Categorie: Al het andere

Levensbeschouwing, maatschappij, boeken, films, meningkjes

  • Maximum snelheden

    Al die maximumsnelheden … Je hebt ze van 30, 50, 60, 70, 80, 100, 120 en 130. Een rommeltje. Ik heb er maar wat regelmaat in aangebracht. Steeds 20 km/u ertussen.

    Binnen bebouwde kom

    • Woonerf : blijft stapvoets.
    • 40 km/u : 30 voelt op de meeste wegen belachelijk langzaam. De meeste bestuurders rijden sneller en begaan dus een overtreding. Bovendien rijdt het beter in de derde versnelling dan 30, met lager toerental. Het is dus ook beter voor het milieu.
    • 60 km/u : op grote wegen in de bebouwde kom kan je best 60 rijden.

    Buiten de bebouwde kom

    • 70 km/u : De snelheidsbeperking tot 60 km/u voelt ook weer vreemd en wordt door velen overtreden. Als 80 te snel is is 70 een mooie beperking.
    • 90 : De maximale snelheid waarmee vrachtwagens in de praktijk rijden. Op 100 km-wegen leidt dat tot inhalende personenauto’s. Op tweebaanswegen is dat gevaarlijk. Als iedereen 90 mag hoef je niet inhalen. Een verlaging van de maximumsnelheid op tweebaanswegen is veiliger.
    • 110 : Op vierbaans autowegen ( zonder vluchtstrook ) kan je best 110 rijden. Een veilige beperking op drukke autosnelwegen die de doorstroming verbetert.
    • 130 : Voor de rustige autosnelwegen. Het gaat in Frankrijk ook goed. Als in Frankrijk de maximumsnelheid op de autosnelweg verminderd wordt gaat hij naar 110.
  • Andreas Kinneging, de klassieke deugden

    Van het boek Geografie van goed en kwaad van Andreas Kinneging heb ik vooral goede herinneringen aan hoofdstuk 7 “Daarom worden mensen goed genoemd”, mijn eerste kennismaking met de kardinale deugden. De centrale vraag is ‘Hoe goed te leven ?’ Kinneging beantwoordt de vraag vanuit de grondgedachte achter de rechtstelsels, de vraag naar rechtvaardigheid. Rechtvaardig is hij die respecteert wat een ander toekomt. Rechtvaardigheid is een deugd die de mens niet vanzelf heeft maar die hij moet ontwikkelen. Rechtvaardigheid is de uitkomst van moed, verstandigheid en gematigdheid ( zelfbeheersing ). Rechtvaardigheid is één van de klassieke deugden, van Aristotoles ( volgens mij is het niet zozeer rechtvaardigheid maar rechtschapenheid, maar goed ). De andere drie zijn :

    • Verstandigheid is praktische kennis, gericht op doelen ; mensenkennis, inschattigsvermogen, levenswijsheid.
    • Moed ( standvastigheid ) is de deugd van de uitvoering, de wil : angst weerstaan en verantwoordelijkheid nemen.
    • Gematigdheid is zelfbeheersing tegenover emoties, driften en stemmingen.

    Er bestaan ook nog zeven ondeugden, die natuurlijk de kerk voor ons op een rijtje heeft bedacht :

    • hoogmoed, zelfoverschatting ;
    • hebzucht ;
    • wellust ;
    • toorn, onderhuidse woede ;
    • gulzigheid ;
    • afgunst ;
    • traagheid.

    Grappig dat het taoïsme de deugden kenschetst als een degeneratie van de natuurlijke staat. Het komt daarin overeen met de lui van de Romantiek, jongens als Rousseau, die ervanuit gaan dat de mens van nature goed is en dat de cultuur van hen barbaren maakt.

  • De mangoboom

    In een hangmat ligt een zwarte man te slapen in de schaduw van een reusachtige mangoboom. Daar komt een blanke man voorbij, hij ziet hem liggen en maakt hem wakker: “Sta op, slaapkop, je verluiert heel je leven. Klim liever in de mangoboom en pluk zijn vruchten.”

    „Waarom zou ik zijn vruchten plukken, blanke man ? De mangoboom laat dagelijks voldoende vruchten vallen. Die verzamel ik voor mij en mijn familie. De rest zou toch maar bederven in mijn schuur.”

