Categorie: Sporten

  • Kajak geverfd en belijnd

    Zeekajak in de nieuwe verf

    Mijn kajak is eindelijk klaar. Hij was geel en wit, nu is hij onbestemd boomstambruingrijs met een rode zweem en boomstamgrijs. Zo valt hij niet zo op als ik nog eens een meerdaagse tocht ga maken en gewoon ergens wil slapen. Aan de andere kant valt hij nu ook op het water niet meer op. Daardoor is hij minder veilig. Onbedoeld effect is dat hij nu de kleur heeft van een kajak met huidbespanning.

    Voor de grijplijnen heb ik oker vallentouw gebruikt van 8 mm. Dat vind ik achteraf te dik, hoewel het wel minder in de handen snijdt dan het hardere 6 mm nijlon gevlochten touw. Een avontuur was het betakelen van de lijnen. De vierde en laatste takeling zag er een stuk beter uit dan de eerste.

    Voor de elastieken heb ik zwart shockcord van ook 8 mm gebruikt. Op internet zag ik dat iemand voor het vastmaken plastic binders heeft gebruikt. Dat heb ik ook gedaan en het werkte erg goed, al moet ik nog zien of de oplossing duurzaam is. Ik heb drie binders per koordeind gebruikt. Ik denk dat het ook met twee kan.

    Zeekajak detail binding
    Zeekajak detail grijplijn

  • Spierenprikken bij de fysiotherapeut

    Mijn baas en ik hadden een praatje over fysioterapie. Hij heeft jaren geleden een autoöngeluk gehad en gaf hoog op van zijn fysioterapeut, die hij geregeld zijn pijn liet bestrijden. Een geweldige fysioterapeut, vond hij. Mijn laatste, vruchteloze bezoek om mijn enkel- en kniepijn kwijt te raken en weer te kunnen hardlopen was alweer twee jaar geleden. Ik dacht : wat heb ik te verliezen

    De behandeling bestaat eruit dat de fysioterapeut acupunctuurnaalden in een spier steekt en die dan heen een weer beweegt. Soms verkrampt de spier heel kort. Dat doet heel zeer, maar dat is goed. De gedachte is dat de pijn die ik in mijn enkel en knie voel niet veroorzaakt worden door slappe enkel- en kniebanden, maar door verklevingen in sommige spieren. Een verkleving is een bundel spiercellen die niet meer in de ontspanstand wil. Het prikken en wrikken stimuleert de spier en los het probleem op.

    Volgens de fysioterapeut bestaan slappe enkel- en kniebanden niet. Banden zijn nooit volledig in staat om de krachten van beweging op te vangen. Dat moeten vooral de spieren doen. Slappe banden zijn dus slappe spieren.

    De hersenen plaatsen pijn soms op de verkeerde plaats, vooral als de pijn optreedt in een lichaamsdeel met pijnzenuwen. Een goed voorbeeld is de pijn van een hartaanval, die je niet in het hart voelt maar in de linkerborst en de linkerarm. Zo kan de pijn van een overbelaste spier zich doen voelen in bijvoorbeeld de knie of de enkel.

    24 oktober 2011

    Acht minuten achter elkaar hardgelopen, zonder pijn. Toen was ik volledig buiten adem. Tot voor drie weken hield ik het een minuut vol !

    14 november 2011

    De afgelopen keer heeft de fysioterapeut een spier geprikt die niet reageerde. Hij heeft twee naalden op verschillende plekken een tijd heen en weer bewogen, maar geen reaktie. Die spier was dus blijkbaar in orde.

  • Outdoor Swimming Society

    Engelsen. Je kunt natuurlijk je kleren uittrekken en gaan zwemmen, maar het is veel leuker om daar een vereniging voor te maken en sjieker om er een societeit van te maken. De Outdoor Swimming Society dus. Deze heeft een prachtige website ( klik hier om naar de website te gaan ), mooi vormgegeven, prachtige fotoos, tips over prachtige plekjes en verhalen over het zwemmen op prachtige plekjes. Een soort zwemwandeltochten. En er is een boek, ook erg mooi, en erg duur.

