek gaat dan wel over moeilijke omstandigheden, gezocht of niet gezocht, maar uiteindelijk gaat dit over het leven en over sterven. Wat we ook doen, we sterven. Elke situatie kan leiden tot de dood. Mijn dood is dichtbij als ik nu naakt in de tuin ga zitten. Het is vijf uur ’s middags, volgens de weerapp is het één graad, windkracht twee. Als ik buiten blijf ben ik morgen dood. Als ik op het gras ga liggen gaat het sneller. Als ik mijn kleren aanhoudt duurt het langer. Wat doe je ? Kleren aanhouden en binnen blijven.

    Hetzelfde geldt voor autorijden. In 2024 stierven 675 mensen in het verkeer. Wat doe je ?

  • Schiermonnikoog nieuwe tent

    Het laatste weekeinde dat de camping open was. De nieuwe tent, één van de duurste ooit. Hij kan aan twee kanten open, zodat je vanuit de tent altijd een luwe kant hebt om te koken. Prachtig afgewerkt, mag ook wel voor die prijs. Veel bagageruimte. Uitstekende ventilatie. Je kunt de tent in beginsel met zes haringen vastzetten ! Als het hard waait kan je zes scheerlijnen spannen.

    Doorzontent, Fjällräven Abisko dome 2.

    Twee minpunten, waarvan één grote. Het kleine : er lopen draden één of twee centimeter boven de grond, tussen de beide uiteinden van elke tentstok. Ik had er geen last van, maar ik vind het niet mooi en niet fijn.

    Het grote : hoewel het lijkt alsof het grondzeil aan de tent vastgemaakt kan worden, kon ik dat met geen mogelijkheid voor elkaar krijgen. Aan de tent zitten ringen, aan het grondzeil dwarsstokjes die je door die ringen zou kunnen steken, zo’n houtje-touwtje-systeem. Ik heb de tent helemaal los gemaakt, strak gezet, kracht gezet. Niets werkte. Bovendien zitten die ringen zo, dat het grondzeil een paar centimeter boven de grond zou zweven. Boven op die genoemde draden. Hij kan er ook onder, maar dan zitten die draden dus boven het grondzeil. En dan kan je het grondzeil helemaal niet aan de tent vastmaken, want de ringen daarvoor – als ze daarvoor zijn – zitten boven een andere bevestiging.

    Misschien nog een ietsie klein minpuntje : de scheerlijnen zijn erg lang, langer dan gebruikelijk voor zo’n kleine tent, en ze zijn dun ( maar van Dyneema, dus uiterst sterk ), waardoor ze slecht zichtbaar zijn . Op een krappe, dichtbevolkte camping kunnen mensen daar over struikelen.

  • Valgaudemar, Séveraisse, Gioberney

    Als je vanuit het noorden de Champsaur binnenrijdt kan je afslaan naar links, naar Saint-Firmin. Daar begint het dal van La Séveraisse dat Le Valgaudemar heet. Diep in het dal ligt de camping Les Bouleaux, een fantastische camping met schaduw en aan de rivier. Met overal borden die de evacuatieroute aangeven voor het geval de Séveraisse door een regenbui buiten zijn oevers treedt. Het is dus niet handig om je tent meteen naast de rivier op te zetten. Ik zette mijn tent dus pal naast de rivier op. Daarna merkte ik hoeveel lawaai de rivier wel maakte.

    Verder had ik het geweldig naar mijn zin. Op de plek helemaal links op de foto baadde ik elke dag een paar keer. Vreselijk koud, maar heerlijk.

    Tegen de avond, als de bergwandelaars weer naar huis zijn, reed ik naar de parkeerplaats bij het Hôtel du Gioberney, dat aan het einde van de bergweg ligt. En erg lelijk is. Zowel de P als het hotel. Ik liep het pad op, de vallei rechts in, in de richting van Mont Gioberney. Eén of twee wandelaars nog, de laagstaande zon op de bergtoppen en de ijsvelden. Een oorverdovende stilte. Stilstaan, stil zitten en luisteren en kijken.

    De eerste keer dat ik er was zat een muziekgroep te oefenen in een camper, opgeleukt zoals het een muziekgroep betaamt. Met z’n vijven of zessen, inclusief contrabas. Steeds hetzelfde stukje herhalen, iets folk-achtigs, samenvloeiend met het zicht op de vallei en de bergen.

    De camping kostte € 6,50 per nacht. Alle noodzakelijke sanitair was beschikbaar, schoon en heel. Er was een wasmachine, een ijskast en slechtweerruimte. Heel basis allemaal, maar beschikbaar. Stopcontacten voor de telefoon. Geen broodjes, maar die kon je halen in La-Chapelle-en-Valgaudémar, een paar kilometer verderop, waar de winkel ook een uitgebreide sortering kaas en levensmiddelen had. Voor een dorpswinkel.

  • La Cabane des Pierres

    Veertig jaar geleden kocht ik het stripalbum Armalite 16 van de Franse stipmaker Michel Crespin. Het is een deel uit de serie Les humanoïdes associees, maar het enige dat in het Nederlands vertaald is. Het gaat over een jonge vrouw die alleen leeft in een hut in de bergen, op een paard rondrijdt en een geweer heeft, die Armalite. En dan een deserteur uit het leger in haar huis treft. Want de apocalyps is natuurlijk geweest en het leger is naar en onderdrukkend. Voilà.