    „Je moet ze ook niet bewaren in je schuur, je moet ze vervoeren naar de markt en ze voor veel geld verkopen.”

    „Ah, ik begrijp het, blanke man: het geld kan ik wel bewaren, dat bederft niet.”

    „Nee, domoor, je moet het niet bewaren. Geld moet rollen.”

    „Goed, blanke man. Dan geef ik er een groot feest van, voor heel het dorp. En jij mag ook komen.”

    „Nee, nee, nee ! Geen gefeest ! Dat is weggegooid geld. Je moet het nuttig besteden.”

    „Hoe dan, blanke man ?”

    „Luister, van het geld dat je verdient op de markt moet je eerst een, dan twee en tenslotte alle mangobomen hier op het dorpsplein kopen.”

    „Maar die mangobomen zijn van niemand. Iedereen mag de vruchten ervan eten.”

    „Dat is het nu juist. Nu zijn ze van iedereen, dan zullen ze alleen van jou zijn. Niemand behalve jij mag dan nog aan de vruchten komen. Wie nog een mango wil eten moet hem bij jou kopen op de markt. Ik zie het al voor me: je wordt een rijk man en dan…”

    „Ja, blanke man ?”

    „Dan koop je langzamerhand steeds meer mangobomen in de omgeving, tot je op een goede dag eigenaar bent van alle mangobomen in het land.”

    „Wat moet ik met alle mangobomen in het land, blanke man ? De vruchten zullen als een enorme rottende berg ons dorp bedekken, want niemand kan zoveel mango’s eten.”

    „Stil, luister: natuurlijk laat je niet al die mango’s opeten door je dorpsgenoten, nee, je begint een conservenfabriekje waar je mango’s worden verwerkt en ingeblikt. De blikken voer je uit naar de rijke landen in het Noorden, waar de mango een lekkernij is. Je kleine fabriekje groeit uit tot en enorm bedrijf. Een groot aantal van je landgenoten zal dan werken in jouw onderneming. Maar jij, jij werkt niet meer !”

    „Wat doe ik dan, blanke man ?”

    „Jij zult hier, op deze zelfde plek waar alles begon, een villa hebben gebouwd met een tuin die heel het vroegere dorpsplein omvat. Tussen twee mangobomen zul je je hangmat knopen en in hun schaduw zul je rusten.””

    „Maar ik rust nu al in hun schaduw, blanke man.”

  • Whale rider (film)

    Kleindochter heeft alles om leider van het volk te worden maar grootvader, de huidige leider, wil het maar niet zien. Hij wil een man. Over Maori’s, walvissen, leiderschap en stug volhouden. Mooie film.

    2002 ; regisseur : Niki Caro

  • Films

    Een lijstje : vijf van de mooiste films, naar mijn mening.

    Waarom vertrok Boddhidarma naar het westen ?

    Een erg langzame, leerzame film. Een weeskind, een volwassen man en een oude monnik. De man vertrekt uit de stad. Hij meldt zich bij een klooster. De abt stuurt hem naar de bergen, waar een oude monnik woont, samen met het kind. Lees de Engelse Wikipedia voor een samenvatting en beschouwing.

    In de film loopt op gezette tijden een koe door het beeld. Ik heb het nog nergens gelezen, maar mij deed de koe denken aan De prenten van de os van Tomikichiro Tokuriki en Kakuan Shien :

    • De os zoeken.
    • De voetafdrukken ontdekken.
    • De os zien.
    • De os vangen.
    • De os temmen.
    • Op de os naar huis. Met dit beeld eindigt de film. De leraar is dood, de man gaat op de os naar huis.
    • De os te boven.
    • De os en het zelf beide te boven.
    • De bron bereiken.
    • In de wereld.

    1989 ; regisseur : Bae Yong-Kyun.

    Wounded

    Het is geen bijzonder goede film, maar er zit een groot deel wildernis in, het is geen twintig explosies in drie minuten film en hier is eindelijk eens een vrouw die de actie wint.

    1997 ; regisseur : Richard Martin ; acteurs : Mädchen Amick, Adrian Pasdar, Graham Greene.

