Categorie: Buiten

Over alles wat buiten gebeurt

  • Breed en gratis trainen

    Op een dag kon ik niet meer einden hardlopen ( link ), rechts te slappe enkel- en kniebanden. Te oud, daar zal het uiteindelijk wel op neerkomen. Maar buiten moeilijk doen in wind, regen en vooral het ochtendzonnetje, da’s toch wel lekker. Voor veel geld in een fitnesscentrum binnen te gaan zitten is niet leuk en duur. Je bent zo driehonderd euro per jaar kwijt, terwijl het ook gratis kan en lekker en gezond buiten. Ik moet altijd lachen als ik achter de akwariumruiten van het nieuwe fitnesscentrum – in feite zijn er hier twee tegelijk gebouwd, naast elkaar – de mannen en de vrouwen in hun blitse pakje zie droogfietsen. En daarna aan de bar gauw de calorieën dubbel aanvullen met engergiedrankjes.

    Alles wat je nodig hebt is buiten ; wat je buiten aantreft kan je gebruiken. Zoek eens op ‘freerunning’ of het synoniem daarvan ‘parcour’ of op ‘urban climbing’, dan weet je wat ik bedoel. Al doe ik het wat rustiger aan. Bij ‘survivalrun’ of ‘obstacle course’ kunnen ze er ook wat van. En dan hebben we nog ‘crossfit’, maar die zitten ook veel binnen ( en ze vermengen fitness met liefde voor het leger en soldaten, een beetje typisch, maar geen ernstige hindernis voor de fitness ).

  • Buiten slapen bij min 8

    Het kon nog net voor de dooi. Ik lag in de tuin in mijn legerslaapzak ( M90 ) met bivakzak, met bivakmuts, wollen sokken en slip. Het was een bijzondere ervaring. Om half vier besloot ik maar weer naar binnen te gaan om toch maar wat te slapen. Ik had steeds bij bewustzijn liggen draaien en zorgen dat ik warm bleef, en ik meende niet te hebben geslapen. Maar misschien was dat toch wel het geval, want ik voelde me niet uitgeput of slaapdronken. De volgende dag had ik wel het gevoel dat ik uitgerust was. Ook de volgende dagen was ik niet uitgeput.

    Ik was niet koud, tenminste, ik had geen koude vingers en voeten. Wel miste ik een volledige bivakmuts met een stukje stof over het puntje van mijn neus, want dat werd erg koud. Gelukig kon ik mijn neus in de slaapzak verstoppen. Wel werd mijn kont koud … En elke draaiing veroorzaakte een koudestroom. De bivakzak is denk ik bedoeld om met kleren aan in te liggen. Daar is veel ruimte voor.

  • Kouderecord

    Al een paar jaar mediteer is ’s ochtends in de tuin ( naakt, maar wees gerust, op een plek waar in niet zichtbaar ben en zolang het nog donker is, vooral in de herfst en de winter dus ). Vanochtend was het min 11, een record. Er stond regelmatig een zuchtje wind. Het viel me niet mee om mijn ademhaling te volgen, de manier waarop ik altijd mediteer, en mij niet te laten leiden door de gedachte dat het koud was. Ik voelde vooral kou op mijn borst en aan de bovenkant van mijn oren. Mijn ogen waren vochtiger dan anders. Interessant om te merken dat het lichaam dat aankan. Het moet veel meer kou aankunnen dan ik nu verdraag, te weten aan monniken in de Himalaya, die in de kou natte kleden drogen op hun lijf, en de oorspronkelijke bewoners van Vuurland in Argentinië.

  • Noorwegen

    Lysefjorden vanaf de camping

    De boot

    De boot naar Noorwegen was een ramp. Niet het feit dat één van de motoren stuk was, waardoor hij niet om 16.00 uur vertrok maar om 22.00 uur, maar door het totale gebrek aan klantvriendelijkheid van de pubers aan de balie. Wij wilden graag weten of de camping in Kristiansand nog open was, of ze misschien even wilden bellen. Nee, want in Noorwegen spraken ze een andere taal ( Scandinaviërs klagen over elkaar dat ze gewoon hun eigen taal blijven spreken als ze in een ander land gaan wonen, in plaats van dat ze de plaatselijke taal gaan leren ) en nee, ze wisten het telefoonnummer ook niet, en nee, dat konden ze ook niet opzoeken op de computer voor hun neus, waarop ze wel internetspelletjes konden spelen.

