Categorie: Al het andere

Levensbeschouwing, maatschappij, boeken, films, meningkjes

  • De almachtige God is ook maar een bedenksel

    André Droogers, Trouw, 24 november 2010
    André Droogers is emeritus hoogleraar culturele antropologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

    Arie Kuiper schreef in Letter & Geest ( Trouw, 20 november ): ’Sonja is doodgemarteld. God bestaat niet’. Waar komt het idee vandaan dat God almachtig is? En hoe ontstaat de paradox ?

    Macht dringt onvermijdelijk in godsdiensten binnen omdat mensen behoefte hebben aan een hogere instantie, een God. Die moet antwoord geven op de zware levensvragen: over goed en kwaad, leven en dood, geluk en tegenslag. Zo’n God overstijgt menselijke vermogens en dat is precies de bedoeling. De overweldigende natuur biedt daarvoor de beelden. Dus laat God als schepper de jasmijn bloeien. Zolang het over de jasmijn gaat, stemt dat tevreden. Maar o wee als de aarde gaat beven en de vulkaan uitbarst.

    Naast de natuur is de samenleving een bron voor het godsbeeld. Om de overmacht van God te benoemen, hebben mensen geen ander voorbeeld ter beschikking dan menselijke machtsvormen. Dus krijgt God kenmerken van aardse machthebbers: koning, heer, vader. Dat wordt nog versterkt doordat macht ook in de organisatie van de religie een rol speelt. Godsdienstige machthebbers dienen mede als voorbeeld voor Gods macht, ook al omdat zij die zeggen te vertegenwoordigen. Net als de godsdienstige institutie straft en beloont God, overleeft hij de gelovige, is exclusief, vraagt offers en stuurt.

    Het machtsrepertoire laat God bestaan zoals macht bestaat, met alle ongelukkige gevolgen van dien. Want met de aan God toegeschreven posities komen verwachtingen mee. God wordt geacht die aardse machthebbers zelfs in macht te overtreffen. Nog meer dan de aardse beschermers biedt hij gunsten en bescherming, tot in het wonderbaarlijke. Als machthebber wordt hij aangesproken op zijn verantwoordelijkheden.

    Wanneer dan hardhandig blijkt dat God niet in staat is om ellende te voorkomen, komen de bittere verwijten. Zoals over Sonja die doodgemarteld is. Of de Haïtiaanse slachtoffers. Gelovigen zoeken uitwegen om de machtige God in stand te houden: ’God stelt mensen op de proef’. Eigenlijk is het probleem al ingebouwd zodra gelovigen het godsbeeld doordrenken met aardse machtsbeelden. Zij voelen intuïtief wel dat ze met iets uitzonderlijks te maken hebben, maar ze blijven gevangenen van hun verbeelding en kunnen over het hemelse alleen aards stamelen. Als dat in steen gebeiteld wordt, gaat er iets goed mis.

    Maar het sterkste argument is dat religies oorspronkelijk buiten de gevestigde macht ontstaan, en dus in eerste instantie niet besmet zijn door het machtsrepertoire. Wereldreligies zijn in de marge van de samenleving opgekomen, in de woestijn bijvoorbeeld, en in reactie op de verbasterde machtsreligie van het centrum. Boeddha verliet dat machtscentrum vrijwillig, Mozes en Mohammed vluchtten, en Jezus werd door de elite gedood. In aanleg wordt dus juist niet in machtstermen gedacht en wil men er zich tegen verzetten. Niet toevallig wordt God eerder voorgesteld als kwetsbaar en vernederd, machteloos en lijdend, meer zoals de vervolgde volgelingen van de nieuwe beweging.

    Een ander repertoire dan dat van het machtige godsbeeld heeft dus veel oudere papieren. Zo begint religie in het stamelende en aftastende spel van de prille zingeving, zonder de zekerheden van de macht. Dit zingevingspel leeft van de onzekerheid. Vaste beelden worden vermeden. Leegte en stilte zijn belangrijke noties. Men weet uit ervaring dat God zich niet laat vangen in menselijke beelden.

    Zo kan God kwetsbaar en beeldvrij worden gedacht, ontdaan van alle etiketten die aan machtspolitiek ontleend waren. Er vallen dus ook geen verwijten. Het oorspronkelijke spel van de zingeving is in ere hersteld, ernstig, zoals elk spel, maar speels. Zolang dat ernstige spel duurt, gebeurt God. Dat verklaart uiteindelijk Kuipers paradox ’God bestaat niet en houdt van mij’.