    Licht

    Jonge vrouw gaat in op een advertentie waarin een pelsjager op Groenland een vrouw zoekt om een jaar – en wie weet – met hem te leven. De film begint met een blije, rolschaatsende studente-van-de-wereld, er zijn natuurlijk schemutselingen op het persoonlijke vlak, er is heel veel wit landschap, er is een gevaarlijke ijsbeer, er zijn oranje vrijscenes, maar nee, ze blijft niet, en dus is er een afscheid. Toch een mooie, lieve film.

    1998 ; regie : Stijn Coninx ; acteurs : Francesca Vanthielen, Joachim Król.

    Local hero

    In een Schots dorp moet een raffinaderij komen. De dorpsbewoners zien een uitweg uit het harde, eentonige leven en rekenen zich rijk. De man van de raffinaderij gaat steeds meer voelen voor het eenvoudige leven en voor het dorp en de omgeving.

    Nummer 37 op de top 100 van de Britisch Film Institute ; 1983 ; regisseur : Bill Forsyth.

    Prospero’s books

    Peter Greenaway vertolking van The Tempest van William Shakespeare. De cinematografie, de verwijzingen, de vormgeving zijn overdadig en uitzonderlijk.

  • Trots op Nederland

    Een bijdrage aan dit gewichtige maatschappelijke vraagstuk. Waar ben ik trots op als ik aan Nederland denk ? Op de Verlichting, de reformatie en de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dat is de uittocht uit de religie die beheerst wordt door machtsbeluste instellingen en de verdeling van macht onder de mensen. Verder ben ik er trots op dat Nederland het thuisland was van één van de mensen die aan de wieg heeft gestaan van de Verlichting : Spinoza. Hij is de belangrijkste Nederlandse filosoof. Wel van Portugese komaf, dus allochtoon, en, o, wee, nog Jood ook. O, ja, en de uitvinding van de naamloze vennootschap  en van aandelen. En van de belangrijke bijdrage van Nederland aan de sterrekunde en de navigatie.

    Noot in mei 2016 : Trots op Nederland ( TON ) is een politieke beweging, die in 2008 is opgericht door Rita Verdonk, daarvoor lid van de VVD. Zij nam in 2011 afscheid van de beweging. De beweging is maginaal.

  • Andreas Kinneging, Geografie van goed en kwaad

    Geografie van goed en kwaad is een verzameling essays over het conservatisme, de klassieke traditie, afgezet tegen de verlichting en het liberalisme. Andreas Kinneging was liberaal. Hij werkte voor de Telderstichting, de denkgroep van de VVD. Door zijn studie van de klassieken ontwikkelde hij een voorkeur voor de klassieke traditie en het conservatisme. In 2000 richtte onder andere hij de Edmund Burke Stichting op, een studiecentrum dat onder andere de vorming van een op de klassieken gegronde elite beoogt.

    Kinneging zet zich af tegen het verlichtingsdenken en het liberalisme. Bij hem staat ‘de traditie’ centraal, ‘Denkbeelden die eeuwenlang zonder grote verandering algemeen aanvaard zijn gebleven’. Zijn argument : dit heeft eeuwenlang goed gewerkt, laten we het weer zo doen. De opdracht is dan natuurlijk uit te vinden wat die algemeen aanvaarde denkbeelden zijn.

    Terug naar welke tijd ?

    Maar eerst mijn particuliere denkbeeld. Ik heb van conservatieven de indruk van winkelen in het verleden en er naar eigen goeddunken beelden uithalen en andere negeren.

    Als je elementen uit het verleden wilt behouden of terugbrengen, uit welk verleden ? 1950 ? 1910 ? 1791 ? 1545 ? 30 ? Stel je bent er voorstander van dat vrouwen met kinderen niet werken. Mijn moeder kreeg in 1961 haar ontslag omdat ze trouwde. Dat is terug naar 1961. Mijn beide oma’s werkten hun hele leven lang. Zij zaten niet thuis met de thee. Mijn vader zocht het maar uit, mijn moeder zat bij de overbuurvrouw. Dat was zeg de jaren ’30. En wat met het verbod op kinderarbeid. Ik hoor nooit een conservatief over de opheffing van het verbod op kinderarbeid. Waarom eigenlijk niet ? Waarom wil men de heksenvervolging niet opnieuw invoeren ? Willen de conservatieven niet de onmiddellijke invoering van de biologische landbouw, zonder machines ? Landbouw met machines is iets van de laatste honderd jaar.