    Anderen, die de weg naar de pizzeria van Hirtshals vroegen, kregen met tegenzin een summiere uitleg. Later bleek, toen ik uit verveling het veerbootkantoor nauwkeurig bekeek, tegenover de balie een rek te staan met een enorme stapel folders met de plattegrond van Hirtshals.

    Hun vaardigheid in de Engelse taal viel mij ook tegen, vooral toen we op de camping van Kristiansand – in de regen, om één uur ’s nachts – opgewacht werden door de campingbeheerder, die erg goed Engels sprak. Later merkten we dat veel Noren erg goed Engels spreken. Beter dan de gemiddelde Nederlander.

    Het weer

    We hebben ons een beetje verkeken op het weer. We waren met twee kleine tentjes, twee volwassenen en twee jonge pubers. Het weer was één dag regen op twee dagen zonder regen. Die droge dagen waren of bewolkt of zonnig. Hele dagen met elkaar gezellig in één klein tentje zitten vond ik vermoeiend.

    Lysefjorden

    Lysefjorden heeft mijn hart gestolen. Hij is maar dertig kilometer lang, tegen de iconische Hardangerfjord 170 km. Maar de grote fjorden zijn niet alleen lang, maar ook breed. Wij hebben drie nachten gekampeerd in Lysebotn, waar het water ophoudt. De Lysefjord bij Lysebotn is smal ( 500 m schat ik ) en de rotswanden bijna loodrecht ( 800 m ). Even verderop, bij Kjeragbolten, is een springplaats voor basejumpers. Lysebotn ligt op de bodem van een bak. De hoogte van de rotsen vervormt je waarneming van grootte en afstand. Mensen lijken klein en daardoor verderweg dan ze zijn. Je hersenen registreren vaag dat er iets niet klopt.

    De rostwand bij de camping van Lystbotn, Noorwegen

    We kwamen aan in Lysebotn via de weg. Er is één weg naar Lysebotn. Het is een éénbaansweg, zestig kilometer lang, vanaf de N9 bij Nomeland. We hebben de afslag fors gemist. Het is een prachtige weg, veel mooier, wilder, onherbergzamer en afwisselender dan de Hardangervidda. De weg is alleen geschikt voor auto’s zonder aanhanger. Ook niet voor campers. Dat komt door de afdaling op het eind, 800 meter in 8 km, waarvan een deel keertunnel, en 32 haarspeldbochten. In Lysebotn is geen winkel. Na twee nachten was het brood op. De dichtstbijzijnde winkel is aan het andere eind van de fjord of de zestig kilometer weg terug. We konden ontbijten in het campingcafé, met diepvriespistoletjes, lekker en uitgebreid en schappelijk, voor Noorse begrippen.

    Op de camping konden we twee kajaks en één kano huren, met wat matig passende wetsuits . We zijn ermee naar de landingsplek van de basejumpers gevaren. Rechter oever aanhouden, vorige week was er een groot rostblok uit de linkerbergwand gevallen. Gedurende de hele tocht zag ik het voor mijn ogen gebeuren. Een enorme plons en een vloedgolf die op ons afgolfde, terugsloeg van de rechteroever, weer tegen de linkeroever. Het voer onrustig. De wind wakkerde aan en uiteindelijk was het een behoorlijke tocht. De oevers torenden boven ons uit, nat glimmend, dreigend, imponerend. Het landingsterrein was een puinwaaier met hier en daar een paar vierkante meter vlakachtig gras. Er stond een lief bakentje in de vorm van een vuurtoren. Twee springers kwamen naar beneden, pal boven ons. Eén gilde de longen uit zijn lijf.