  • God vinden dichtbij

    Sommige mensen maken lange reizen om God te ontmoeten, in de woestijn of op een woest eiland. Maar als God overal is moet het in de stad ook lukken, de moderne woestijn. En ja, dat gaat eigenlijk best.

    In een hoek van onze tuin hebben de vorige eigenaars een rond laten straten. Nu is de begroeiing zo groot dat het omgeven is door vier meter hoge bamboestengels, een hulst en een jeneverbes. Het is een heerlijk beschutte kamer. Daar mediteer ik, dat wil zeggen, ik zit op een meditatiekruk, ’s ochtends vroeg, na zessen. ’s Zomers is het al licht, maar nog fris. Een merel scharrelt door de bladeren. In de herfst schemert het. Om mij heen vallen druppels van de bladeren, of het miezert. Soms waait het. Langzaam trekt de kou het lijf in. ’s Winters heb ik wel in de sneeuw gezeten, met het gedempte geluid, het weerkaatste stadslicht.

    Tot mijn geluk woon ik vlakbij het recreatiegebied van de stad. ’s Zondagsochtends heel vroeg zijn er nog bijna geen auto’s. Het suizen van die ene die passeert hindert niet. Het gras is nat, het is nog koud, er hangen slierten mist op het water of er hangt één dikke mist, óf het is helder en de zon komt op boven de bomen in de verte, aan de overkant van het water.

    Of anders ’s avonds, als het schemert en de recreanten weg zijn, als de vissen grazen langs het strand, hun rugvinnen boven water, en een lepelaar zijn maaltijd uit het water zeeft.

    De waddeneilanden zijn onze eigen wildernis, ook een mooie plaats om God te vinden. Op Schiermonnikoog en Ameland vanaf de boot rechtdoor naar het strand, dan rechtsaf en doorlopen zover als je kan. Daar worden de duinen lager en het strand leger en ben je alleen met de eeuwige wind en de even eeuwig aanrollende golven. Geldt ook voor Terschelling, maar dan is rechtsaf wel een heel eind lopen. Linksaf is wel zo snel. Op Vlieland moet je na de boot juist linksaf, maar dan heb je op den duur ook een echte woestijn tot je beschikking. Alleen in de weekeinden, door de week straaljagers.

    Over meditatie heb ik eens gelezen dat het niet de weg is náár de verlichting ( het ging over boedisme ) maar dat de meditatie de verlichting ís. Niet het doel doet ertoe, maar de weg erheen. Zo is het niet de plek die je God doet ontmoeten, maar je aandacht, de ruimte die je zelf schept. Die ruimte kan je natuurlijk prima scheppen door een week vrij te nemen en op reis te gaan, waar alles nieuw is daarom je aandacht heeft, maar misschien is 365 keer een kwartier aandacht oefenen in je tuin ook het overwegen waard.

  • Nothing personal

    Een film. Anne gaat zwerven. Rugzak op, slapen in een fel blauw tentje, eten uit vuilnisbakken. Ze komt terecht in Ierland. Op zoek naar eten sluipt ze een afgelegen huis binnen als ze de bewoner heeft zien wegvaren. Later spreken ze af : eten voor werk. Er ontstaat toenadering. Het gaat mooi, tot de man aan het eind van de film sterft.

    Het eind van de film begrijp ik niet : Anne kruipt naakt in bed bij het lijk, ze begraaft het in zee en verlaat het huis, met de creditkaart van de man.

    2009 ; regisseur : Urzula Antoniak ; acteurs : Lotte Verbeek, Stephen Rea.

  • Stilte als antwoord, Sara Maitland

    “Ik heb een zeer luidruchtig leven geleid”. Het gezin waarin Sara Maitland opgroeit hield van gezelschap, discussie en verbale pesterrijen. Haar studententijd stond in het teken van luidruchtige discussie. Ze werd een ‘Anglo-katholieke socialistische feministe’, en schrijfster, trouwde met een dominee en had een heerlijk leven – tot haar huwelijk strandde en Thatcher aan de macht kwam. Ze verliet de angelicaanse kerk, te bitter, te strak gereguleerd, voor de rooms-katholieke en kocht een piepkleine cottage, om het huwelijk even ademruimte te geven.

