Staatsbosbeheer heeft sinds niet al te lang een aantal primitieve campings, waaronder één in Flevoland, in het Horsterwold. Ik heb daar gekampeerd, één nacht slechts. Het is een prachtig initiatief, een veldje van 30 bij 10 meter, met achteraf in het hakhout een kakdoos, een doos met een wc bril op een vierkant gat ( werkt perfect ). Als ik goed heb rondgekeken was er geen waterpomp. Je zet je auto op een parkeerterrein, loopt een eind op een fietspad, dan nog een eind over een karrespoor en dan nog over een graspad – niets is aangegeven.
Toen ik er kampeerde was er een verjaardagsfeestje van een groep van vooral jongetjes van tien. Ze moeten een prachtige tijd hebben gehad. Met elkaar rommelen, kampvuur stoken en in een tent slapen. Naast mij was een man primitief kamperen aan het oefenen, weer primitiever dan ik : slapen onder – naast – een lintoe gemaakt van een poncho en koken op hout. Ik gebruikte een esbitbrander en een tarp, en voor het eerst een klamboe. Beviel goed natuurlijk, geen gezoem om het hoofd en geen geprik in het hoofd.
Het vallen van de nacht en het ochtendgloren zijn altijd weer zo mooi om mee te maken.
Er zit vooral heel veel suiker in, heel slecht dus, maar ook behoorlijk noten, dat scheelt weer, en meel. Heel veel energie dus, kort en lang, en door de geconfijte sinasappelschil en de sukade ( ook een citrusschil ) is het ontzettend lekker. Ideaal om tijdens een koude, vermoeidende, lange wandeling naar uit te kijken en mee op kracht te komen. Je kunt kleine stukjes nemen, dat is genoeg, het heeft een lange nasmaak. Het is makkelijk te maken. Het venijn zit in afwas. Je blijft zitten met een kom taaie, harde stukken opgdroogde suiker met meel. Panforte is lang houdbaar. In theorie. Het is te lekker.
De ingrediënten
250 g. bloem
200 g. honing
250 g. witte basterd
400 g. noten ( amandelen en hazelnoten )
100 g. gekonfijte sinaasappelschil
100 g. sukade
1 el. kaneelpoeder
2 tl. geraspte nootmuskaat
De bereiding
Verwarm de oven voor tot 150 graden.
Beboter een taartvorm vna 24 cm. met boter.
Knip bakpapier zodat je de bakvorm ermee kunt bedekken.
Op laag vuur de suiker in de honing oplossen. Indien nodig 2 el. water toevoegen.
Vanochtend was ik laat op, ik had net nog tijd om te zwemmen. Het was nog donker om kwart over zes, half zeven, voor het eerst weer, na de zomer. Er waren sterren en een streepje nieuwe maan, net boven de boomtoppen. Het was koud. Ik twijfelde of ik wel het water in zou gaan.
Het was fantastisch om te zwemmen met de sterren boven mij in de zwartblauwe lucht, de nog zwartere contouren van de bomen rondom en het zwarte water, en opzij dat maansikkeltje.
Het kon nog net voor de dooi. Ik lag in de tuin in mijn legerslaapzak ( M90 ) met bivakzak, met bivakmuts, wollen sokken en slip. Het was een bijzondere ervaring. Om half vier besloot ik maar weer naar binnen te gaan om toch maar wat te slapen. Ik had steeds bij bewustzijn liggen draaien en zorgen dat ik warm bleef, en ik meende niet te hebben geslapen. Maar misschien was dat toch wel het geval, want ik voelde me niet uitgeput of slaapdronken. De volgende dag had ik wel het gevoel dat ik uitgerust was. Ook de volgende dagen was ik niet uitgeput.
Ik was niet koud, tenminste, ik had geen koude vingers en voeten. Wel miste ik een volledige bivakmuts met een stukje stof over het puntje van mijn neus, want dat werd erg koud. Gelukig kon ik mijn neus in de slaapzak verstoppen. Wel werd mijn kont koud … En elke draaiing veroorzaakte een koudestroom. De bivakzak is denk ik bedoeld om met kleren aan in te liggen. Daar is veel ruimte voor.