    In Lysebotn konden we zien hoe allemansrecht misbruikt wordt. Even buiten het dorp liggen rotsachtige velden waar mensen hun tenten opzetten, vuurtje stoken en waar ze met hun behoeften heen moeten ? Sommigen wandelen dan even op en neer naar de camping om de voorzieningen te gebruiken.

    Preikestolen / De Preekstoel

    Aan de Lysefjord ligt de overbekende Preekstoel, een rots waar je op kunt, na een wandeling van twee tot drie uur. Het was een mooie dag. De mensen liepen in een mierenspoor naar boven. Op het plateau, zonder hekjes, op iets van 600 meter hoog, was het een gezellig, ingetogen geroezemoes. Dat kleine vierkante stuk rots midden bovenin de foto hieronder, dat is hem.

    Preikestolen, Preekstoel vanaf het water

    Aan het pad naar de Preekstoel liggen een paar meertjes waar je kunt zwemmen.

    Zwemmen langs het pad naar Preikestolen

    Nestflaten : middenin nergens

    Op Google Maps heeft het niet eens een naam. Het dorp ligt aan rijksweg 13, die zich op de rand van bergen en met tunnels door bergen langs wateren slingert. Nadat je de Urheimtunnel uitgereden bent en voor je een kilometer verder de Kjeldhammartunnel inrijdt kan je rechtsaf Nestflaten in, een groep huizen verspreid over een sedimentvlakte aan een meer, omringd door bergen. Wij verwachtten een gelegenheid om de dingen te doen die je na langere tijd in een auto doet. Tevergeefs. De dag dat wij voet zetten in Nestflaten was bewolkt. Het miezerde af te toe, het was fris. De dichtsbijzijnde grote plaats is Røldal, 26 kilometer verderop, uitgang rechts. Wikipedia geeft 635 inwoners in 1965. De uitgang rechts brengt je na 67 kilometer in Sand, 1.150 inwoners. Daar zit je dan.

    Rijksweg 13 is tweebaans, zoals de meeste rijkswegen in Noorwegen ; en soms éénbaans. De maximumsnelheid is 80 km/u. Dat halen zelfs de Noren niet altijd.

    Hardangervidda

    Afgezien van een gletscher in de verte, de Hardangerjokullen, waar we na elke bocht in de weg hoopvol naar zochten en voor stopten om er nog mooiere foto’s van te makan dan de tientallen die we al hadden, vond ik er niet veel aan. Langdurig kale, platte rotsen, minder variatie in het landschap dan we zagen op de weg naar Lysebotn.

    Hardrangerjokulen (gletscher) vanaf de Hardragervidda

    Oslo

    Oslo is mooi. We waren in Oslo op een prachtige, zonnige dag. Iedereen zomers, levendig. Pleinen met bomen en met mooi onderhouden gras en bloemenperkjes. Het schijnt een heel dure stad te zijn. Het zal wel. Het parkeren is vreselijk duur. De reisgidsen waarschuwden voor tol, maar niets gezien. Nu stonden we ook op de stadscamping en we reisden met het openbaar vervoer, de reisgidsen waarschuwden ook voor de ingewikkelde verkeerssituatie, en dat klopte wel. We reden makkelijk naar een parkeergarage, maar de weg naar de camping was een jungletocht.

    De camping Ekeberg ligt op een heuvel. Tussen de camping en de weg is alleen een greppel. Je stapt zo de camping af en op. Vanaf de weg heb je een prachtig uitzicht over de stad, de twinkelende lichtjes ’s avonds, de skispringschans Holmenkollen in de verte, treinjtes, trammetjes.

    Olso bijna avond

  • Lysebotn

    Lysebotn ( de boot van Lyse ) is een plaatsje aan het eind van een kleine fjord in Noorwegen, behoorlijk in het zuiden. Je rijdt bij Kristiansand de weg naar het noorden op ( Rijksweg 9 ) en slaat af bij Nomeland, wat ons nog niet meeviel, we reden zo voorbij de afslag. Daarna rijd je over een éénautoweggetje door eindeloos leeg land. Steen overal. Op het eind van de weg schrik je je dood. De weg duikt eindeloos haarspeldend de diepte in 800 meter, 27 haarspeldbochten. De weg is drie meter breed. Het laatste stuk is een tunnel van een paar kilometer en dan ben je ineens in een dal met bomen en gras en op de bodem van de fjord.