    Afbeelding van de website van de outdoor swimming society

    Een paar handige tips voor zwemmen in koud water :

    – Gewoon doen. Een groot deel van het wennen is geestelijk. Weet dat het moment van onderdompeling koud is en omarm het toch.

    – Adem uit als je het water ingaat. Het koude water doet je borstkas samentrekken. Als je dan al uitgeademt hebt vloeit de volgende ademtocht gewoon naar binnen en voel je geen benauwdheid.

    – Geef jezelf 90 seconden om te wennen en je prettig te voelen. Na anderhalve minuut is je lichaam klaar met aanpassen en werkt je circulatie weer.

    – Neem een doel om naartoe te zwemmen. Spring niet gewoon in het water en denk dan hoe dat voelt. Dat voelt koud en onplezierig. Dat kan je voorkomen als je je gedachten op een doel richt.

    – Zwem langs de oever, dan kan je jezelf redden. Als je open water opzwemt en je te veel warmte verliest sluit je lichaam de warmtetoevoer naar je benen en armen af, worden die zwakker en verdrink je troosteloos.

    – Het kost OSS-leden ongeveer 3 jaar om een gehard winterzwemmer te worden. Begin je zwemloopbaan in de zomer en ga gewoon door in de herfst en daarna in de winter.

    Oorspronkelijk 21 februari 2011

    Nu een paar keer geprobeerd langer in het water te blijven dan drie keer met het hoofd onder water en dan gauw weer naar de wal en het werkt. Ik kan langer in het water blijven. Het lichaam begint te tintelen op een paar plaatsen ( schouders en benen ) en dan is het alsof het water een goede temperatuur heeft. Wel worden mijn vingers wat koud. Als ik uit het water kom voor ik stijfheid begin te voelen ben ik niet koud of onderkoeld. Ik krijg wel hoofdpijn van het koude water als ik mijn hoofd niet boven water houd. Ik moet een muts op.

    Update 2 april 2011

    Het water is nu zo ver opgewarmd dat ik vijf tot tien minuten kan zwemmen. Het is gewoon lekker.

    Update begin mei 2011

  • Hardlopen op blote voeten minder belastend

    “Rennen op hardloopschoenen zorgt voor meer stress op het knie-, heup- en enkelgewricht dan hardlopen op blote voeten. Dat concluderen Casey Kerrigan van JKM Technologies en collega´s van verschillende Amerikaanse universiteiten in PM&R: The Journal of Injury, Function and Rehabilitation.” Citaat van de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

    Zie ook mijn eigen ervaringen met hardlopen op blote voeten : klik hier.

  • Cross-country trail

    Als je gekleed bent op natte kleren en je bent een beetje gewend aan kou dan kan je trektochten maken waar je maar wilt. In mijn stad is een grote survivalvereniging, gelieerd aan de plaatselijke atletiekvereniging. Eén keer per jaar organiseren ze een survivalrun en zo zag ik op een dag in oktober mensen door een duiker onder een vierbaansweg doorgaan. Dat wilde ik ook wel eens probleren. In april dit jaar deed ik dat. Nou is april niet zo’n gunstige maand als oktober. Het water is dan een stuk kouder. Ik was opgelucht dat ik niet als lijk onder de weg was blijven steken, maar ook opgetogen door de ervaring. Later bedacht ik tochten kriskras door een waterig natuurgebied heen, van oriëntatiepunt naar oriëntatiepunt, dwars door sloten, kanalen en meertjes heen. Weer eens wat anders dan de korte stukjes hardlopen die ik nog kon. Eigenlijk vind ik dit echter dan een survivalrun, met zijn rare hindernissen als autobanden waar je doorheen moet en palen of spijkerbroeken waar je aan moet hangen. Dat is niet nuttig om je ter verplaatsen, zoals een touw over een vaart of een boomstam over een brede sloot.

    Ik herinner me dat ik dit in mijn geboortestad ook gedaan heb, toen daar een recreatiegebied werd aangelegd en ik daar van de ene kant naar de andere kant in een zo recht mogelijk lijn doorheen liep.