In Noorwegen ging ons Campinggaz-brandertje stuk, zo één met prikblikjes. De brandertjes zijn in Noorwegen niet te koop. In Jørpeland waren vijf buitensportwinkels, niet één had ze.
Ik heb een Primus Express Stove gekocht, een gasbrander die je op een gasfles schroeft ( met Primusschroefdraad, hij past niet op het Campingazschroefdraad ). Reuze handig. Hij heeft een vuursteentje, zodat je geen lucifers nodig hebt. Erg klein : 87 x 40 x 83 mm. En een stuk veiliger dan de prikblikjes, al zijn de gasflessen wel duurder.
De Noorse winkels hadden ook geen rotsharingen ! Ze vonden de haring die ik bij me had erg interessant, zo’n spijker met een dwarsstokje.
De boot naar Noorwegen was een ramp. Niet het feit dat één van de motoren stuk was, waardoor hij niet om 16.00 uur vertrok maar om 22.00 uur, maar door het totale gebrek aan klantvriendelijkheid van de pubers aan de balie. Wij wilden graag weten of de camping in Kristiansand nog open was, of ze misschien even wilden bellen. Nee, want in Noorwegen spraken ze een andere taal ( Scandinaviërs klagen over elkaar dat ze gewoon hun eigen taal blijven spreken als ze in een ander land gaan wonen, in plaats van dat ze de plaatselijke taal gaan leren ) en nee, ze wisten het telefoonnummer ook niet, en nee, dat konden ze ook niet opzoeken op de computer voor hun neus, waarop ze wel internetspelletjes konden spelen.
Anderen, die de weg naar de pizzeria van Hirtshals vroegen, kregen met tegenzin een summiere uitleg. Later bleek, toen ik uit verveling het veerbootkantoor nauwkeurig bekeek, tegenover de balie een rek te staan met een enorme stapel folders met de plattegrond van Hirtshals.
Hun vaardigheid in de Engelse taal viel mij ook tegen, vooral toen we op de camping van Kristiansand – in de regen, om één uur ’s nachts – opgewacht werden door de campingbeheerder, die erg goed Engels sprak. Later merkten we dat veel Noren erg goed Engels spreken. Beter dan de gemiddelde Nederlander.
Het weer
We hebben ons een beetje verkeken op het weer. We waren met twee kleine tentjes, twee volwassenen en twee jonge pubers. Het weer was één dag regen op twee dagen zonder regen. Die droge dagen waren of bewolkt of zonnig. Hele dagen met elkaar gezellig in één klein tentje zitten vond ik vermoeiend.
Lysefjorden
Lysefjorden heeft mijn hart gestolen. Hij is maar dertig kilometer lang, tegen de iconische Hardangerfjord 170 km. Maar de grote fjorden zijn niet alleen lang, maar ook breed. Wij hebben drie nachten gekampeerd in Lysebotn, waar het water ophoudt. De Lysefjord bij Lysebotn is smal ( 500 m schat ik ) en de rotswanden bijna loodrecht ( 800 m ). Even verderop, bij Kjeragbolten, is een springplaats voor basejumpers. Lysebotn ligt op de bodem van een bak. De hoogte van de rotsen vervormt je waarneming van grootte en afstand. Mensen lijken klein en daardoor verderweg dan ze zijn. Je hersenen registreren vaag dat er iets niet klopt.
We kwamen aan in Lysebotn via de weg. Er is één weg naar Lysebotn. Het is een éénbaansweg, zestig kilometer lang, vanaf de N9 bij Nomeland. We hebben de afslag fors gemist. Het is een prachtige weg, veel mooier, wilder, onherbergzamer en afwisselender dan de Hardangervidda. De weg is alleen geschikt voor auto’s zonder aanhanger. Ook niet voor campers. Dat komt door de afdaling op het eind, 800 meter in 8 km, waarvan een deel keertunnel, en 32 haarspeldbochten. In Lysebotn is geen winkel. Na twee nachten was het brood op. De dichtstbijzijnde winkel is aan het andere eind van de fjord of de zestig kilometer weg terug. We konden ontbijten in het campingcafé, met diepvriespistoletjes, lekker en uitgebreid en schappelijk, voor Noorse begrippen.