    Zo begint de zoektocht naar stilte. Niet alleen een zoektocht naar de stilte, maar ook naar wat stilte is en wat het doet. Een actueel boek in een wereld waarin stilte verdacht is – Sara Maitland worstelt het hele boek met een brief van een vriendin die stilte gelijk stelt aan ‘dood’ en ‘niets’, die overwonnen moet worden – maar ook gezocht, in kloosters, op natuurcampings, in religieuze ervaringen, in reizen naar de woestijn.

    Ze verhaalt over de religieuze stilte van kloosters en van de alleen levende religieuzen, zoals de woestijnvaders. Enkele kluizenaars, zoals de panterman op Skye, komen voorbij, de ervaringen van solozeilers tijdens een zeilrace of die van de poolreiziger Courtauld : “ontdaan van zijn persona, van wie het publieke ik was ontnomen, waardoor wat voor de wereld restte zijn ware, naakte ik was”. Ontremming. Stille religeuze gemeenschappen hebben daarom strenge regels voor voeding, hygiëne en gedrag. Maitland merkt hoe haar zintuiglijk waarnemen, het gehoor, de smaak, intenser worden. Emoties worden sterker.

    Aan het eind van het boek trekt Maitland zich terug in een leeg landschap. Ze koopt een klein huis, gooit overbodige spullen het huis uit – ook al omdat ze moet besparen om zich het huis te veroorloven. Ze richt haar leven zo in dat ze in stilte en gebed kan leven, in haar levensonderhoud voorziend met schrijfcursussen via de computer.

  • De RK-kerk en de homo

    Homo’s protesteren tegen de RK kerk, die ze geen hostie wil geven.

    Christus reisde rond. Hij had geen vaste woon of verblijfplaats. Hij bezat niets. Hij had geestelijke macht en verafschuwde wereldlijke macht. Hij kwam op voor de onderdrukten. Hij brak brood en dronk wijn bij de maaltijd.

    De RK kerk heeft alleen maar vaste verblijven. Vele kerken zijn paleizen, die blinken van dure inrichting. De kerk heeft voorgangers met wereldlijke macht, die daaraan hechten, die vooral opkomen voor het eigen machtsbolwerk, voor de regels. In plaats van een maaltijd met brood en wijn voor iedereen krijgen de katholieken een pietepeuterig stukje tarwe-iets met een tongetje wijn, maar alleen als ze aan regeltjes voldoen. De katholieke kerk is het Farizeërsbolwerk, de club regeltjesgeile machthebbers, waartegen Jezus ageerde.

    Homo’s mogen dan niet zo’n koekje en niet een beetje wijn. Oh, wat erg. Ik zou zeggen : zoek een kerk op die Christus navolgt in plaats van zo’n regeltjesbolwerk waar het om een macht draait waar Christus nu juist tegenin ging. Je hebt niet meer nodig dan een groep mensen rond Christus – waar één of twee tezamen zijn daar ben ik in hun midden, nietwaar ? Organiseer elke zondag een maaltijd, met lekker eten, lekker brood en lekkere wijn. En bid voor de onderdrukten in de RK kerk.

  • Jongens zijn geen meisjes

    Waarom jongens geen meisjes zijn. Wat je weten moet als je jongens opvoedt, Koos Neuvel, 2006.

    1. De hersenen van jongens en meisjes verschillen. Dat verschil ontstaat al voor de geboorte en neemt toe onder invloed van hormoonvloeden. De invloed van de hormoonvloeden hangt af van de omvang van die vloeden en het moment dat ze optreden in verhouding tot de ontwikkelingsfase van de vrucht / het kind.

    2. Jongens zijn groepswezens, veel meer dan meisjes (blz. 57). Meisjesgroepen bestaan uit 3, 4, 5 meisjes, jongensgroepen zijn groter. Alle jongens van één klas zijn bijvoorbeeld een groep.

    3. Jongens willen macht (status). Ze zijn steeds bezig de hiërarchie in de groep vast te stellen (hs. IV). Ze doen dat door wedstrijdjes. Alles is aanleiding tot wedstrijdjes.

    4. Meisjes zijn egalitair. Opvallen is gevaarlijk. Een meisje dat te veel opvalt ligt buiten de groep. Dat maakt meisjes bescheiden.

    5. Jongens worden jongensachtiger en wilder bij andere jongens. Dat is de enige manier om aandacht te krijgen van en invloed te hebben op andere jongens (54).