  • Brochure marinierskeuring

    Het Korps Mariniers van de Koninklijke Marine heeft voor mensen die zich willen voorbereiden op de keuring een brochure gemaakt, die kan dienen als trainingsbasis voor duurtraining en krachttraining. Er staan ook wat rompoefeningen in. Zoek op Diensten Centrum Medische Keuringen, brochure, Fit op de keuring.

  • Triathlon geschiedenis en blessureleed

    De eerste waaraan ik meedeed was op augustus 2004 in Drachten. Na 7 maanden trainen. Een prachtige dag. Ik wist niet wat me overkwam bij de start in het water. Ik zag geen hand voor ogen, maar voor me wist ik trappelende voeten, ik kwam bijna in de wal terecht, mijn zwembril besloeg na vijftig meter, mijn techniek – als al aanwezig – zonk meteen. Het werd een grote worsteling om de 500 meter door te komen. Schoolslag was prettiger dan borstkrol.

    Het fietsen was wel lekker. Ik had mijn gewone toerfiets mee, waarmee ik wel opviel tussen de hyperracefietsen, maar ik snorde net zo goed. Het ging alleen wat langzamer. Het lopen was een marteling, drie rondjes om een plas. Ik was erg blij dat ik er mee op kon houden. Iets van anderhalf uur was mijn tijd. Rondhangen, douchen en rondslenteren in de namiddagzon, ijsje eten, waren heerlijk.

    Na de eerste triathlon in 2004 heb ik aan nog een stuk of wat meegedaan. Erg leuk. Ik had onderhand een nette, tweedehands racefiets, een echt triathlonpak met van die sneldrogende stof en snelsluiters in mijn schoenen, ik werd steeds sneller : van 1.30 uur tot ongeveer 1.15 uur, en ik had er lol in.

    Tot op een dag in augustus 2007 ineens tijdens een looptraining mijn enkel heel erg zeer ging doen. Strompelend bereikte ik ons huis. Daarna is het nooit meer goedgekomen. Sportarts, fysiotherapeut, krachtoefeningen, schoendeskundige, de betere hardloopwinkel … ik kan nu nog anderhalve minuut langzaam hardlopen voor de pijn weer begint. Het vermoeden is dat ik slappe enkelbanden en kniebanden heb, plus een nogal grote hoek tussen rechterdijbeen en voet. Door wrijving ontstaan snel ontstekingen rond de banden, die de pijn veroorzaken. Dat is verergerd doordat ik in juni 2007 nieuwe schoenen heb gekocht met erg verende en dus weinig corrigerende zolen. Die liepen wel erg lekker, maar deden niet wat mijn gesteld nodig had. Let dus op als je schoenen koopt. Bij de Run2day in Leeuwarden hebben ze uiteindelijk enorm tijd voor mij genomen, filmjes gemaakt, zodat ik nu schoenen heb die echt het beste corrigeren ( koop je schoenen dus bij Run2day in Leeuwarden ).

    Dus nu moet ik iets anders verzinnen om toch wat in conditie te blijven. Hardlopen is daar toch wel handig voor. Ik ben blijven zwemmen, het fietsen is grotendeels verleden tijd, ook al omdat fietsen met vooral koud weer minder goed te doen is dan hardlopen. Met hardlopen heb je minder niet bewegende en dus verkleumde lichaamsdelen.

