Categorie: Kamperen

  • Tiny houses

    Tiny houses is een hype. Sommige gemeenten zien er een oplossing in voor het vluchtelingenprobleem. Ik word door cabinporn.tumblr.com dagelijks voorzien van een nieuwe foto van een tentachig huisje in het bos of op een achter prachtlocatie. Natuurlijk bestond het idee al tijden voor het een hype werd. Van Piet Hein Eek heb ik het boekje Tuinhuizen, kleine huisjes voor in de tuin, nog van afvalmateriaal ook ( en gefotografeerd door Erwin Olaf ), en Tiny houses van Mimi Zeiger dateert al van 2009, waar ook wat forsere kleine huizen in staan.

    Het tinyste house is een tarp met een slaapzak en een rugzak.

    Tarp, van andersbrogaardadventures op tumblr

  • Carrot Quinn, Thru hiking will break your heart

    En zo had ik ineens drie boeken gelezen van drie vrouwen die de Pacific Crest Trail gelopen hadden. Het oerboek Wild van Cheryl Strayed uit 2012 ( klik hier voor de link naar de blogpost ), hoewel ze haar tocht al in 1995 liep, Wild girl in the woods van Aspen Matis uit 2015, over haar tocht in 2009 ( klik hier voor de link ), en  Thru-hiking will break your heart, van Carrot Quinn uit 2015. Zij liep haar tocht in 2013.

    Het boek van Carrot Quinn is derde boek dat ik lees over een vrouw die de PCT loopt en het minste van de drie. De eerste bladzijden zijn leuk om te lezen. Je maakt kennis met de schrijver en haar wereld. Die is bijzonder genoeg om in een boek over te lezen. Maar zodra ze gaat lopen vergist zich erin, dat het lopen van de tocht zelf interessant is. Dat is het niet. Het lopen is saai, het duurt eindeloos, het aantal stappen is talloos. Het landschap verandert heel langzaam, er gebeurt weinig. Je ziet een hert of een beer. De eerste ratelslang is spannend, om de dertigste loop je even heen. Vanaf het begin vervalt het boek meer en meer in een staccato opsomming van dagen : de moeite met vroeg opstaan, het eten dat te veel weegt, te weinig is, niet smaakt, het regelmatig schransen van burgers en salades ( Carrot Quinn heeft een voedselallergie ), het looptempo, sneller of juist langzamer dan haar vrienden. Incidenteel beschrijft ze het landschap. Op sporadische momenten, vooral in het tweede deel van het boek, krijg je nog wat informatie over Carrot Quinn, maar heel spaarzaam. Die momenten maken het boek meteen weer leuk. Zo is er het verhaal over honger in haar jeugd, het maakt de eindeloze opsommingen van eten begrijpelijk, het illegaal meereizen met treinen. Zelden vertelt ze over gedachten, hoewel ze ergens schrijft dat de gedachten loops nu wel gedaan zijn. Er is een affaire met de medewandelaar Hair Tie, maar daar worden we niets van gewaar. Cheryl Strayed is in Wild juist sterk omdat die persoonlijke zaken werden uitgewerkt. Quinn is alleen goed in de weergave van de eindeloze herhaling die de tocht is, maar daarvoor lees je het boek niet. Kortom, bespaar je de moeite.

  • A girl in the woods, Aspen Matis

    Net als Cheryl Strayed heeft Aspen Matis, voorheen Debby Parker, de Pacific Crest Trial ( PCT ) gelopen, een wandelpad van Mexico naar Canada langs de Amerikaanse westkust, en een boek geschreven over haar ervaring en net als Cheryl Strayed was de aanleiding om het pad te lopen een crisis in haar leven. Voor Strayed was dat de dood van haar moeder. De aanleiding voor de tocht van Matis is – voor mij – onduidelijker. Volgens de reclame voor het boek en Matis zelf is het haar verkrachting op de tweede dag van haar verblijf op de campus van college. Ik zelf denk, dat haar verstikkende thuissituatie een minstens zo grote drijfveer was, samen met de eerdere voettochten, waarin ze vrij was van thuis.