    P1100526c

    De bergwand links rijst 900 meter omhoog. Hij doet iets raars met je grootte- en afstandswaarneming. Alles lijkt veel verder weg, want kleiner. Als je ergens naar toe loopt kom je veel sneller aan dan je verwacht.

    De fjord is maar 30 kilometer lang, kort voor Noorse begrippen. Een paar keer per dag gaat het veer naar Forsand of verderop richting Stavanger. Aan de fjord ligt de beroemde rots Preikestolen en ergens, vlakbei Lysebotn, hangt Kjeragbolten, een ronde kei, in een rotsspleet. De boot legt aan bij verschillende steigers, vanwaar je wandelingen kunt maken. Wel op tijd zijn voor de terureis 🙂 en van tevoren de boot waarschuwen !

    Lysebotn is ontstaan door een waterkrachtcentrale. Als je er heen gaat, neem genoeg proviand mee. Je kunt er geen brood kopen, bijvoorbeeld.

  • Twee nachten bivak

    Twee nachten in een bosje bij Vledder, georganiseerd door Extrasurvival. Voor mij een onderzoek naar de mogelijkheden om met de rugzak en de bivakzak te trekken en bovendien om weer eens vuur te maken. Ik wilde vooral verschillende materialen gebruiken om een vuur te beginnen. Voor andere deelnemers lag de uitdaging meer in het echte werk : voedsel verzamelen. Maar ik neem genoegen met voedsel uit de winkel.

    Kookpot boven het vuur

    Het was een fluitje van een cent. Het was droog, al een tijdje, dus het hout en al het andere aanmaakspul was droog. Het vuurmaken ging als vanzelf. En het was lekker weer, dus een lange wandeling was ook geen punt. Ik liep naar een plas vijftien kilometer verderop. Kopje thee gezet, chocolade gegeten, …

    Het was nog koud, maar door het mooie weer waren er veel mensen. Ik wilde even het water in en moest nog wachten voor ik ongezien mijn voornemen kon uitvoeren. Maar toen ik in het water lag duurde weer het eindeloos voor ik er ongezien weer uitkon. Twee kinderen en hun opa en oma namen de tijd om naaar mij te kijken en te filosoferen over zwemmen in het koude water. Ik zwom wat heen en weer en was aardig verkleumd toen ik er eindelijk weer uitkon. Maar de zon en een zware rugzak zorgden dat ik zo weer warm was. Voor het eten nog wat rietsigaren geoogst om het vuur mee aan te maken. Dat ging wat minder.

    Hieronder mijn tarp, 50 m vanaf de weg, maar onzichtbaar.

    Tarp
    Tarp onzichtbaar vanaf de weg

    Ik sliep zoals gewoonlijk matig, maar af en toe een blik op het bos bij nacht is leuk. De volgende dag weer mooi weer en een wandeling de andere kant uit.

    Ven met okergeel, dor riet

  • God vinden dichtbij

    Sommige mensen maken lange reizen om God te ontmoeten, in de woestijn of op een woest eiland. Maar als God overal is moet het in de stad ook lukken, de moderne woestijn. En ja, dat gaat eigenlijk best.

    In een hoek van onze tuin hebben de vorige eigenaars een rond laten straten. Nu is de begroeiing zo groot dat het omgeven is door vier meter hoge bamboestengels, een hulst en een jeneverbes. Het is een heerlijk beschutte kamer. Daar mediteer ik, dat wil zeggen, ik zit op een meditatiekruk, ’s ochtends vroeg, na zessen. ’s Zomers is het al licht, maar nog fris. Een merel scharrelt door de bladeren. In de herfst schemert het. Om mij heen vallen druppels van de bladeren, of het miezert. Soms waait het. Langzaam trekt de kou het lijf in. ’s Winters heb ik wel in de sneeuw gezeten, met het gedempte geluid, het weerkaatste stadslicht.