  • Hardlopen op blote voeten

    Het afgelopen half jaar heb ik een deel van mijn hardlooptraining op blote voeten gedaan, ik denk naar aanleiding van een klein artikel in Runnersworld over Ken Saxton, die al tijden hardloopt op blote voeten en er een website over heeft ( hij is zeker niet de eerste. Iemand als Zola Budd ging hem bijvoorbeeld voor ). Het was gewéldig – wás, want nu heb ik een blessure door dat blote gerèn. Lopen op blote voeten voelt heerlijk. Je voelt gras, vocht, stenen en zelfs modder is niet naar ; eikels en stenen doen pijn en treffen je ineens hard. Met hondepoep heb ik gelukkig geen ervaring. Vooral de beweging is heerlijk, soepel en hard, niet dat gesjok dat je zo veel ziet. De loopbeweging op blote voeten is totaal anders dan die met schoenen. Je landt automatisch op je voorvoet. Op je hak landen geeft een enorme dreun, dat laat je wel uit je hoofd. Je dempt de landing doordat je hak langzaam tot bijna op de grond zakt tot het moment dat je been vertikaal staat. Die demping is meteen de oorzaak van mijn blessure. Die bevindt zich binnenin mijn linkerkuit. Bij lopen met schoenen heb ik daar nooit iets gevoeld. Ik denk daarom dat die blessure komt door die demping. Toch vind ik dat ik langzaam heb opgebouwd : begonnen met een paar keer een halve minuut op een grasveld en langzaam opgebouwd. Tot slot is nog van belang dat je zolen moeten wennen aan de ruwe oppervlaktes. Vooral asfalt voor auto’s heeft een scherp oppervlakte. Misschien begin ik later nog een keer opnieuw. Eerst verhuizen.

  • Triathlon !

    Het gaat allemaal niet zo snel als ik gedacht en gehoopt heb. Het is nu augustus 2004 en ik kan nu 5 km hardlopen, niet veel meer. Ik heb laatst een rondje van 6,5 km geprobeerd maar dat heb ik niet gehaald. Ik haal wel een redelijke snelheid: 12 km/u. Eigenlijk is dat ook waar ik op geoefend heb. Ik heb het laatste half jaar vooral intervaltraining gedaan en nauwelijks duurtraining.

    Ik zwem nog steeds twee keer, soms drie keer in de week. Het laatste half jaar ben ik vooral bezig geweest met mijn techniek. Ik heb erover gelezen en dat heb ik geprobeerd toe te passen, maar ik vraag me vaak af of me dit iets heeft opgeleverd. Af en toe voel ik dat de slag vloeit. Dat geeft een enorme voldoening, maar veel vaker vind ik mezelf maar zwoegen. En ik ga helemaal niet veel sneller dan anderen, dat irriteert me behoorlijk.

    Vanaf de tijd dat het ’s avonds lang genoeg licht is geworden ben ik gaan fietsen. Ik rijd 45 tot 60 minuten, meestal ook in intervals, soms in één stuk.

    Op 29 augustus heb ik voor het eerst meegedaan aan een achtste triatlon. Eindelijk.

  • Sport, eten, lijf, volgende aflevering

    Klik hier voor de post die hieraan vooraf gaat.

    Vanaf begin augustus heb ik de regelmaat er weer in. Ik zwem twee keer in de week, loop drie keer in de week hard, fiets twee keer in de week en doe elke week twee of drie keer krachtoefeningen. Het hardlopen en fietsen ben ik aan het opbouwen. Ik loop volgens een schema uit Runnersworld dat begint met 6 keer 1 minuut hardlopen, afgewisseld met 1 minuut wandelen. De warming-up kost me twee keer zoveel tijd. Maar ik ben erg bang voor gewrichtsklachten en peesontstekingen. Ik ben gestopt met volleybal om aanhoudende knieklachten en enkelklachten, dus ik pas op. Voor fietsen geldt hetzelfde als voor hardlopen. Ik fiets 40 minuten, afwisselend 2 minuten harder en 2 minuten langzamer. Dat heeft al geleid tot een dijbeenblessure, dus moest ik twee weken stoppen met fietsen en sommige krachtoefeningen.

    Ik heb mezelf tot doel gesteld tegen de zomer van 2004 een kwart-triatlon te lopen. Dat is 1 km zwemmen, 40 km fietsen, 10 km hardlopen. Het zwemmen lukt al aardig, ik zwem nu 40 tot 60 baantjes per keer, maar met fietsen ben ik voorlopig gestopt door een zeer dijbeen en om dezelfde reden loop ik maar iets van 10 minuten hard, drie keer per week, net genoeg om het nivo niet te laten zakken (hoewel, nivo …). Ik vertrouw erop dat het wel weer goed komt. Het been wordt al wat beter.

