Het eiland voor de oostkust vanwaar Engeland gekerstend is, door Ierse monniken, vandaar de grote kerkruïne. Het heeft veel van een Waddeneiland. Je kunt het bereiken over een weg, die elk hoogwater onderloopt. In de baai rond het eiland leven honderden zeehonden.
Het eiland Lindisfarne vanaf het vasteland
De nieuwe kerk en de ruïne op Lindisfarne
De weg naar Lindisfarne met waarschuwing voor de vloed
Over het smalste stuk van Engeland loopt de Muur van Hadrianus. Hij is ongeveer 100 km. lang. Op weg naar een kampeerplaats reden we fout en kwamen we veel borden tegen die naar de muur wezen. We besloten even naar de muur te gaan kijken, maar hij was niet te vinden. Pas na twee dagen, nadat we een gedetailleerdere kaart kochten, kregen we de muur te zien. Nou, het is een oude muur.
Maar knap van de Romeinen dat ze dit zo lang geleden konden maken, met elke paar mijl een fort en elke paar honderd meter een wachttoren en een verharde weg achter de muur om troepen snel te kunnen verplaatsen.
Gewoon een paar rommelfoto’s, zoals het gebied nu eenmaal is.
Bomen op de Veluwe
Jeneverbessen op de Veluwe
En ik kampeerde op Flevonatuur, een groot naturistending, niet echt een camping, want er waren maar weinig plekken om een tent op te zetten en heel veel stenen, houten en plastikken vakantiewoningen, in allerlei maten. De woning waar mijn tent tegenover stond was groot, twee verdiepingen en duidelijk ontworpen door een architect. Naakt zijn was niet mogelijk, niet in de namiddag en de avond tenminste, als ik bij mijn tent was. Het was er vergeven van de muggen. Niet alleen de broek moest aan en alle andere gebruikelijke bovenkleding, maar om te koken moest mijn bivakmuts op en moesten mijn handen in de mouwen. En daarna gauw de tent in 🙂
Na jaren weer naar de Vogezen. We kampeerden in Osenbach ( klik hier voor de website ), een beetje onhandig gelegen in een, op zich mooie, aan alle kanten omringde vallei, waar een nieuwe eigenaar iets mooi van probeert te maken. Op onze de eerste avond was hij net bezig tarte flambée te maken en moesten we even proberen of het goed was. En hij maakte heerlijke Mojito.
We wandelden, natuurlijk. De Vogezen zijn dooraderd met een netwerk van wandelpaden met uitstekende wegwijzers, onderhouden door de Fédération du Club Vosgien ( klik hier voor de website ).
De mooiste wandelingen maakten we bij de Hohneck en het Lac du Schiessrrothried, waar je natuurlijk ook heerlijk kunt zwemmen, met de hellingen om je heen.
Begin 2016 was een uitzending van Floortje naar het einde van de wereld gewijd aan Miriam en Peter Lancewood. Ze leven buiten, in New-Zealand. Een aantal maal hebben ze een seizoen lang op een plek gewoond in een hut of in hun tent, daarna hebben ze de Te Aroroa Trail gelopen, een lange afstandspad van noord naar zuid New-Zealand, of andersom. Nu heeft Miriam ( oorspronkelijk Mirjam Sleumer, ze is Nederlandse, maar New-Zealanders spreken Mirjam raar uit ) een boek geschreven over haar ervaringen.
Eerst de randvoorwaarden. Bij de presentatie van haar boek, waar ik bij aanwezig was, zei Miriam, dat ze rondkwamen van EUR 3.500 per jaar. Ze leefden van de rente op hun spaargeld. De rente in New-Zealand is hoger dan bij ons. Ze rentenieren dus in de letterlijke zin van het woord.
Het idee is inspirerend. Dat je van zo weinig geld zo mooi kunt leven. Nieuw Zeeland is natuurlijk een fantastisch decor. Het boek puilt uit van de natuurbeschrijvingen in superlatieven. Wat ook wel een van de bezwaren vind. Na de zoveelste uitroep geloof je het wel.
Interessant vind ik, wat deze manier van leven doet met Miriam en Peter. Hij maakt Miriams zintuigen scherper. Ze hoort beter en ze ruikt de geiten, die ze schiet voor het eten, voor ze hen ziet. Waarschijnlijk speelt ook mee, dat ze geluiden en geuren beter leert kennen en ze daardoor opmerkt, waar ze eerder onopgemerkt bleven omdat ze niet van belang waren.