    We beperken het conservatisme tot de staatsinrichting. Nederland heeft door de eeuwen heen een grote variatie aan bestuursvormen gehad. Welke van die vormen is doet het meest recht aan de traditie ? Welke traditie en wiens traditie ? De Grieken leefden in stadsstaten, zo leerden wij op de middelbare school. Conservatieven staan bij mij niet bekend als voorstander van de stadstaat. De omvang van een stadstaat, de snelheid van het leven toen, de mate van mechanisatie en de mogelijkheden van communicatie maakten een bepaalde bestuursvorm mogelijk. Kan je die traditionele bestuursvorm nog met succes propageren voor nu ? Ik betwijfel dat.

    Ik bedoel maar, de conservatief is altijd selectief, op één uitzondering na. Dat zijn de conservatieven die in de positie verkeren zoals die van de oorspronkelijke conservatieven, de vertegenwoordigers van de oude machthebbers in het Franse parlement ten tijde van de revolutie ( 1789 – 1791 ). Zij willden de oude situatie behouden of herstellen. Zij wisten precies wat ze terug wilden.

    De gevierde grondlegger van het conservatisme, Edmund Burke ( 1729 – 1797 ), leefde in de tijd van de opkomst van de verlichting ( wat Jonathan Israel in Radicale verlichting de tijd van de expansie noemt ) en de Franse revolutie. Zijn gedachtengoed maakte deel uit van het debat over de wereld van zijn tijd : weg met die vernieuwing van de verlichting, laten we de oude structuren niet lichtzinnig aan de kant schuiven.

    De verlichting is nu iets van 400 – 500 jaar oud. Dat zou ik wel een traditie willen noemen. Het heeft blijkbaar goed gewerkt, voor het grootste deel, want zowel het staatcommunisme van het Oostblok en China als het nationaalsocialisme zijn uitwassen van de verlichting.

    Wiens waarheid staat geschreven

    De klassieken zijn alleen nog indirect kenbaar, uit oude gebouwen, ruïnes, voorwerpen, opgravingen, boeken, geschriften. Verhalen zijn gekleurd door de schrijver. Woorden veranderen van betekenis. Ze hebben misschien een waarde gehad die wij niet meer achterhalen kunnen. Ook als we ze wel kennen klinkt altijd de modere inhoud mee.

    Hoe vaak moet een beeld over het verleden niet bijgesteld worden ? De Noormannen vind men nu niet meer de bloeddorstige plunderaars die ze eerst waren, omdat de verhalen over hun wandaden zijn opgeschreven door hun slachtoffers, de monniken, die slachtoffer werden omdat zij in en op de rijkdommen van de kerk zaten. En zij waren zowat de enigen die konden schrijven. Waarom willen Kinneging eigenlijk niet de maatschappij van de Noormannen – eigen cultuur eerst ?

    Mondialisering

    De wereld mondialiseert. Eén van de oorzaken is de technologie, die in een vrij uniforme gedaante over de hele wereld dezelfde ideeën, wensen, waarheden, ervaringen verspreidt en daarmee de mensen uniformeert. Daar gaan de tradities, zoals de regionale traditities in Nederland als eeuwenlang samensmelten tot de nationale tradities die we nu kennen.

    Maar misschien zorgt juist de mondialisering dat de het gemeenschappelijke dat alle mensen uit alle samenlevingen in zich dragen de culturele verschillen teniet doet. Misschien is echter de kern van die traditie de dictatuur, bijvoorbeeld die welke gevestigd wordt op godsdienst, juist bestaansreden van de verlichting.

    Volksconservatisme

    Er is hoop voor het conservatisme, denk ik, als ik naar mijn werk kijk. Ik werk in een kleine gemeente in het Noorden. Daar is de traditie springlevend. De man / vrouwverdeling, huis en haard, behoedzaam omgaan met geld, geen al te gekken nieuwigheden, betrouwbaarheid. Natuurlijk heeft de moderne tijd invloed : televisie, computers,iPads, informatie, snelheid. Maar de wetswijzigingen van de laatste veertig jaar zijn gekomen en gegaan en hebben, zonder hulp van een conservatieve aanjager, de algemeen aanvaarde denkbeelden nauwelijks aangetast. Dat moet al eeuwenlang zo gaan, anders was er immers geen sprake van een traditie.