    Misschien ga ik als ik wat verder kan lopen eens met een oriënteringsloop meedoen of met een survivalrun. Dat is minder saai dan alleen een stuk hardlopen, hoewel voorlopig het trainen me heel erg meevalt. 60 baantjes zwemmen doe ik bijvoorbeeld in 5 of 6 delen, met tussendoor wat baantjes schoolslag of even rusten en ik ben erg met mijn techniek bezig. Niet met tijd. Als ik goed op mijn techniek let wordt elke slag interessant, ook aan het eind, als de vermoeidheid toeslaat. Juist dan heb ik iets om me op te concentreren.

    Wat ik zeker wil gaan doen is kanovaren op zee. Dat heb ik tussen 1990 en 1995 regelmatig gedaan en al die jaren sindsdien heeft het gekriebeld.

  • Sport, eten, lijf, eindelijk

    Sinds december 2002 sport ik regelmatig en let ik op mijn voeding. Resultaat: voor de zomervakantie was 8 kg afgevallen, van 88 tot even onder de 80, en was ik wat steviger, iets gespierder geworden. Ik voelde me heel prettig met mijn lijf. Ik vond het weer prettig om in zwembroek rond te lopen.

    Ik ben begonnen met twee keer in de week te zwemmen. Dat vond ik een hele stap omdat S veel ’s avonds werkt en ik dan thuis ben met de kinderen. Als ik wilde zwemmen moest ik oppas vragen. Maar ik had, dacht ik, geen kinderen gekregen om er dan anderen op te laten passen. Aan de andere kant: ze sliepen toch. Uiteindelijk had het zwemmen de prettige bijwerking dat het me goed deed dat ik ruimte voor mezelf innam.

    Ik koos voor zwemmen omdat ik over de 40 ben en een half jaar eerder was begonnen met hardlopen, wat blijkbaar een te grote belasting was, omdat ik na een paar weken met aanhoudende kniepijn weer stopte. Zwemmen heet een lage belasting te hebben.

    Ik ben wel meteen hard gaan zwemmen. Geen baantjes drijven in wandeltempo maar borstkrol. Eerst kon ik net twee baantjes volhouden maar na drie maand lukte het me 250 m te zwemmen. Ik klungel maar wat aan: twee baantjes sprinten, 4 in rustig tempo, een keer 10 baantjes heel rustig. Waar ik maar zin in heb. Eén keer heb ik 40 baantjes geprobeerd, het maximum voorlopig.

    Het feit dat ik de regelmaat erin kon houden vond ik al een hele opsteker. Een fijn bij-effect is dat ik niet meer zo moe ben aan het eind van de week. Voorheen ging ik ’s zondagsmiddags nog wel eens naar bed. Dat hoeft niet meer.

    Naast het zwemmen heb ik mij op de training met gewichten gestort. Als moet oppassen en aan huis gebonden bent kan je altijd nog met gewichten in de weer Ik heb in een boek oefeningen bij elkaar gezocht. Die deed ik twee keer in de week. Ook daar steeg mijn respect voor mijn lijf erg door. Niet dat ik er super gespierd uitzag, maar ik werd wel iets steviger. Mooi genoeg.

    Begin juli ben ik begonnen met hardlopen. Heel voorzichtig, eerst zes keer een minuut hardlopen en een minuut wandelen en elke week een beetje meer. Door de vakantie heb ik het niet kunnen volhouden. Half augustus ben ik weer opnieuw begonnen en tegelijk fiets ik. Ik heb me tot doel gesteld in juni volgend jaar een kwart triatlon te kunnen doen: 1 km zwemmen, 40 km fietsen, 10 km hardlopen.

    Eten

    Ik snoepte heel veel. Als ik naar mijn werk reed ging ik vaak bij een tankstation aan voor een reep. Of twee. En op de terugweg weer. Als ik tussen de middag een boodschap ging doen nam ik chocola mee van de supermarkt, bijvoorbeeld in de vorm van een doos bonbons. Daar ben ik mee opgehouden.