    Tot mijn geluk woon ik vlakbij het recreatiegebied van de stad. ’s Zondagsochtends heel vroeg zijn er nog bijna geen auto’s. Het suizen van die ene die passeert hindert niet. Het gras is nat, het is nog koud, er hangen slierten mist op het water of er hangt één dikke mist, óf het is helder en de zon komt op boven de bomen in de verte, aan de overkant van het water.

    Of anders ’s avonds, als het schemert en de recreanten weg zijn, als de vissen grazen langs het strand, hun rugvinnen boven water, en een lepelaar zijn maaltijd uit het water zeeft.

    De waddeneilanden zijn onze eigen wildernis, ook een mooie plaats om God te vinden. Op Schiermonnikoog en Ameland vanaf de boot rechtdoor naar het strand, dan rechtsaf en doorlopen zover als je kan. Daar worden de duinen lager en het strand leger en ben je alleen met de eeuwige wind en de even eeuwig aanrollende golven. Geldt ook voor Terschelling, maar dan is rechtsaf wel een heel eind lopen. Linksaf is wel zo snel. Op Vlieland moet je na de boot juist linksaf, maar dan heb je op den duur ook een echte woestijn tot je beschikking. Alleen in de weekeinden, door de week straaljagers.

    Over meditatie heb ik eens gelezen dat het niet de weg is náár de verlichting ( het ging over boedisme ) maar dat de meditatie de verlichting ís. Niet het doel doet ertoe, maar de weg erheen. Zo is het niet de plek die je God doet ontmoeten, maar je aandacht, de ruimte die je zelf schept. Die ruimte kan je natuurlijk prima scheppen door een week vrij te nemen en op reis te gaan, waar alles nieuw is daarom je aandacht heeft, maar misschien is 365 keer een kwartier aandacht oefenen in je tuin ook het overwegen waard.

  • Kanotocht Mecklenburgische Seenplatte

    Honderd kilometer boven Berlijn ligt een groot gebied met meren : de Mecklenburgische Seenplatte. We hebben daar een kanotocht van zes dagen gemaakt, vanaf de camping Das Hexenwaeldchen in Blankenförde-Kakeldütt ( klik hier voor een verhaal over ons vorige bezoek in 2008 ). Onze kinderen waren 10 en 13 jaar. Zij voeren in onze kajaks, wij groten voeren in een kano, op de laatste twee dagen na, toen de jongste in de kano kwam varen.

    Camping Das Hexelwaeldchen

    Het eerste deel is het mooist omdat daar geen motorboten mogen varen. De natuur is er ongerepter en afwisselender. Op het laatst heb je alle meren wel gezien en lijken ze allemaal op elkaar. De Schwanenhavel is een belevenis op zich. Als je op google maps kijkt is het wel een beetje nep : de natuur langs de Schwanenhavel is soms maar vijf meter diep.

    Dag 1 : Camping Hexenwäldchen, Blankenförde-Kakeldütt – Useriner See, Userin – Sluis Zwenzow – Grosser Labussee – Camping Klein Quassow

    Dag 2 : Camping Klein Quassow – Woblitzsee – Wesenberg ( je kunt ook kamperen bij de haven ) – Camping Kanumühle

    Dag 3 : Camping Kanumühle – Schwanenhavel – Plätlinsee – Wustrow – Kienzsee – Camping Seewalde ( wij stonden per ongeluk op een veld bij een antroposofisch vakantiepark, lekker rustig )

    Mecklenburgische Seenplatte

    Dag 4 : Camping Seewalde – Gobenowsee – Labussee – Sluis Diemitz – Fleeth – Camping Mossensee ( is niet zo mooi, een bos met oude stacaravans, als cultureel verschijnsel nog wel aardig, en verder een kale vlakte. Langs het meer waar wij stonden nog wel leuk.