Op de camping konden we twee kajaks en één kano huren, met wat matig passende wetsuits . We zijn ermee naar de landingsplek van de basejumpers gevaren. Rechter oever aanhouden, vorige week was er een groot rostblok uit de linkerbergwand gevallen. Gedurende de hele tocht zag ik het voor mijn ogen gebeuren. Een enorme plons en een vloedgolf die op ons afgolfde, terugsloeg van de rechteroever, weer tegen de linkeroever. Het voer onrustig. De wind wakkerde aan en uiteindelijk was het een behoorlijke tocht. De oevers torenden boven ons uit, nat glimmend, dreigend, imponerend. Het landingsterrein was een puinwaaier met hier en daar een paar vierkante meter vlakachtig gras. Er stond een lief bakentje in de vorm van een vuurtoren. Twee springers kwamen naar beneden, pal boven ons. Eén gilde de longen uit zijn lijf.
In Lysebotn konden we zien hoe allemansrecht misbruikt wordt. Even buiten het dorp liggen rotsachtige velden waar mensen hun tenten opzetten, vuurtje stoken en waar ze met hun behoeften heen moeten ? Sommigen wandelen dan even op en neer naar de camping om de voorzieningen te gebruiken.
Preikestolen / De Preekstoel
Aan de Lysefjord ligt de overbekende Preekstoel, een rots waar je op kunt, na een wandeling van twee tot drie uur. Het was een mooie dag. De mensen liepen in een mierenspoor naar boven. Op het plateau, zonder hekjes, op iets van 600 meter hoog, was het een gezellig, ingetogen geroezemoes. Dat kleine vierkante stuk rots midden bovenin de foto hieronder, dat is hem.
Aan het pad naar de Preekstoel liggen een paar meertjes waar je kunt zwemmen.
Nestflaten : middenin nergens
Op Google Maps heeft het niet eens een naam. Het dorp ligt aan rijksweg 13, die zich op de rand van bergen en met tunnels door bergen langs wateren slingert. Nadat je de Urheimtunnel uitgereden bent en voor je een kilometer verder de Kjeldhammartunnel inrijdt kan je rechtsaf Nestflaten in, een groep huizen verspreid over een sedimentvlakte aan een meer, omringd door bergen. Wij verwachtten een gelegenheid om de dingen te doen die je na langere tijd in een auto doet. Tevergeefs. De dag dat wij voet zetten in Nestflaten was bewolkt. Het miezerde af te toe, het was fris. De dichtsbijzijnde grote plaats is Røldal, 26 kilometer verderop, uitgang rechts. Wikipedia geeft 635 inwoners in 1965. De uitgang rechts brengt je na 67 kilometer in Sand, 1.150 inwoners. Daar zit je dan.
Rijksweg 13 is tweebaans, zoals de meeste rijkswegen in Noorwegen ; en soms éénbaans. De maximumsnelheid is 80 km/u. Dat halen zelfs de Noren niet altijd.
Hardangervidda
Afgezien van een gletscher in de verte, de Hardangerjokullen, waar we na elke bocht in de weg hoopvol naar zochten en voor stopten om er nog mooiere foto’s van te makan dan de tientallen die we al hadden, vond ik er niet veel aan. Langdurig kale, platte rotsen, minder variatie in het landschap dan we zagen op de weg naar Lysebotn.
Oslo
Oslo is mooi. We waren in Oslo op een prachtige, zonnige dag. Iedereen zomers, levendig. Pleinen met bomen en met mooi onderhouden gras en bloemenperkjes. Het schijnt een heel dure stad te zijn. Het zal wel. Het parkeren is vreselijk duur. De reisgidsen waarschuwden voor tol, maar niets gezien. Nu stonden we ook op de stadscamping en we reisden met het openbaar vervoer, de reisgidsen waarschuwden ook voor de ingewikkelde verkeerssituatie, en dat klopte wel. We reden makkelijk naar een parkeergarage, maar de weg naar de camping was een jungletocht.
