Als je gekleed bent op natte kleren en je bent een beetje gewend aan kou dan kan je trektochten maken waar je maar wilt. In mijn stad is een grote survivalvereniging, gelieerd aan de plaatselijke atletiekvereniging. Eén keer per jaar organiseren ze een survivalrun en zo zag ik op een dag in oktober mensen door een duiker onder een vierbaansweg doorgaan. Dat wilde ik ook wel eens probleren. In april dit jaar deed ik dat. Nou is april niet zo’n gunstige maand als oktober. Het water is dan een stuk kouder. Ik was opgelucht dat ik niet als lijk onder de weg was blijven steken, maar ook opgetogen door de ervaring. Later bedacht ik tochten kriskras door een waterig natuurgebied heen, van oriëntatiepunt naar oriëntatiepunt, dwars door sloten, kanalen en meertjes heen. Weer eens wat anders dan de korte stukjes hardlopen die ik nog kon. Eigenlijk vind ik dit echter dan een survivalrun, met zijn rare hindernissen als autobanden waar je doorheen moet en palen of spijkerbroeken waar je aan moet hangen. Dat is niet nuttig om je ter verplaatsen, zoals een touw over een vaart of een boomstam over een brede sloot.
Ik herinner me dat ik dit in mijn geboortestad ook gedaan heb, toen daar een recreatiegebied werd aangelegd en ik daar van de ene kant naar de andere kant in een zo recht mogelijk lijn doorheen liep.