Er is ook verveling. De eerste twee weken in de natuur is er verveling, daarna ben je aangepast. Dat ken ik van kamperen, gewoon op een camping. Zou het uitmaken als ze niet rentenierden maar moesten leven van werk, wat voor werk dan ook ? Landbouw, veeteelt, schrijven of andere dingen die je met een computer en een telefoon of satellietverbinding kunt doen ? Vast wel.
Ook mensen lijkt ze beter aan te voelen. Ik kan daar geen oordeel over geven, maar het lijkt op verslagen van mensen die lange tijd verstoken zijn van contact met mensen. Het kan ook zijn dat Miriam zelf groeit in haar contact. Je kunt natuurlijk nooit goed vergelijken of jij iemand beter aanvoelt dan vele anderen, zeker niet als je lange tijd juist geen contact hebt met anderen. Maar ik kan me wel voorstellen dat je scherper bent als je, na weken zonder contact, weer eens iemand ontmoet.
De opbouw van het boek vind ik een minpunt. Het boek valt uiteen in twee delen. Het eerste gaat over de tijd dat ze steeds een seizoen op een plaats verbleven, of in een hut, of in een tent naast een hut. Sommige hutten waren zo vies of vervallen dat ze liever in de tent sliepen. Het tweede deel gaat over de tocht over de Te Aroroa Trail. Die trail is 3.000 kilometer lang, maar krijgt slechts een derde deel van het boek. Miriam plukt een paar verhalen uit de tocht van twee jaar en rijgt die als een kralenketting aan elkaar. De ervaringen zijn ongeveer dezelfde als in het eerste deel, behalve dan de fysieke kracht die het lopen met zware bepakking neemt en de gevaren die de tocht met zich meebrengt. Wat mij betreft had er een heel boek ingezeten, net als de veelheid van boeken over de Pacific Crest Trail in de Verenigde Staten ( zie elders op deze site ). Zo’n boek was vast niet wezenlijk anders geworden, maar nu is het boek uit evenwicht.
Ze zijn erg tevreden met hun manier van bestaan. Dat kan in me indenken. Hoofdschuddend kijken ze naar de mensen die anders leven, in een stad, met een baan met vaste werktijden, met een huis en een hypotheek en een ritme op basis van de klok. Dat willen zij zeker niet, sterker nog, ze vinden dat de anderen niet de juiste keuzes maken. Ik mis het besef van samenhang tussen hun en de anderen, ons, de afhankelijkheid van elkaar, hun eigen afhankelijkheid van de mensen met de levens die ze verwerpen, de afhankelijkheid van de boeren, die hun tarwe en rijst verbouwen, de banken, die hun geld beheren. Ze bakken brood in een Dutch oven, die bestaat dankzij mijnen, hoogovens en staalfabrieken en de mensen die er werken, in ploegendiensten, met huizen en hypotheken.
En waarom is natuur eigenlijk mooi ? is hij dat intrinsiek, of alleen omdat iemand geleerd heeft dat de natuur mooi is ?
Zelden ben ik het eens met een reclame. Reclames zijn er niet om het mee eens of oneens te zijn. Maar met die van Bever kan ik het niet eens genoeg zijn, goed, op de laatste zin na.
Niet iedereen is een buitenmens. Niet iedereen houdt van rennen door de modder, van kamperen bij min tien of van zo’n zaklamp op z’n voorhoofd. Maar niemand is een binnenmens. Niemand is gemaakt om binnen te werken, te zitten te leven.Toch is dat wat we doen, zo’n 21 uur per dag. Dus : ren, klim, surf, ski, wandel of kruip, doe wat je wilt maar doe het buiten. Want elke keer als je heel even buiten bent geweest, voel je je van binnen een stukje beter. Buiten begint bij Bever.
Of deze :
Bij Bever snappen we dat niet iedereen houdt van rennen door de regen, surfen in de kou of koken op zo’n campinggasding. Niet iedereen is een buitenmens. Maar niemand is een binnenmens. Dus : fiets, zwem, klim of kruip, doe wat je wilt, maar doe het buiten. Want als je heel even buiten bent geweest, voel je je van binnen een stukje beter. Buiten begint bij Bever.
Buiten begint natuurlijk niet bij Bever maar gewoon buiten, maar vooruit.