De camping Ekeberg ligt op een heuvel. Tussen de camping en de weg is alleen een greppel. Je stapt zo de camping af en op. Vanaf de weg heb je een prachtig uitzicht over de stad, de twinkelende lichtjes ’s avonds, de skispringschans Holmenkollen in de verte, treinjtes, trammetjes.
Lysebotn ( de boot van Lyse ) is een plaatsje aan het eind van een kleine fjord in Noorwegen, behoorlijk in het zuiden. Je rijdt bij Kristiansand de weg naar het noorden op ( Rijksweg 9 ) en slaat af bij Nomeland, wat ons nog niet meeviel, we reden zo voorbij de afslag. Daarna rijd je over een éénautoweggetje door eindeloos leeg land. Steen overal. Op het eind van de weg schrik je je dood. De weg duikt eindeloos haarspeldend de diepte in 800 meter, 27 haarspeldbochten. De weg is drie meter breed. Het laatste stuk is een tunnel van een paar kilometer en dan ben je ineens in een dal met bomen en gras en op de bodem van de fjord.
De bergwand links rijst 900 meter omhoog. Hij doet iets raars met je grootte- en afstandswaarneming. Alles lijkt veel verder weg, want kleiner. Als je ergens naar toe loopt kom je veel sneller aan dan je verwacht.
De fjord is maar 30 kilometer lang, kort voor Noorse begrippen. Een paar keer per dag gaat het veer naar Forsand of verderop richting Stavanger. Aan de fjord ligt de beroemde rots Preikestolen en ergens, vlakbei Lysebotn, hangt Kjeragbolten, een ronde kei, in een rotsspleet. De boot legt aan bij verschillende steigers, vanwaar je wandelingen kunt maken. Wel op tijd zijn voor de terureis 🙂 en van tevoren de boot waarschuwen !
Lysebotn is ontstaan door een waterkrachtcentrale. Als je er heen gaat, neem genoeg proviand mee. Je kunt er geen brood kopen, bijvoorbeeld.
De afgelopen dagen mijn kajak geverfd, een Mariner.
– Ondergrond testen. Neem een doek gedrenkt in thinner. Als de laag rimpelt is de laag een ééncomponententak. Gebeurt er niets dan is de laag of de originele gelcoat of een tweecomponentenlak.
– Verf en andere toebehoren kopen. Ik heb een tweecomponentenlak van Epifanes gebruikt. Bij de Friese Olie- en Verfhandel in Leeuwarden hebben ze de kleurcode van Histor naar Epifanes gestuurd. Na een paar dagen kregen ze de formule teruggemaild waarmee ze de gewenste kleur konden mengen.
– Andere toebehoren : 4 rollers geschikt voor tweecomponentenlak, 1 rolbak, eventueel kwasten voor tweecomponentenlak, mondkapje voor polyesterschuurstof, thinner, handschoenen tegen thinner en tweecomponentenlak, schuurpapier 320 droog. Ga je tussen de laklagen door schuren, neem daar dan fijner schuurpapier voor.
– Belijning verwijderen.
– Wassen met zeep. Ik heb Sint Marc gebruikt.
– Vetvrij maken met thinner.
– Schuren met 320.
– Vetvrij maken met thinner.
– Afplakken. De skeg bijvoorbeeld.
Je kunt nu twee volgordes kiezen. Als je tussen 24 en 48 uur na de eerste lakbeurt de tweede laag aanbrengt hoef je niet te schuren. Mijn kajak stond op schragen. Het onderschip en het bovenschip kunnen niet in dezelfde lakbeurt gelakt worden.
– Goed luisteren naar het advies van de mannen van de FOV : opbrengen, verdelen, uitstrijken, AFBLIJVEN, AFBLIJVEN, AFBLIJVEN.
– Je gaat in vier keer lakken. De lak komt in een pot met 500 g component A en een pot met 250 g component B. Je moet dus elke keer 125 g component A afwegen en 62,5 g component B. Dit was nèt genoeg voor het onderschip. Eventueel kan je 5% kwastverdunner toevoegen, maar de lak rolt zonder verdunning goed. Een kwastlaag is ongeveer twee keer zo dik als een gerolde laag.