    Therapie

    Zoals de tocht therapeutisch was zo lijkt het erop dat Matis een zelfhulpboek heeft geschreven, niet voor anderen, maar om zichzelf te helpen. Steeds weer staan belevenissen en observaties in het teken van de verkrachting. De rol van haar gezin op de vorming van haar persoonlijkheid begint ze pas in de tweede helft van het boek te onderkennen, terwijl ik in het eerste deel bij sommige passage de neiging had haar toe te schreeuwen het eens bij haar overbeschermende moeder te zoeken of bij haar afwezige vader. Ze had het niet door. Haar moeder, een hoog opgeleide vrouw, die haar dochter beschouwde als een project en haar een kasplantje maakte. Tot haar zestiende jaar kleedde moeder haar aan ! Die houding van de moeder en vader is een vorm van verwaarlozing. Je kunt het ook geweld noemen. Ze onthouden Debby de ervaringen die haar voorbereiden op een zelfstandig leven. Het heeft een schrijnend  lack of common sense and judgement tot gevolg.

    Dat Aspen / Debby zich bij tijd en wijle drukker maakt om make-up en contactlenzen ( in plaats van een dikke bril ) dan om zielepijn is volgens mij vooral een uiting van afzetten tegen thuis en heeft niet met de verkrachting te maken. Maar Matis zelf haalt steeds weer de verkrachting aan. Het is een diskwalificatie van haar zelfinzicht en een teken van de oppervlakkigheid van het boek. Ze maakt haar ouders wel verwijten maar onderzoekt hen niet of hun invloed op haarzelf. Zit er in het gegeven niet een prachtig boek ? Het komt er niet uit.

    Irritatie

    Matis irriteert. Het begin van het boek nam me mee, ik was benieuwd, maar dan begint de herhaling. Ik heb het een paar keer weggelegd. De drie vrouwen in mijn gezin hebben het boek ook gelezen. Ze veroordeelden, de één heftiger dan de ander, de afhankelijkheid van de hoofdpersoon en haar doorlopende gehengel naar bevestiging, vooral van mannen. Aan het eind van het boek ontmoet ze een loper waar ze verliefd op wordt. Als hij zegt dat ze schrijverstalent heeft gelooft ze dat ze kan schrijven, hij geeft haar een gevoel van waarde. En hij kookt voor haar. Hoe kon ze honderden mijlen het seksistische en racistische gedrag van een medeloper verdragen, hoe kon ze van hem weglopen, maar later toch weer zijn gezelschap zoeken ? Het leidt ook tot merkwaardig en potentieel gevaarlijk gedrag als ze naakt gaat zwemmen in een zwembad, waar dat niet de bedoeling is en de omstandigheden mogelijk onveilig zijn.

    Het boek irriteert ook omdat de schrijver verwend lijkt. Hoewel ze afgeeft op haar gezin, vooral omdat ze niet of weinig empatisch reageren als Matis eindelijk durft te vertellen dat ze verkracht is, en hoewel Aspen de PCT loopt om zichzelf te vinden, laat ze haar vader haar naar het beginpunt rijden, stuurt haar moeder haar onderweg dure pakketten, vliegt ze tijdens de tocht naar huis, heeft en gebruikt ze de creditcard van thuis en meldt ze zicht elke avond via de telefoon bij haar moeder, hoewel ze dat eigenlijk niet wil.

    Irritatie wekt ook de herhaling van gedachten. Aan het eind van het boek is er niet veel veranderd. Hoewel Matis zegt, dat ze geleerd heeft, lees ik dat niet uit het boek. Ze beschrijft het niet overtuigend of zelfs maar duidelijk. Storend vond ik dat bij gebeurtenissen die ik met gretigheid las ineens weer de verkrachting oppopte.

    En dan is er nog haar trail name. Iedere PCT-loper krijgt van de andere lopers een bijnaam. Aspen kiest zelf één : Wild Child. Als er nu één naam niet bij haar past is het Wild Child. Ze is niet wild, ze is verwend, afhankelijk en in zichzelf gekeerd, niet sterk en zelfstandig en ondernemend ( ook al is de PCT lopen een hele onderneming ).