    6. Omdat jongens zelf de baas willen zijn hebben ze altijd een probleem met auroriteit en zijn ze dus opstandig en ongehoorzaam (60-62), bijvoorbeeld in de klas.

    7. Een stabiele hiërarchie voorkomt gewelddadigheid en geeft rust. Verstoring van de groep door een nieuw groepslid of een nieuwe samenstelling van de groep leidt tot de drang de hiërarchie opnieuw vast te stellen en daarmee tot schermutselingen en onrust.

    8. Voor jongens zijn regels belangrijk, ook al omdat bij jongensspelen meer deelnemers zijn dan bij meisjesspelen. Jongens maken tegelijk meer ruzie over de regels, maar ze zijn dan weer snel in het vaststellen van de uitkomst, om vervolgens weer verder te gaan. Meisjes hebben minder behoefte aan regels omdat hun status er niet vanaf hangt en omdat ze ruzie vermijden, maar áls ze ruzie hebben lossen ze die veel minder snel op.

    9. Het streven naar macht door jongens is een oefening in sociaal gedrag.

    10. Goed vechten vereist zelfbeheersing en sociaal vermogen / inlevingsvermogen. Jongens die herhaaldelijk te ver gaan plaatsen zich buiten de groep (115-117).

    11. De leider kan niet volstaan met autoritair gedrag maar moet zijn leiderschap bewijzen door diensten aan de gemeenschap te bewijzen (74). Voor de ondergeschikte moet het aantrekkelijk zijn om bij de groep te horen. Niet de gewelddadigste wordt leider maar degene die goed vrede kan stichten.

    12. Bij problemen zoeken meisjes steun en willen jongens iets doen (81).

    13. “Jongens (…) opereren in relatief gesloten groepen. Dit vergroot de kans op gedrag dat de buitenwereld afkeurt, maar dat groepsgenoten juist erg aantrekkelijk vinden. En in zulke gevallen weeg het oordeel van die groepsgenoten altijd het zwaarst.” (130 )

  • Het raadsel van de Wadden, door Erskine Childers (DVD)

    Het moet eind jaren tachtig zijn geweest dat ik de serie op tv. zag. Jaren later ontdekte ik dat die gebaseerd was op het boek The riddle in the sands en dat dit boek ( één van ) de eerste spionageromans was – in feite gewoon een jongensboek voor oudere jongens, al moet de schrijver Erskine Childers met het boek hebben willen waarschuwen voor oorlogsdreiging van Duitse zijde.

    Elke wadvaarder vindt dit boek zonder twijfel mooi, al blijft dat mogelijk beperkt tot mannen ( jongens …), mìjn vrouw vond het een matig boek. De serie vind ik ook prachtig, maar je moet enige welwillendheid weten op te brengen voor mistscenes waarin je duidelijk de schaduw van de spelers ziet en in de verte een vuurtoren … om nog maar te zwijgen van het eind, dat nog even verder gaat waar het boek al opgehouden is en dat je al naar gelang aard en inborst in woede doet ontsteken of van de bank laat rollen van het lachen.

    Das Rätsel der Sandbank, uitgegeven door ARD video, te bestellen bij Van Stockum.

  • Geldkringloop

    Een man komt aan in een dorp. In het hotel boekt hij een kamer voor één nacht. De eigenaar vraagt hem de vijftig euro vooruit te betalen. Dat doet hij. Hij vraagt of zijn koffer op zijn kamer gebracht kan worden. Vanzelfsprekend. Dan verlaat hij het hotel weer om een eindje te wandelen.

    De hoteleigenaar neemt het briefje van vijftig en snelt ermee naar de garage op de hoek, waar hij zijn auto ophaalt, die uitgedeukt is. Met de vijftig euro gaat de garagehouder meteen naar de bakker. Hij bestelt een paar taarten en wat soesjes voor een groot familiefeest. Hij betaalt vooruit.

    Nu heeft de bakker de vijftig euro. Die wipt binnen bij zijn buren, die werkkleding verkopen. De bakker koopt een mooie, nieuwe bakkersbroek, voor vijftig euro. De eigenaresse van de zaak neemt het geld mee naar de crèche als ze haar dochtertje ophaalt en betaalt meteen voor de hele maand. De crècheleidster loopt met de vijftig euro naar het hotel en rekent een serie lunches af, die het hotel geleverd heeft.