    Dag 5 : Camping Mossensee – Mossensee – Zotzensee – Mirow – Mirower See – Camping Kanustation Mirow ( prachige camping, mooi vormgegeven, alles was er ( geen recreatteam, geen tig wasmachines, geen internetcafé, geen disco en geen speelhal, wel een strand, een volleybalstrand, kanokarren en goeie wc’s ) met de machinezaag uit bomen gezaagd beelden van Raik Vicent )

    Mecklenburgische Seenplatte

    Dag 6 : Kanustation Mirow – Grosser Kotzower See – Mussel – Leppinsee – Taxi naar Babke, met een norse, kortaffe, mokkende chauffeur / eigenaar, typisch mijn vooroordeel-Oost-Duitser – Forel eten bij de Fischerei Babke, ik waagde het om tegen de chaffeur het verkeerde woord te gebruiken ; eet vooral versgerookte forel in Babke of Mirow of op het Hexenwaelchen – Jäthensee – Jamelsee – Camping Hexenwäldchen

    Gerookte forel uit Babke

  • Onweer op Ameland

    11 juli 2010 is een warme dag. Ik ga naar Ameland. Ik heb een tweedehands slaap- plus bivakzak gekocht en ik wil slapen op het strand. De drie kilometer over het eiland zijn zwaar door de warmte. Op het strand is het koeler. Ik loop drie kwartier tot een uur, dan rust ik even, zwem even, eet een hapje chocolade. Dan weer verder. In de namiddag ben ik bij de NAM-lokatie. De duinen wijken, het strand wordt een vlakte. Ik zwem, eet en lig op het strand met zo weinig mogelijk kleren aan. Loop nog een kilometer verder. Hier blijf ik slapen. Het is geen probleem niets te doen terwijl het licht afneemt en blauwer wordt. Vogels staan te rusten aan de waterlijn. Het wordt kouder, ik moet kleren aan en als de zon onder is kruip ik al gauw in de slaapzak.

    Bivakzak op de oostpunt van Ameland

    Om twaalf uur word ik wakker van druppels op mijn gezicht. In de verte weerlicht het, een prachtig gezicht.

    Een kwartier later begint het te rommelen.

    Weer een kwartier later krimp ik in elkaar van de continue bliksemflitsen en de donderslagen, een aantal per minuut. Het regent en het waait in vlagen zo hard dat ik mijn rugzak moet vasthouden. Ik kan nergens heen. Ik durf niet naar de lage duinen te lopen, een paar honderd meter verderop, en ik besef dat als de bliksem vlakbij inslaat ik het gevaar loop van stroom die door de natte bodem heenloopt. Op het platte strand lijkt me op mijn hurken zitten ook niets.

    Het duurt eindeloos voor het onweer ophoudt en ik weer kan inslapen. Na drie kwartier begint het opnieuw. Pas om een uur of drie, half vier wordt alles rustig.

    ’s Ochtends is alles nat. Ik probeer naar huis te bellen maar heb geen bereik. Ik breek zo snel mogelijk op, loop zo snel mogelijk richting bewoonde wereld, maar pas na een paar kilometer is het eerste telefooncontact mogelijk.

    Kaartje van buienradar met alle bliksemontladingen

  • Bivakzakcombi

    Vorige week mijn nieuwe slaapcombinatie besteld en ontvangen ( bivakzak, matje, slaapzak + lakenzak ), een oude van het leger, zwaar en dik. Alles paste in en aan elkaar. Ik was verrast door het vernuft.

    Plekje in de tuin gezocht. Het enige nadeel merkte ik al meteen na vijf minuten : je blijft er ook warm in bij min zoveel, dus zeker bij plus tien, ondanks uit mijn voorzorg minimale kleding. Na tien minuten met alleen het gezichtsopeningetje open wurmde ik me weer uit het ding. Ik heb met de rits half open geslapen.

    Ik slaap buiten minder vast dan binnen. Om de zoveel tijd word ik wakker, steeds met het gevoel dat er iets niet deugt. Ik ben zó niet gewend om meteen de wolken te zien of struiken en om de wind, hoe zacht ook, te voelen. Toch wel mooi dat je gewoon buiten kunt slapen en dat er dan geen tent tussen zit. Gelukkig was er maar één mug.