    Opzet van het boek

    De PCT is lang, erg lang en het wandelen is monotoon, miljoenen stappen over een pad van een meter breed, of minder. De bomen zijn bomen, de vegetatie verandert langzaam en de zoveelste ratelslang is ook maar een ratelslang. Toch wist Cheryl Strayed die paar ontmoetingen met een slang, een stier of een hert meer inhoud te geven ( hallo, salamander, tegen een reptiel dat zich staat op te drukken ). Strayed wist humor in haar boek te brengen. Lees haar ontmoeting met de stier. De vorm die Strayed koos, steeds wisselen tussen haar leven voor, tijdens en na de PCT is noodzakelijk en dat merk je aan het boek van Matis, die een lineaire vertelling hanteert. Haar leven voor de PCT staat in het begin van het boek. Dat ben je op tweederde vergeten.

    Conclusie

    Interessant om twee boeken over hetzelfde te vergelijken. Wild is leuker en beter, A girl in the woods is irritant.

    Link naar de bespreking van Cheryl Strayed, Wild. From lost to found on the PCT.

    Aanvulling : later heb ik nog Thru hiking will break your heart gelezen, van Carrot Quinn, ook een verhaal over het lopen van de PCT. Klik hier voor de link naar de post over het boek.

  • waandering.tumblr.com

    Volg sinds oktober, alleen al om de titel : Hoe minder ik nodig had, hoeveel te beter ik me voelde. De Engelse is krachtiger. Ze woont – eigenlijk woonde – in een blauwe caravan op een grasveld bij een huis. Natuurlijk doet ze yoga. Eindeloze hoeveelheden foto’s van bergen. En eindeloze hoeveelheden foto’s van mevrouw Waandering.

  • Cheryl Strayed, Wild. From lost to found on the PCT

    De film had ik al gezien, een paar maanden nadat hij uitkwam. Ik verwachtte een film waarin een vrouw door het landschap loopt, zoals de film Tracks over de tocht van Robyn Davidson net een paar kamelen dwars door Australië. In Wild is de hoofdrol voor Reese Witherspoon, vooral bekend van lichte komedies als Legally Blonde. Je moet ervan houden.

    De film boeide me niet zo, vooral door de flashbacks naar het sterfbed van de moeder van de hoofdpersoon. Die vond ik niet relevant voor de tocht. Ik wilde een film over wilderniservaring en ontbering.

    Toen zou ik in de vakantie naar Zuid-Frankrijk en om de tijd te doden tijdens de lange rit, alleen in mijn kleine autootje, zocht ik een luisterboek. Ik kocht Wild, een paar maanden voor de rit. Een paar maanden voor de tocht had ik het luisterboek uit. Een paar keer.

    Het begin viel niet mee. Ik had moeite de voorleesstem te accepteren. De uitspraak is modern Nederlands, een beetje ongearticuleerd. Echt irritant vond ik de matige beheersing van het Engels : de letter ‘j’ in O.J. Simpson spreekt ze uit als ‘dzjie’,  wat toch echt de uitspraak is van de letter ‘g’, ‘Josh’ wordt ‘Jos’ en ’three’ is ’tree’. Zelfs het Nederlands is soms te moeilijk ( indenditeit ). Irritant in het boek zijn de opsommingen, die zijn natuurlijk van Cheryl Strayed, of het moet de leesstem zijn, die van komma’s puntkomma’s maakt.

    In het boek geen adrenaline, geen gevaarlijk of belangrijk doel. Geen romantisch eind. Wel een soort van verlossing. Wel een eindeloze herhaling, een tocht, die zich voortsleept, wel ontberingen, zoals losrakende teennagels, blader, schaafwonden en toch doorlopen. En flashbacks. Flashbacks naar het verhaal van iemand uit de marge, armoedige jeugd, een gewelddadige vader, een losse seksuele moraal, flirten met heroïne. Ze zegt een stabiele relatie en een goed huwelijk op met het doel losse seksuele contacten te hebben, of voor iets anders. Centraal in het boek staat de dood van de moeder van de schrijfster. Dat is ook de drijvende kracht achter de tocht.