– 1. Onderschip twee keer achter elkaar verven zonder schuren, bovenschip twee keer achter elkaar verven zonder schuren.
– 2. Onderschip, bovenschip, onderschip, bovenschip verven en tussentijds schuren. De verf is na 3 tot 4 uur voldoende droog om de kajak op de nieuwe laag te leggen. Het is nergens voor nodig om dat zo snel al te doen.
Paul de Haas, bekend kajakker, die met zijn vrouw Marian Makelaar afgelopen jaar om Ierland gevaren zijn, in kajaks, ( klik hier om naar hun website dutchseakayakers.com te gaan ) hield op de vereniging Onder de Wadden een verhaal over eten tijdens een trektocht. Geleerd :
Blikken zijn onhandig. Door hun vaste vorm vreten ze ruimte. Het blik is zwaar. Na gebruik vreten ze nog steeds ruimte en moet je oppassen dat ze niet alles bevuilen.
Een beetje trektocht vreet calorieën. Je heb dus meer eten nodig dan gewoonlijk.
Nat eten is bederfelijk als het niet houdbaar is gemaakt of als een verpakking stuk gaat. Het is volumineus, maar kan ook een extra bron van vocht zijn.
Eigen ervaring en wetenswaardigheden :
Couscous is erg gemakkelijk : water koken, couscous erin, vuur uit, vijf minuten wachten, losharken, eten. Je kunt er een groentemengsel indoen – meekoken met het water – en een kruidenmengsel doordoen.
Beefjerky is gedroogd vlees. Het is lang houdbaar. Het smaakt een beetje zoet. Het bevat alle voedingsstoffen die je in vlees wilt aantreffen. Te koop bij Bever én bij de AH.
Panforte ( krachtbrood, sterk brood ) is een mengsel van bloem, honing, noten en gedroogde vruchten. Het is vreselijk lekker, eigenlijk te lekker voor trektochten, want je eet alles in één keer op.
Eipoeder leek mij ook handig, schepje poeder, water erbij, eitje bakken : Henk Koster Hengelsport biedt bussen van 750 g aan voor 5,95. Ik weet niet of het ook mensenvoer is.
Update : de drogist verkoopt het ook.
Buitensportwinkels verkopen voedsel dat je kunt klaarmaken door er kokend water in te gieten. Het werkt prima, maar het is duur en erg zout. Een beetje zout is niet erg, zelfs goed voor je, maar veel zout = veel drinken = veel plassen en dat is in combinatie met een kajak niet handig. Een beetje zout kan bij inspanning natuurlijk geen kwaad.
Op extrasurvival.nl vind je een bladzijde over eten op trektochten.
Op zenstoves.com vind je een hele verzameling branders om zelf te maken, vele op alcohol, en een heleboel links naar nog meer sites met branders om zelf te maken. Ik heb zelf geprobeerd één te maken. Het resultaat leek in de verste verte niet op de gepolijste branders die de website laat zien.
Twee nachten in een bosje bij Vledder, georganiseerd door Extrasurvival. Voor mij een onderzoek naar de mogelijkheden om met de rugzak en de bivakzak te trekken en bovendien om weer eens vuur te maken. Ik wilde vooral verschillende materialen gebruiken om een vuur te beginnen. Voor andere deelnemers lag de uitdaging meer in het echte werk : voedsel verzamelen. Maar ik neem genoegen met voedsel uit de winkel.
Het was een fluitje van een cent. Het was droog, al een tijdje, dus het hout en al het andere aanmaakspul was droog. Het vuurmaken ging als vanzelf. En het was lekker weer, dus een lange wandeling was ook geen punt. Ik liep naar een plas vijftien kilometer verderop. Kopje thee gezet, chocolade gegeten, …
Het was nog koud, maar door het mooie weer waren er veel mensen. Ik wilde even het water in en moest nog wachten voor ik ongezien mijn voornemen kon uitvoeren. Maar toen ik in het water lag duurde weer het eindeloos voor ik er ongezien weer uitkon. Twee kinderen en hun opa en oma namen de tijd om naaar mij te kijken en te filosoferen over zwemmen in het koude water. Ik zwom wat heen en weer en was aardig verkleumd toen ik er eindelijk weer uitkon. Maar de zon en een zware rugzak zorgden dat ik zo weer warm was. Voor het eten nog wat rietsigaren geoogst om het vuur mee aan te maken. Dat ging wat minder.