  • Smakelijk door Nigel Slater

    Nigel Slater heeft het allermooiste kookboek geschreven : Smakelijk. Het mooie zit hem in zijn benadering van eten en koken. Bevrediging, daar gaat het om. Boek en fotoos laten zien dat je daar kunt komen zonder dat een recept je dwingt tot muggenzifterij en te hoog gegrepen technische hoogstandjes en dat het resultaat een perfecte foto gelijk is. Dus zorg je vooral voor een kom M&M’s voor je gasten en voor een mooie afwasborstel en droogdoek en een mooi stuk zeep om ook de afwas te veraangenamen. Tussendoor geniet je van vette jus met van de bodem geschraapte aanbaksels. Niemand beschrijft ze zo heerlijk als Nigel Slater.

  • Hoe zit dat met de Verlichting ?

    Na 9/11, de moord op Theo van Gogh en het ‘gedoe met moslims’ van de afgelopen jaren wensten West-Europeanen ‘de’ moslims een Verlichting toe. Ik had op school wel geleerd dat de Verlichting erg belangrijk was, ik weet dus ik ben, maar wat dat nou precies wel was, die Verlichting, stond mij niet meer helemaal helder voor de geest. Gelukkig lag het boek Radicale verlichting van Jonathan Israel in de boekwinkel en na een paar weken bedenktijd, vanwege de prijs, heb ik het gekocht.

    Het is een spannend boek. Het leest lekker weg. Het is een dik boek, bruto, maar door alle aanhangsels, verantwoordingen, toelichtingen, indexen, enzovoort is het netto leesvoer minder omvangrijk. Bovendien vertelt Israel hetzelfde verhaal vanuit verschillende gezichtspunten een paar keer. De essentie snap je na de eerste honderd, honderdvijftig bladzijden wel. Daar ben ik dan ook opgehouden te lezen.

    Volgens Israel heb je de vroege, middel en late verlichting. De verlichting begint in de tweede helft van de zestiende eeuw, met bijvoorbeeld Descartes en Spinoza ( in het kader van het huidige allochtonendebat : dit waren twee allochtonen. Descartes was Fransman, Spinoza’s wortels lagen in Portugal ). De republiek der verenigde Nederlanden speelt een belangrijke rol in de Verlichting. Descartes verbleef lange tijd in Nederland, Spinoza woonde in Amsterdam en later in Voorschoten. Hun ideeën waren radicaal voor die tijd. De kerk had lange tijd de filosofie, de wereld- en levensbeschouwing bepaald. De filosofie was die van Aristoteles. Denkers als Descartes en Spinoza kwamen voort uit een opkomende wetenschappelijke wereld en dachten vanuit rationaliteit en logica. Ze wezen God niet af ; Spinoza probeerde bijvoorbeeld God te plaatsen in een rationeel, logisch denkstelsel en de begrippen ‘God’ en ‘natuur’ daarin met elkaar te verbinden.

    Israel presenteert die periode van de vroege verlichting als een tijd van strijd tussen de kerk, die de oude macht vertegenwoordigt en die wordt uitgedaagd door de wetenschap, die eeuwenlang in dienst van de kerk stond maar zich steeds onafhankelijker gaat opstellen. De macht van de kerk wordt uitgedaagd en de kerk reageert met machtsuitoefening. De strijd woedt in heel Europa, niet alleen in de Nederlanden. In sommige landen, Spanje, Portugal, wint de kerk en wordt de wetenschap terug ingelijfd, in andere landen wordt de wetenschap onafhankelijk.

    De late verlichting is de tweede helft van de achttiende eeuw, als de radicale, vroege verlichtingsdenkbeelden salonfähig geworden zijn, ze zijn doorgesijpeld naar de politieke elite en de middenklasse, en als de kerk zich erbij heeft neergelegd. Culminatiepunten zijn de Franse revolutie en de constitutie van de Verenigde Staten van Amerika.