    Juist dat levensverhaal maakte me gretig verder te luisteren. De armoede, de pijn van de rugzak, de VW-Kever op haar rug, de dood van de moeder, waarna het gezin uiteenvalt, de blaren en de zwarte teennagels, rotsblokken om over te klimmen en struiken met scherpe doorns om in te klimmen als een eland stier op je af rent. Wat ook helpt het boek te verteren is de ironie waarmee Cheryl Strayed haar avontuur beschrijft. Dat begint al met het begin van de eerste dag. Ze heeft geen ervaring met rugzaktochten en veel te veel spullen gekocht. Als ze die in haar rugzak heeft gestouwd, samen met tien liter water, kan ze niet overeind komen, tenminste niet met de rugzak op. En zo struikelt ze van de ene onhandigheid in de andere.

    Uiteindelijk doet de tocht iets met haar dat in het huidige taalgebruik ´helen´ heet. Voortdurend lichamelijk bezig, buiten, zodat ze ´s nachts van moeheid niets anders kan doen dan slapen, en de pijn, die onontkoombaar is, ook als je je best doet het hard weg te zingen, en het gebrek aan contact, verdringen het verdriet, de angst en de pijn van de herinnering. Kathryn Shulz slaat in NY-magazine van 3-12-2014 de spijker op zijn kop : het is een pelgrimage. Shulz slaat trouwens een heleboel spijkers op koppen. Lees vooral haar artikel : http://www.vulture.com/2014/12/cheryl-strayed-wild-movie.html

    Waar het lopen van zo’n tocht over gaat

    Cheryl Strayed schrijft het beter dan ik ooit zou kunnen, daarom schrijf ik het integraal over.

    ( begin hoofdstuk 13 )

    I’d read the section in my guidebook about the trail’s history the winter before, but it wasn’t until now ( OED : op tweederde van de tocht ) that the realization of what that story meant picked up force and hit me squarely in the chest : [the creators] had imagined the people who would walk that high trail that wound down the heights of our western mountains, they’d been imagining me. (…) It had nothing to do with gear or footwear or the backpacking fads or philosophies of any particular era or even with getting form point A to point B.

    It had only to do with how it felt to be in the wild. With what it was like to walk for miles for no reason other than to witness the acumulation of trees and meadows, mountains and deserts, streams and rocks, rivers and grasses, sunrises and sunsets. The experience was powerful and fundamental. It seemed to me that it had always felt like this to be a human in the wild, and as long as the wild existed it would always feel the way. That’s what Montgomery knew, I supposed,. And what Clarke knew and Rogers and what thousands of poeple who preceded and followed them knew. It was what I knew before I even really did, befor I could have known how truly hard and glorious the PCT would be, how profoundly the trail would both shatter and shelter me.

    ( eind hoofdstuk 14 )

    There were so many other amazing things in this world. [other than a father who didn’t father]

    They opened up inside of me like a river. Like I didn’t know I could take a breath and then I breathed. I laughed with the joy of it, ande the next moment I was crying my first tears on the PCT. I cried and I cried and I cried. I wasn’t crying because I was happy. I wasn’t crying because I was sad. I wasn’t crying because of my mother or my father or Paul [ex husband]. I was crying because I was full. Of those fifty-some hard days on the trail and of the 9,760 days that had come before them too.

    I was entering. I was leaving. California streamed behind me like a long silk veil. I didn’t feel like a big fat idiot anymore. And I didn’t feel like a hard-ass motherfucking Amazonian queen. I felt fierce and humble and gathered up inside, lik I was safe in this world too.

    Aanvulling

    Later heb ik nog A girl in the woods van Aspen Matis gelezen. Ook zij liep de PCT en schreef daar een boek over. Klik hier voor de link naar de post over het boek van Aspen Matis.

    En ook Carrot Quinn schreeft een boek over het lopen van de PCT :  Thru hiking will break your heart. Klik hier voor de link naar de post over het boek van Carrot Quinn.

  • Canyoning : Cascade de Bès Courmes

    ´s Ochtends verwacht ik al dat deze tocht een heel hoge abseil zal hebben, en ja, op de pauzeplek kijk je enorm de afgrond in. Van Cynthia, hun gezin is ook weer mee, moet ik als één van de eersten omdat ik er toch wel tegenop zie, maar minder dan eerder.

    Dan hebben we al een tijdje in de Vallon du Bès gelopen, door het bos, in de schaduw, onder het bladerdek. De rotsen zijn glad van de algen. Het lijkt op Nederland. Als we het bos uitkomen zijn daar weer de kale rotsen en uitzicht op rotsen in de verte. Wat er tussen ligt zien we niet maar als we doorlopen houdt onze rots op. We zien niet waar het water neerkomt.