    Ik ben twee liter water per dag gaan drinken. ’s Ochtends begin ik met twee plakken brood. Ik ben gek op lekker brood – dat hebben we altijd – met veel soorten lekker beleg en dat kan ook best, maar verdeeld over twee plakken die ik dan in tweeën of vieren snijd.

    ’s Middags eet ik één plak brood met óf een appel óf een bak sla van de supermarkt. Voor tussendoor neem ik een appel mee en een bakje noten. Dit lukt het best op het werk. Dat heeft de meeste regelmaat. Thuis laat de discipline te wensen over. ’s Avonds moet het eten dan wel op tijd klaar staan anders werp ik me op de blokjes kaas of de soepstengels. Het lukt me om één keer op te scheppen en dan vooral groente en minder zetmeel. ’s Avonds eet ik zo weinig mogelijk, maar als S en ik samen voor de buis zitten met chips enzo lukt dat niet.

    Gek genoeg kan ik best blijven snoepen. Op verjaardagen kan ik gewoon veel snoepen, bij de koffie eet ik een koekje, of een koek, wat er maar is. Met deze hoeveelheid beweging en dit eetpatroon blijf ik 78-80 kg.

  • Kajaktocht Waddeneilanden

    Dag 1 : Den Oever-Oudeschild-De Cocksdorp. Door de sluis, meteen een erg lange tocht voor iemand die nauwelijks getraind is. Overtijen in Oudeschild, in een lekker zonnetje, met vis. Aan het begin van de avond door naar De Cocksdorp, in de zonsondergang een hele omweg om het reservaat ten noordoosten van Texel heen. Slapen in een strandhuisje.

    Dag 2 : Texel-Vlieland. Een kort eindje varen naar Vlieland. Pijn in mijn rechterpols. Rusten onder de aanvliegende vliegtuigen. Het woord kanotrektocht krijgt een nieuwe betekenis als we een heel eind moeten lopen over het wantij. Rustig de waddenkust van Vlieland langs, even over de Noordzee naar de opgang naar Stortemelk.

    Dag 3 : Vlieland-Terschelling. Weer een korte tocht. De pijn in mijn pols is erger. Wel een lange kanodraagtocht van de haven naar camping De Dellewal, nu nog zonder bierkrattentorens. Koop ruim sporttape om de pols in te tapen.

    Dag 4 : Terschelling-Ameland. Een rustige tocht. Het is heiig en windstil, alleen het plassen van de peddel, plas, drupdrupdrup, plas, drupdrupdrup. De sfeer maakt indruk. De tape werkt goed. De geul voor Ameland oversteken is een belevenis. We varen twintig, dertig graden naar het oosten om goed uit te komen bij de surfclub. Eten koken is een mislukking. Ik heb linzen mee, maar ze zijn niet geweekt en dus niet gaar te krijgen. We mogen niet slapen in het surfgebouw, dus slapen we buiten.

    Dag 5 : Ameland-Engelsmanplaat. … alleen is mijn slaapzak volledig van katoen, met dons, dus niet geschikt voor nachtvochtigheid en dauw. Ik slaap slecht en ben verkleumd als ik opsta. Na twee kilometer varen gaat het niet meer. Jos en Janny slepen mij tot bijna eind Ameland. Dan zijn zíj bijna aan het eind van hun latijn. Ik ben dan weer aardig opgeknapt en kan zonder probleem zelf de route onderlangs Engelsmanplaat naar de oostoever varen.

    Dag 6 : Engelsmanplaat-Simonszand. Vooral het laatste deel is prachtig : zo leeg. We rusten op het eind van Schier. Lekker tijd om te zwemmen. De laatste nacht op het wad. De kust van Groningen is me te dichtbij.

    Dag 7 : Simonszand-Noordpolderzijl, het modderslootje naar de halen. Roggebrood met haring en jenever als afsluiting.

    Dag 8 : Slapen, erg lang slapen.