    De slachting van de Franse revolutie is niet de beste reclame voor de Verlichting. Als de Verlichting van de Franse revolutie het voorbeeld voor ‘de’ moslims van vandaag moet zijn gaat er weinig veranderen. Als we de Verlichting gelijkstellen aan een radicale breuk met geëvolueerde staatsvormen, die worden vervangen door ‘wetenschappelijke’ vormen, zijn ook de Sowjet-Unie en het Derde Rijk exponenten van de Verlichting. Misschien behoeft de Verlichting als voorbeeld voor niet-westerse samenlevingen toch enige nuancering.

  • Stiftung Weltethos

    Uitstapje met techneuten van het werk naar de CeBIT, een enorme computerbeurs in Hannover. In huurbusjes. Eten in een namaak echt Duits restaurant met echte Duitse kellnerinnen in echte Duiste rokken met tig enorme echte bierglazen in elke hand. Bratwurst en patat natuurlijk. En dan enorm veel enorme hallen met piepende en flitsende apparaatjes : de vooruitgang. En beschilderde, maar toch blote vrouwen van één of andere spelletjeswinkel. En helemaal in de veste hal, in een hoek, naast een stand van een bedrijf in bamboebouwwerken, ook prachtig, de stand van Stiftung Weltethos. Heel simpel, tien doeken met op elk doek de hoofdlijn van een wereldreligie. Dan lijken ze toch wel erg veel op elkaar. Geen geflikker, beweging en gepiep en dus nauwelijks mensen.

    Stiftung Weltethos is een initiatief van of rond Hans Kueng, theoloog van naam en faam. De grondgedachten volgens de website weltethos.org :

    “Menschen – ob weltweit, national oder lokal – sind für ein friedliches Zusammenleben auf gemeinsame elementare ethische Werte, Maßstäbe und Haltungen angewiesen. Solche Werte finden sich in allen großen religiösen und philosophischen Traditionen der Menschheit.”

    “Kernelemente eines gemeinsamen Ethos : das Prinzip Menschlichkeit, die »Goldene Regel« der Gegenseitigkeit, die Verpflichtung auf Gewaltlosigkeit, Gerechtigkeit, Wahrhaftigkeit und die Partnerschaft von Mann und Frau.”

    In het licht van de heersende tegenstellingen tussen enkele wereldreligies misschien wat idealistisch, maar mooie idealen zijn mooi en als je toch droomt, droom dan van de wereldvrede.

  • Kleine stenen, grote stenen

    Tijdens een congres voor leidinggevende functionarissen van de vijftien grootste bedrijven van de Verenigde Staten gaf een oude professor van de Ecole Nationale d’Administration Publique, één van Frankrijks beste ‘grandes écoles’, een masterclass over timemanagement. De managers hadden vijf van dat soort masterclasses per dag en de professor had maar een uur om zijn kennis over te dragen.

    De elite zat klaar om alles op te schrijven wat deze expert hen zou gaan leren. De professor keek hen aan.

    „Wij gaan een experiment doen”, zei hij.

    Van onder de tafel die hem scheidde van zijn leerlingen haalde hij een enorme glazen pot tevoorschijn, die hij voorzichtig op de tafel zette. Vervolgens deed hij zorgvuldig, één voor één, een twaalftal keien, zo groot als tennisballen in de pot, tot er niet één meer bij kon. Toen keek hij zijn leerlingen aan en vroeg : „Is de pot vol ?”

    Alle leerlingen antwoordden : „Ja”.

    Hij wachtte even en zei : „Echt waar ?”, en hij boog zich weer voorover om vanonder de tafel een zak kiezelstenen te pakken. Heel voorzichtig goot hij de inhoud van de zak over de keien in de pot, die hij daarna langzaam heen en weer bewoog. De kiezelstenen gleden tussen de keien, tot op de bodem van de pot. Weer keek hij zijn toehoorders aan en vroeg : „Is de pot nu vol ?”

    De briljante leerlingen begonnen iets te vermoeden en één van het antwoordde : „Waarschijnlijk niet”.