    Het is fantastisch en onbeschrijfelijk om in de lucht te hangen ( de rots wijkt na vijftien meter met een grote holte berginwaarts, zodat je moet hangen ). Ik neem ruim de tijd om stil te hangen en rond te kijken. De weg beneden is wel heel klein. Beneden wissel ik even met Arjan uit hoe mooi het is, hij beaamt het ook wat zachter dan hij gewoonlijk praat, en ga ik stil liggen om naar de anderen te kijken.

    Betaal de camping. Heb een leuk gesprek met de man van de camping. Hij wil mijn kleingeld wel. We tellen ons een ongeluk. Leuke man. Koop weer twee blikjes koud drinken ( € 3,00 ).

  • Canyoning : Clue d’Amen

    Vanaf de parkeerplaats waar we de auto’s zetten is de waterval te zien waar we straks uit zullen komen. Heel in de verte zijn witte streepjes te zien onderaan een steenrode rots, zo klein en zo ver weg, dat ik de consequenties niet besef.

    De reeks watervallen aan het eind van de Canyoning Clue d´Amen

    Eerst moeten we afdalen naar de rivier de Loup ( wolf … ). De stenen in de rivier zijn blauwig wit, niet steenrood zoals de rest van de rotsen. De afdaling is glibberig, ook al zijn de stenen droog. We waden de Loup door naar de overkant. Over de puinhelling naast de berg met de watervallen klauteren we naar boven. De stenen hier zijn scherp. Daardoor geven ze houvast. Als ik omkijk is de helling veel steiler dan ik dacht. En bij nader inzien enger.

    Boven stappen we in de beek en gaan we de rots in. Daarna is het aan één stuk door abseilen. Met een groep van deze grootte is het doorwerken en veel wachten. Dat kan meestal alleen in het water, veel ruimte om droog te staan is er niet. Voor de eersten is er plek op een glibberige rots, de rest moet in het water staan. Dat is ijzig en al gauw onprettig. Zon komt niet in de canyon.

    Verbazend genoeg komen we een boomstam tegen met allemaal kleine slangetjes. Renier raadt ons aan uit de buurt te blijven. De slangetjes kunnen zich in je wetsuit vastbijten. Ergens in de rots heeft het  water een rond gat uitgesleten. We moeten erdoorheen duiken.

    Kleine slangen op een boomstam
    Eindeloze abseils in ijskoud water

    Waar we uit de berg komen valt de beek in een reeks watervallen naar beneden, de watervallen die we vanaf de parkeerplaats konden zien. Ik kijk heel voorzichtig en angstig over de rand. Ik kan niet zien waar het water neerkomt. Het lijkt 150 m hoog. In werkelijkheid is het veel minder. We dalen af in vier etappes. Na elke etappe moeten we even wachten, maar daar is nauwelijks ruimte voor. We staan op kluitjes naast en in het water, op wat maar een veilige afstand van de afgrond lijkt, maar niet echt veilig voelt. Door de continue confrontatie met de hoogte ben ik continu gespannen. Ik vind het niet leuk meer, ik vind het vreselijk.

    Ik ben niet eens blij als ik beneden ben, in een poel, waar Fransen liggen te zonnen, poedelen en ons bekijken. Als Renier me vraag wat ik er van vond, zeg ik ‘vreselijk’, maar ook, dat als het kon ik de hele toch zo weer wil doen, om te oefenen. We poedelen wat rond, laten ons de warmte welgevallen, eten, drinken en genieten van de waterval en de plek, die van de onderkant prachtig is.

    Ontspannen in de zon op een rotsblok

    NB : Een clue is een canyon.

  • Canyoning : Clue de la Maglia

    Of gewoon ‘de Maglia’. Een bijzondere canyon, weer heel anders dan de vorige twee. Groene delen, fel witte rotsen, voor het eerst hoge sprongen, een abseil in een grot met druipsteen, een stuk tokkelen en een stuk via ferrata. De langste canyon van deze week en voorlopig de koudste, ondanks de dikke neopreenpakken, de lunch in de zon en andere zonnige gedeelten.