    Een paar jaar geleden kocht ik de andere delen. Ik kwam erachter dat de schrijver in één daarvan een kaart heeft opgenomen waarop de plaats van haar huis, een hut meer, een overnachtingsplek voor herders, staat aangegeven. Dat bleek in de vallei te zijn die Champsaur heet, bij Poligny. Op de terugreis van een vakantie in Zuid-Frankrijk, via de Route Napoléon, kwam ik door die Champsaur. Ik vond het landschap geweldig.

    Dit alles was een mooie aanleiding om die hut eens te gaan opzoeken. Nu is de plaats die de schrijver heeft aangekruist niet de plek waar nu de Cabane des Pierres staat. De aangegeven plek ligt een paar honderd meter verderop en hoger en is alleen bereikbaar via een smal bergpad. De hoofdpersoon uit het verhaal rijdt op en neer op een paard. Het is niet waarschijnlijk dat ze steeds het bergpad nam. En bovendien : daarboven staat geen hut en de cabane ademt de sfeer uit het stripboek.

    Er is een wandeling uitgezet die langs de cabane voert. Die zou een uur, anderhalf uur moeten duren en niet moeilijk zijn. Ik had de landkaart 1:25.000 waar de hut en de route op stonden. Het heeft mij drie wandelingen gekost om de hut te bereiken. Ik kon de route niet vinden … Ondanks de markeringen.

    De stenenhelling waar de hut naar genoemd is. Zo af en toe rollen er dus zulke keien van de berg af …

  • Camping Himmelpfort

    Of de dictatuur van het genieten. Zo dus :

    Het genieten begon met twee uur wachten, omdat de slagboom tussen één en drie gesloten is en we tien minuten te laat waren.

    Hieronder een selectie van aanwijzingen om het genieten in goede banen te leiden.

    En dan was de camping ook nog eens heel erg duur. Want ja, dit is genieten tenslotte.

    • Twee volwassenen : € 26,00
    • Toeslag grasveld naast het meer, maar achter riet en bomen, geen meer te zien, wel een parkeerplaats, waar geen voertuigen mochten staan, behalve de kampeer-SUV van de eigenaar : € 4,00
    • Stroom : € 6,00
    • Auto : € 3,50
    • Totaal : € 39,50 per dag !

    En daar heb je dan niets voor wat je voor de helft van de prijs bij de vorige campings had, zoals een plek aan of vlak bij het water. En je mocht niet eens naakt zwemmen.

  • Naturcamping Kratzeburg

    Recht vanuit de tent het water in !

  • Naturcamping Düsterförde Sägewerk

    Sägewerk betekent ‘zaagfabriek’. De naam van de camping moet je letterlijk nemen, al was de fabriek niet meer in gebruik. Hij stond er nog wel en als je niet naar het prachtige meer keek ( helaas ontsierd door twee hoogspanningsmasten, maar die stonden ver genoeg weg ), dan zag je dit :

    De fabriek. Toen we aan kwamen rijden wist ik niet wat ik moest denken. Dat wil zeggen, ik dacht ****. Maar het was niet druk en elke ochtend recht uit de tent zwemmen in het heerlijkste water in een prachtig meer, mjam. Na een paar dagen werd het ook nog warm en zonnig.

    We stonden hier een paar dagen. Toen was het weer genoeg en tijd om naar een andere camping te rijden.

  • Castricum – Egmond

    Ik zou in vier dagen langs de kust lopen, om te kijken of ik dat kon. Ik zou overnachten op campings. Maar het was hemelvaartsweekeinde en de campings waren vol. In de duinen liepen runderen. Ik wilde niet ’s nachts gewekt worden door een kudde. Pas bij Egmond vond ik een plekje voor mijn bivakzak, net buiten het hek.

    Rabarbergebak van Gebroeders Niemeijer in Amsterdam. Het brood was toen al op. Mjam.

    Natuur zoals wij niet graag zien. Maar wel natuur.

    Natuur zoals wij hem graag zien. Ze bloeiden bij velden vol.

    De volgende dag was ik zó stijf dat ik nog vijf kilometer strompelen volhield. En omdat ik niet in het leger zit hoefde kon ik met de bus naar huis, maar niet dan nadat ik in Bergen, wachtend op de bus, een heerlijke citron mériguée at.

  • Keet aan zee, Terschelling

    We waren hier een paar doordeweekse dagen. De zon scheen warm, de vogels zongen, ik kon zonnen en vitamine D tanken. De keet is een stacaravan, ’s avonds best koud. De caravan is opgeleukt. Gelukkig waren we de enigen op het veld, anders zit je dicht op elkaar.

  • Kamperen Schiermonnikoog

    Heerlijk zonnig. Ik kon slapen in mijn bivakzak. De tweede nacht probeerde ik een heel lage tarptent. Dat was geen succes. Ik kon me er niet in wurmen en toen ik eruit wilde zakte hij in elkaar.

    En natuurlijk zwemmen ! Wel koud.