  • Kajakrondtocht Alde Feanen – De Leijen

    Mooie kanotocht gemaakt, wel zwaar. Een rondje langs Grouw, de Alde Feanen, Drachten en Burgum. Als je nog eens in de buurt bent … door Wergea loopt een prachtig grachtje met hoog water en lage huisjes.

    Het water door Wergea
    Wergea

    Bij Grouw heerlijk thee gedronken aan het water, handig, een campingbrander mee, met een vette gevulde koek uit een campingwinkel aan de overkant van de dijk, zitten kletsen met twee eenden.

    Bij Grouw
    Bij Grouw

    Om twee uur ben ik al bij de Alde Feanen. Het is mooi weer, dus druk, vooral met zeilboten, waarin tot mijn verbazing groepen Duitsers. Horen die niet in grote motorboten ? Nu ik zo vroeg ben besluit ik niet hier een slaapplaats te zoeken maar door te varen naar De Leyen. Wel eerst lekker rustig eten. Bij Drachten kom ik langs een strandje, waar ik dankbaar aanleg onder het starende oog van een vrouw, die op een picknicktafel zit. Het varen is nu wel pijnlijker. Het is een uur of vijf en merkbaar rustiger. Ik zet chocolademelk en ga even zwemmen.

    Bij Drachten

    Ik ben blij als ik tegen zevenen De Leyen opvaar. Het kost me veel tijd om een plek te vinden en om mijn slaapplek te maken. Dat valt me tegen. Ik ben ook niet tevreden over het onderkomen. Het hangt te laag en te slap, maar ik heb als bevestigingspunt alleen een laag wilgenbosje. Kook eten, maar eet tot mijn verbazing niet veel.

    Bivak in De Leijen

    Het is wel fantastisch om buiten te liggen en meteen de struiken in te kijken. Ganzen vliegen op vijf meter afstand langs en schrikken als ze me opmerken. Zie een ree vrij dicht bij. De ondergaande zon over het meer is prachtig. Het mooist is nog het geluid van buiten en de toenemende stilte.

    Zonsondregang in De Leijen

    De terugtocht. Wind tegen, het is niet zo zonnig en windstil als gisteren. Ik ben bijna alleen op het Bergumer Meer met aardig wat golven. Als ik nu omval ga ik dood : te koud en niemand ziet het ( november 2010 : als ik met een aanwonende praat blijk je bijna overal in het meer te kunnen staan ).

    Hoe langer de tocht duurt, hoe groter de worsteling en hoe zeerder het varen gaat doen. Ik ben blij als ik bij De Froskepolle lang kan uitrusten, in de zon en uit de wind.

  • Cursus Vuur en bivak

    Het is al donker. In een lange rij auto’s van het verzamelpunt naar een landweg langs een vaart. Spullen uit de auto, het bos in, zwart tegen de nachtlucht. Een pad gemarkeerd door kleine, hangende reflectoren leidt ons naar vuur onder een opgehangen parachute. Alleen mannen dit keer.

    Beke legt uit waar je rekening mee moet houden en leer ons twee knopen, waarna we ergens daar ons zeil mogen ophangen en lekker gaan slapen. De herinnering aan een koude, natte en slapeloze nacht op het strand van Ameland (door een katoenen, donzen slaapzak, helemaal verkeerd) maken me niet gerust op de afloop. Maar ik slaap heerlijk met warmteonderbroek, dikke wollen sokken, warmtehemd en trui aan in twee slaapzakken (diezelfde donzen in een synthetische ) en met de muts op. Het ontwaken is fantastisch. Ik kijk meteen het bos in, natte boomstammen, natte bladeren en verderop is het dag. Nauwelijks geluid, wat vallende druppels misschien.