    Abseil in de grot
    De grot in de Maglia
    Glijden door een glijbaan die het water in de rotsen heeft uitgeslepen
    Via ferrata
    Tokkelbaan de diepte in ( niet zo diep )
    Sprong van ongeveer zeven meter
    Waterval aan het eind van de canyon

  • Canyoning : Le Riolan

    Meer van hetzelfde maar toch anders. Nog verder rijden, bijvoorbeeld.

  • Canyoning : Gorge de la Roudoule

    Le Riolan
    Le Riolan

    Een uur of meer rijden vanaf Sospel. Bij Puget-Thénierne pikken we zeven andere deelnemers op, één gezin van vijf, dat al voor het derde jaar tochten loopt en een stel uit Twente. Eerst nog een half uur rijden, slingerend langs de bergwand. Bij een brug verwijdt de weg tot twee rijbanen met wat parkeervakken in het midden. Daar kleden we ons om. Nog een eindje met de auto naar het beginpad. Eind afdalen over een pad met losse stenen van het soort dat je op de spoorbaan vindt. Beneden stroomt een beek door een veel te brede bedding van keien. In de andere jaargetijden zal het hier wel woester toegaan. We beginnen de tocht.

    Ik begin er niet aan de tocht te beschrijven. Hoe het is om door een brandgang met een halve meter water erin te lopen, omhoog te kijken in een kloof van hoe oud, hoe lang duurt het voor het water zover is ingesleten, in de verte de suggestie te zien van felle zonneschijn, de koelte te voelen, het geluid te horen van kabbelend of klaterend water, minuut na minuut, uren lang, steeds anders om elke kleine bocht.

    We glijden van natuurlijke glijbanen, dalen stukjes af langs een touw, springen kleine stukjes. Er zit ook een abseil in. Nog nooit gedaan, voelt erg onwennig, maar is wel leuk.  Ik vertrouw maar half op de acht die mij moet afremmen. Het is een geweldige tocht.

    ’s Avonds verse pizza uit de houtoven op de camping. Het leven is goed.

  • Canyoning : door Frankrijk

    Vandaag van Taizé naar Sospel, waar ik komende week kampeer.

    Om half zeven zwaai ik de Taizé-groep uit. Als ze weg zijn pak ik de tent in, verzamel water en ga ik op een stenen rand de route uitwerken. Dat duurt behoorlijk lang. In Cluny rijd ik naar de eerste supermarkt, maar die is nog dicht. Ik rijd naar de volgende. Ook dicht. Dan rijd ik vast naar de laatste in Cluny, op de weg naar Mâcon. Die is ook nog dicht, maar er staan al mensen voor te wachten. Ik koop mijn boodschappen, brood, vleeswaren en een geitekaas, demi-sec, en wat fruit. Bij de bakker, die apart zit, koop ik een millefeuille en een flan. Je moet niet een flan bestellen, want dan denken ze dat je een hele wilt ( un gros ??? ??? ), maar une pièce de flan, dan krijg je een stuk. Voor € 1,00. De millefeuille kost € 1,80. Om 09.27 uur ga ik op pad voor de grote reis.

    Bij Lyon raak ik helemaal in de war. De wegwijzers wijzen niet naar de weg die ik heb opgeschreven ( ik heb geen navigatie maar lijstjes met wegnummers en afslagen ). Ik kom op de A46 terecht en die staat niet op mijn lijst. Bij het eerste het beste tankstation kijk ik wat er aan de hand is. Het is een rondsnelweg. Zet koffie met de brander en eet er twee halve stukken gebak bij en brood met de geitekaas. Die is hard. Dus dát betekent demi-sec.

    De hele weg mag ik maar 110 km/u en daar houd ik me aan, omdat het druk is en iedereen zich eraan houdt. Na Valance neem ik om 12.30 uur pauze, op een overvolle parkeerplaats. De parkeerplaats is speels aangelegd met grasvelden en bomen en een slingerende weg, maar op elke beschikbare plek staat een auto en overal lopen mensen en hangen mensen rond. Ik schiet mijn autootje nog net in een hoekje, dat niet bedoeld is voor parkeren. Gelukkig is er schaduw. Eet lopend onder de bomen stokbrood met vlees en kaas.