Hieronder mijn tarp, 50 m vanaf de weg, maar onzichtbaar.
Ik sliep zoals gewoonlijk matig, maar af en toe een blik op het bos bij nacht is leuk. De volgende dag weer mooi weer en een wandeling de andere kant uit.
Vertrek om kwart voor negen ’s avonds naar het recreatiegebied. Besteed veel tijd aan het vinden van een goede plek. Zet voor de eerste keer mijn zeiltje op ( zie ook ‘Bivakzak zonder zeiltje‘ ). Hoewel het niet regent verwacht ik wel spetters. Die komen op den duur ook. Heb er veel nut van dat ik de mastworp geoefend heb. Kan hem nu op de tast. Zeiltje komt lekker strak te staan.
In de bivakzak kruipen is een fijn gevoel. Lig ik net, komt op de parkeerplaats 200m recht tegenover mij een auto met boem-boem-boem-muziek te staan. In tegenstelling tot de vorige keer dat ik overnachtte, van zaterdag op zondag, hoor ik deze nacht voortdurend verkeer.
Het wakker worden is een feest. Eerst de ochtendschemering, met af en toe een fluiteend ( klinken als plastikken badeendjes ). Later lig ik bij blauw ochtendlicht te kijken en te doezelen. Ik kijk uit op een els vol in bloei, met van die lange stuifmeelkatjes. Ik heb geen zin om op te staan.
Als later een enorme groep hardlopers eindelijk weg is ga ik het water in. Het is vreselijk koud, maar ik loop automatisch door en glijd in schoolslag het water in. Kleed me gauw aan en breek op.
November, zaterdagavond 8 uur. Met mijn bivakzak, slaapzak, matje en wat spulletjes in mijn rugzak ga ik op pad naar het recreatieterrein, pal naast de wijk waar ik woon. De stad is in rust, iedereen zit voor de tv. De lucht is helder. Het is koud. Na de laastste huizen wordt het nog stiller. De stilte en het donker maken me alert.
Het is maar 2, 3 kilometer lopen. Ik zoek een plek tegen bosjes, van de wind af. Ik hoop er wat beschutting van te hebben als het gaat regenen. Volgens buienradar.nl is dat om drie uur ’s nachts. In het donker worstel ik met zeiltje, slaapmat en bivakzak. Gelukkig heb ik de slaapzak thuis in de bivakzak geknoopt. De drukknopen zijn in het licht al niet goed te plaatsen.
Het ligt lekker. Zelfs zonder kleren bij een redelijke kou is het nog lekker warm. Toch is de andere omgeving zo spannend dat ik niet goed in slaap kan vallen. Aan de overkant van het water rijdt af en toe een auto. Iets verderop is een homo-ontmoetingsplaats, vandaar. Eén van de keren dat ik wakker ben schijnen koplampen langduren recht op mij. Ik ben ervan overtuigd dat ik tweehonderd meter verderop een onzichtbaar hoopje groen ben in een bundel licht die het nachtzicht van de bestuurder verknoeit, maar toch.
Omstreeks drie uur begint het te miezeren. Ik probeer om het gat voor mijn hoofd zo te leggen dat er geen regen op mijn gezicht valt. Dat lukt wel, maar dan moet ik stil in één houding blijven liggen, en dat lukt maar kort. Zo komt er weinig van slapen tot ik zo slaperig ben dat het lijf zich niets meer aantrekt van een pijnlijke houding en spatjes water.
Als ik om acht uur wakker wordt weet ik zeker dat boven een bivakzak een zeiltje hoort. En eronder hoort geen. Het zeiltje waar ik op lig heeft keurig een plas water verzameld.