    Zaterdagochtend vuur maken, met één krantenbladzij en twee lucifers. Het is nat. Alles is nat. Eerst bedenken we zelf een aanpak. Alle vuren worden besproken, zodat we ook leren waarom een aanpak níet werkt. Daarna een demonstratie en dan weer zelf proberen. Met alle opgedane kennis over opbouw, takjesdikte, afstand tot het vuur, wanneer zacht blazen, wanneer hard, het geluid van het vuur, lucht in de takjes lukt het beter. Ook als alles zo nat is kan je dus met minimale middelen vuur maken.

    ’s Middags bouwen we een onderkomen van materiaal uit het bos. Ik bouw een halve A-hut, niet meer dan een windscherm. Een lange draagbalk met stokken ertegenaan, bekleed met 30 cm humus. Pas als het donker is ben ik klaar. En kletsnat van de regen en de natte bladeren. Ik merk hoe lastig het is dat ik mijn zaklantaarn niet bij me heb en dat het heel erg lastig is dat ik hem ook niet kan vinden. Ik strompel met mijn slaapspullen in het donkere bos tweehonderd meter van mijn oude slaapplaats naar mijn A-hut. Gelukkig kan ik mij daar onbekommerd mijn kletsnatte katoenen onderbroek ontdoen. Trek nooit katoenen ondergoed aan als het nat kan worden. Het is erg koud.

    Ik zie de nacht niet echt met vertrouwen tegemoet maar weer slaap ik heerlijk en ook nu is het een feest om de ogen op te slaan. Deze ochtend hangt een dikke nevel tussen de stammen. Het is vochtig, windstil en niet koud. Wel heel stil. Prachtig.

    We gaan wandelen, zeil mee, touw mee. We moeten in steeds kortere tijd een onderkomen opspannen : 7 minuten, 5 minuten, 3 minuten en dan bespreken we of de zaak goed staat, juist ligt, of er geen dode takken boven hangen, die kunnen afbreken. Ik krijg zowaar handigheid in knopen en meestal lukt het me het zeil redelijk op te hangen. Ondertussen geeft Beke les in materialen om ’s middags vuur mee te maken. We zetten in één minuut een dak op tegen onweer, in één minuut een dak zonder grondpennen en nog één en nog één. Op de terugweg verzamel ik berkebast om het vuur te starten en de dunste takjes die ik kan vinden. Het is een enorm werk om een beker warme chocolademelk te maken. Vuurplaats maken en alle benodigdheden klaar leggen. Goed organiseren hoort erbij. Berkebast schrapen en scheuren en klaarleggen. Beke komt langs en leent me haar vuurijzer, waar je een vonkenregen mee kunt maken, en inderdaad, na ettelijke pogingen vlamt de berkebaststof. Het gaat even hard weer uit voor we een vuur hebben kunnen maken. Uiteindelijk lukt een klein vuurtje. Het is een heel werk het aan te houden, met veel blazen, zacht, vooral niet te hard. Af en toe moet ik heel snel heel dunne takjes halen, heel snel, want het vuur gaat dan uit en dan kan ik het net weer aanblazen, de nieuwe takjes toevoegen, wachten tot ze droog genoeg zijn om vlam te vatten en dan weer nieuwe takjes halen. Tot dan eindelijk stoom uit de billycan komt …! De chocolademelk smaakt heerlijk, ondanks de klonten poeder.

    Mijn leento ´s ochtends in de nevel

    Conclusie

    In november is buiten in Nederland onherbergzaam en hard. Denk je eens met hoeveel moeite de mensen hier duizend, tweeduizend jaar geleden overleefden. Buiten overleven is hard werk, alles kost tijd en moeite, en vereist kennis en organisatie. En goede spullen helpen ook een handje, maar dan moeten ze wel weer passen bij de situatie waarin je zit, en het vergt weer kennis om die goed in te schatten.

    De cursus is van extrasurvival.nl ( klik hier om hun website te openen ), cursus Vuur en bivak. Het is een doe-cursus. Je bent steeds bezig en alles is aanleiding voor bespreking en aanwijzingen. Ik vond de cursus erg goed opgezet. Alleen in voor- en najaar, want dan leer je het meest door de omstandigheden van het seizoen.