    Weer dook de professor onder de tafel en haalde een zak tevoorschijn. Hier zat zand in. Ook deze zak goot hij leeg in de pot. Het zand verdeelde zich tussen de keien en de kiezelstenen en nogmaals vroeg de professor : „Is de pot nú vol ?”

    De leerlingen antwoordden nu in koor : „Nee”.

    De professor nam de kan water die voor hem op de tafel stond en goot die leeg tot de pot tot de rand toe gevuld was. Toen vroeg hij : „Welke grote waarheid wordt door dit experiment bewezen ?”

    Denkend aan het onderwerp van de masterclass zei een moedige leerling : „Het bewijst dat we, zelfs al is onze agenda nog zo vol, als we willen er altijd nog wel een afspraak bij kunnen maken en we dus toch nog tijd hebben om meer te doen dan we al doen”.

    „Nee”, zei de professor, „dat is het niet. Deze proef bewijst dat als we niet eerst de grote keien in de pot stoppen we ze er naderhand niet meer in krijgen”.

    Het werd stil in de klas terwijl iedereen nadacht over de vanzelfsprekendheid van deze stelling. De professor vervolgde : „Wat zijn de grote keien in úw leven ? God? Uw gezondheid ? Uw familie ? Uw vrienden en vriendinnen ? Uw dromen verwezenlijken ? Doen waarvan u houdt? Leren ? Een goede zaak verdedigen ? Een ontspannen leven leiden ? De tijd nemen ? Iets anders ?

    Wat u moet onthouden is dat het belangrijk is dat u in uw leven begint met de gróte keien in de pot te doen, anders loopt u het risico dat uw leven niet slaagt. Als u voorrang geeft aan kleinigheden, de kiezels en het zand, zal uw leven gevuld zijn met details en zult u geen tijd meer over hebben voor de belangrijke dingen des levens. Dus, vergeet nooit uzelf de vraag te stellen : ’Wat zijn de grote keien in mijn leven?’ Als u dat weet kunt u ze als eerste in uw pot stoppen”. Met een vriendelijk gebaar groette hij zijn publiek en verliet de zaal.

  • Zitten in aandacht

    Dit stuk zou eerst over mediteren gaan. Dat vond ik te vaag. Mediteren kan alles zijn tussen kijken naar een zonsondergang op een verlaten strand en de harde tucht van een klooster. Zazen is het ook niet, al is de manier van zitten en de grondgedachte van het zitten in aandacht daaruit afkomstig. Er kleeft te veel leer aan, te veel religieus of filosofisch gebabbel.

    Zitten in aandacht, dat is het enige, dat is alles. 15 tot 45 minuten zitten op een laag, hard kussen. Een kruk is ook goed. Een stoel kan ook. Een rechte rug, maar ontspannen, schouders ontspannen, hoofd ontspannen bovenop, de kruin raakt het plafond. Rechter hand in de linker, de toppen van de duimen tegen elkaar aan, de handen met de pinken tegen de onderbuik. De voeten horen officieel op de deien, met de zolen naar boven, maar dat doet me te veel pijn. Ik was blij ergens te lezen dat in Birma de voeten voor het kussen worden gelegd, een kuit tegen een scheenbeen.

    Buikademhaling. De buik voelt de ademhaling. Soms zit de buik vast, maar dat gaat wel weer over. En dan maar zitten. De adem volgens. In. Uit. In. Uit. Of tellen. Van één tot tien en weer opnieuw. Of tot je ontdekt dat je ergens bent gaan dromen. Weer opnieuw. Gedachten komen op, of beelden, of belevenissen. Daarna ga je weer verder waar je mee bezig was: adem volgen, adem tellen. Heel gemoedelijk. Maar o, wat is die gemoedelijkheid moeilijk. Streven en toch niet streven. Het is de bedoeling dat je nergens naar streeft, maar daar streef je dan toch naar. Haha.

    Waarom zou je dat doen? Eigenlijk heb ik daar geen idee van. Mij trekt de stilte. Voor mij is het de gedachte dat ik zo het leven kan voelen. Of leven. Zitten in aandacht is leven. Het is de eenvoudigste manier van bidden en van zijn, van religie. Geen poespas, alle religiositeit afgestroopt.

    Het mooist is natuurlijk naakt zitten. Dat is alleen jezelf en het zitten.