    Het briefje van vijftig euro is na deze rondgang door het dorp weer terug in de kassa van het hotel. Dan komt de reiziger terug van zijn wandeling. Hij heeft een vervelende mededeling : hij is gebeld en moet meteen vertrekken. Hij kan niet blijven slapen.

    Natuurlijk geeft de hotelhouder het vooruitbetaalde bedrag netjes terug. De reiziger steekt het in zijn beurs en verdwijnt ermee uit het dorp.

    Eén briefje van vijftig heeft het mogelijk gemaakt dat een auto is uitgedeukt, dat taarten worden gebakken voor een feest, dat iemand een nieuwe broek kan kopen, dat er oppas is voor een kind en dat er eten en drinken is voor de kindertjes. Allemaal van dezelfde vijftig euro, of eigenlijk van één papiertje, want het enige wat het papiertje gedaan heeft is komen, rondgaan en verdwijnen. Ook al is het papiertje weer weg, alle transacties die ermee gedaan zijn, blijven gewoon geldig.

    Een verhaal uit de Happinezz. Leuk verhaal, maar dit kan alleen in een gesloten systeem. Zodra het geld via een dorpeling buiten het dorp verdwijnt blijft iemand met een schuld zitten die hij niet kan voldoen. En als één schuld kleiner is dan vijftig euro wordt het verhaal ingewikkelder.

  • Hoe zit dat met de Verlichting ? Vervolg

    Jonathan Israel beschrijft in zijn boek Radicale verlichting hoe het denken, de logica, de wetenschap invloed krijgen in de maatschappij. Nederland, althans de republiek der verenigde Nederlanden, speelt daarin een belangrijke rol. De volgende twee boeken werpen licht op twee ontwikkelingen die van belang zijn geweest voor de Verlichting :

    • De reformatie, van Diarmond McCulloch, en
    • De republiek, ook van Jonathan Israel.

    De reformatie vindt eerder plaats dan de Verlichting, maar heeft een vergelijkbare ontwikkelingsrichting : tegen de heersende macht van de roomse kerk en de adel in. De reformatie bouwt wel voort op ontwikkelingen, discussies, standpunten en groepen binnen de rooms-katholieke kerk. Dat de republiek der zeven verenigde Nederlanden bestond als territoriale macht heeft de reformatie en de Verlichting ondersteund. Jonathan Israel vertelt hoe die republiek, een unicum voor die tijd, kon ontstaan uit kleine, samenwerkende stadjes in een onbeduidende, waterige uithoek van Europa en hoe het voortbestaan af en toe aan een zijden draadje heeft gehangen.

  • Zelfportret

    Schilderij van een figuur op het strand

    Voor een cursus van het werk moesten we een zelfportret schilderen. Ik ben even kwijt waarom. Maar ik vond het geweldig. Ik heb mezelf geschilderd op het strand. We waren net naar een tentoonstelling over Corneille geweest, waar ik lang naar ‘De zwemmers’ en ‘De vluchtelingen’ heb staan kijken. Die manier van schilderen heb ik ook geprobeerd – de echte kunstenaar heeft nu de grap van de week te pakken, maar ik was erg tevreden met wat er na drie kwartier op mijn stuk multiplex stond.

  • Samsara

    Door het hooggebergte trekt een karavaan rode monniken. Ze krikken de jonge monnik uit zijn grot. Hij heeft er jaren zitten mediteren. Terug in het klooster heeft de jonge heilige natte dromen – wij zien niet de inhoud, wel het gevolg.

    De monnik verlaat het klooster en trekt de wereld in ( naakt in de rivier ), vindt een vrouw en krijgt een zoon. Hij ontmaskert de oneerlijke graanhandelaar, die hard terugslaat. Maar het is toch niet alles en een tussendoortje met een mooie landarbeidster verandert daar niets aan, of maakt het alleen maar erger. De monnik verlaat zijn vrouw en zoon en gaat terug het klooster in ( naakt in de rivier ). De toespraak van de vrouw – had je dat niet eerder kunnen bedenken – vond ik indrukwekkend, een waarschuwing voor iedereen die meedogenloos zijn eigen heil voorop stelt.

    De film heeft weinig dialoog en veel geluid.

    Mijn vrouw en ik trainen al een tijd om de tweede vrijscene zelf eens te doen. Het wachten is nog op de balk die ik in huis moet aanbrengen.

    2001 ; regisseur : Pan Nalin ; acteurs : Shawn Ku, Christy Chung