    Tussen Valance en Orange staat de andere kant op een file of rijdt het verkeer langzaam, 40 tot 50 km lang. Bij Orange komen de A7 uit het oosten en de A9 uit het westen bij elkaar. Ik besluit meteen dat ik hier op de terugweg niet langs wil en zolang in de file staan, met mijn minieme benzinetank.

    Na de volgende 400 km tank ik op de Aire des Morrières. Het waait hevig. Er staan lange dunnen cipressen die zwiepen in de wind. Ik maak een filmpje en stuur het naar huis. Om 14.16 uur rijd ik weer. De druiven uit Cluny zijn klein, maar heel intens van smaak. Het zijn muskaatdruiven.

    Bij Aix worden de heuvels en de bossen stoffig en bruin, desolaat en saai. Om 16.50 uur stop ik op de Aire de Vidauban-Sud. Het is er zo heet, dat mensen buiten de auto in de schaduw van verkeersborden staan. Hier zijn geen Nederlandse kentekens, alleen Franse en Italiaanse. Iedereen draagt een zonnebril en slentert en sloft van de hitte. Het is nog een heel eind rijden voor ik bij Menton de snelweg afkan. Eerst moet ik door en langs Nice, een eindeloze agglomeratie, met bekende plaatsen als Cannes, Antibes, Monaco. Menton zit er ook aan vast.

    De weg naar Sospel kronkelt omhoog. Het is prachtig, niet meer dat stoffige, roodbruine, maar groen en met een leuk kerkje. Stop om foto’s te maken. In Sospel blijkt, dat ik het adres van de camping niet heb opgeschreven. Ik kan ook nergens een wegwijzer vinden. Rijd een brug over, ga stilstaan op een parkeerplaats, zoek in mijn telefoon en ga dan maar weer rijden. Uiteindelijk zie ik toch een wegwijzer, op het kruispunt bij de brug had ik rechtdoor gemoeten. Het duurt eindeloos voor ik bij de camping kom – later blijkt het maar zes minuten rijden te zijn. Een mooie camping, met terrassen, bomen, ruime plaatsen een zwembad, waar ik nooit in zal zitten. Zet  rustig aan mijn tent op. Hij staat prachtig en ik ben trots op mijn opzetvaardigheden, als ik ontdek, dat de tentluier verkeerd om zit. Zucht. Als die dan ook eindelijk goed ligt heb ik geen zin meer om tijd de steken in een instantmaaltijd. Ik eet nog wat brood en ga slapen.

  • Canyoning : naar Taizé

    Maastricht

    Ik glip de kamer in de jeugdherberg uit als de anderen nog slapen. Als ik weg rijd kom ik na vijftig meter langs de Maas. Ik stap uit om een foto te maken. Het water is zo helder, dat ik de stenen op de bodem kan zien. Ik ga zwemmen, midden in de stad. Fantastisch.

    De Maas, midden in Maastricht waar ik zwom.

    Onderweg

    Onderweg, koffie met broodjes, kooktoestel op een picknickbank.

    Fontenay

    Al jaren wil ik er eens kijken, de abdij van Fontenay. Hij valt tegen. Het is werelderfgoed en bijzonder goed onderhouden, maar de gebouwen ontberen hun bewoners, de rommel op het erf, een fout opgehangen plaatje. Het gazon is zo perfect als in Engeland, zo perfect, dat ik er een foto van maak, die helaas mislukt. Bovendien was er toch niets op te zien geweest ; hoe doe je dat eigelijk, perfect geschoren, vochtig gras fotograferen ?

    De plaatjes staan wel op internet. Maar dit is ook Frankrijk – niet het prachtige vakantieland. Dit op een uur rijden van Fontenay. Het kan natuurlijk nog erger, meer in het Noorden, waar niemand op vakantie gaat.

    Enorme landbouwvelden in Frankrijk

    Taizé

    ’s Avonds zet ik mijn tent op in Taizé, in het jongerenklooster, waar mijn S, A en K, met een groep verblijven, met nog een paar duizend mensen. Ik pas er stiekem nog wel bij. Ik eet een kleffe hap en bezoek een kerkdienst met heel veel kaarsjes.