Categorie: Al het andere

Levensbeschouwing, maatschappij, boeken, films, meningkjes

  • Mark Mieras : Ben ik dat ?

    Mark Mieras, Ben ik dat ? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf.

    Wim gaf met het boek te leen. Mark Mieras is een journalist die zich gespecialiseerd heeft in de hersenen. Het boek geeft de stand van zaken weer op het gebied van het hersenonderzoek in 2007, in een groot aantal korte hoofdstukken. Het mooist vond ik de hoofdstukken over persoonlijkheid en zelfbewustzijn. Het lijkt erop dat het bewustzijn achter de waarneming aanhobbelt – dat kan natuurlijk ook niet anders – en achteraf een verhaaltje verzint voor die ene van alle parallelle waarnemingen. En welke dat is ? En waaròm bestaat dat bewustzijn dan wel ? Waarschijnlijk is, samenhangend met het taalvermogen, ontstaan in dienst van de sociale interactie.

    Hersenen en karakter, persoonlijkheid

    • Hersenonderzoek : ”(…) elk gevoel en gedrag is te verklaren uit de activiteit van hersencentra.” (108)
    • Empathie wordt veroorzaakt door spiegelneuronen : meer dan gemiddeld empatische mensen hebben actievere spiegelneuronen ( Groningen, 2006 ) (108)
    • Een overactieve amandelkern (“beschikt over een centrum dat de emoties van gezichtsuitdrukkingen leest”) veroorzaakt verlegenheid ( Harvard Medical School, 2003). ”Niet alleen de gevoeligheid, maar ook de aard van de amandelkern verschilt van mens tot mens. Bij de ene mens reageert de kern sterker op negatieve gezichtsuitdrukkingen en bij de andere meer bij positieve gezichtsuitdrukkingen.” Verschillen tussen hersenen zorgen ervaar dat mensen dezelfde wereld heel verschillend ervaren. De één ziet mensen om zich heen die worselen met emoties, de ander ziet rationele wezens. De één ziet vrolijkheid en vriendelijkheid, de ander veel neutrale en norse gezichten. En omdat we de wereld verschillend ervaren, reageren we daarop ook anders.” (109)
    • ”Hoe sterker de amandelkern (…) reageerde op een glimlach, hoe extraverter die persoon (…)”. ”Extraverte mensen lijkt het alsof iedereen ze de hele dag toelacht. (…) Verlegen en introverte mensen zien de hele dag vooral angstige en nurkse gezichtsuitdrukkingen (…) Ze voelen zich in gezelschap wat minder op hun gemak.” (109)
    • Ambitie, motivatie en interesse worden gestuurd door activiteit in de beloningscentra in de hersenen, vooral door de dopamine die de beloningscentra in meer of mindere mate opwekken. (110-111)
    • Altruïsme en eerlijkheid hebben een bron in de hersenen, namelijk de dorsalaterale prefontale cortex (DLPFC). Als je goed wilt zijn in liegen heb je ook een prefontaalschors nodig die snel de complexe inschatting kan maken van wat de ander geloofwaardig zal vinden. (110-111)
    • ”Vreemd dat we er in onze sociale interactie impliciet steeds van uitgaan dat alle mensen hetzelfde zijn.” Maar ook dat komt door de hersenen : ”Onze spiegelneuronen projecteren het gedrag van de ander in ons eigen brein. Sociaal gedrag en gezichtsuitdrukkingen van anderen voelen we intuïtief aan door ze in ons (sic) eigen hersenen te beleven. We gebruiken onszelf dus om het gedrag van de ander te begrijpen en kunnen niet anders dan impliciet veronderstellen dat we hetzelfde zijn.” (112)
    • Erfelijkheid bepaalt een deel van de werking van de hersenen en daarmee van karakterverschillen. Omstandigheden tijdens de zwangerschap zijn ook van invloed, alcohol en roken bijvoorbeeld, maar ook voedselgebrek. (112-113)
    • Maar je kunt je eigenschappen beïnvloeden : Ben je verlegen en ga je op een toneelvereniging dan ontwikkelt je brein zich in een andere richting. De amandelkern blijft als hij is, maar andere hersendelen kunnen zich ermee gaan bemoeien en zo je persoonlijkheid een beetje veranderen. (115)

    En wie ben ik ? Over zelfbewustzijn

    • Volgens de Portugese arts Damasio zetelt het zelfbewustzijn in het bovenste deel van de hersenstam, de pons. Dat is het regelcentrum van de hersenen. De hersenstam regelt het hele lichaam. Zelfbewustzijn is lichaamsbewustzijn. De hersenen laten je iets doen en je neemt het gevolg waar met je lichaam. (273-275)
    • Maar zelfbewustzijn is meer : plannen, herinneringen, angst, genot. Zelfbewustzijn zit ook in de prefontaalschors en de gyrus cingularis. Sommige zoogdieren hebben bewustzijn van de wereld om zich heen, maar geen zelfbewustzijn. Alleen mens en mensaap hebben het bewustzijn van bewustzijn, ze weten wie de waarnemer is. (276)
    • Zelfreflectie begint rond 18 maanden. Apen hebben een zelfbewustzijn vergelijkbaar met deze leeftijd. (277)
    • Slapen en ontwaken. De reticulaire formatie in de hersenstam stuurt het slapen. (279)
    • Tijdens de slaap werken de hersenen door, maar anders dan in waaktoestand : er zijn geen verbanden meer tussen de hersengebieden. Het lijkt op “de babytijd toen de dwarsverbindingen nog ontbraken ( … ) Zonder die dwarsverbindingen is er geen bewustzijn mogelijk. Bewustzijn vraagt om overzicht en samenhang.” (280)
    • Droomtheorie : ”( … ) de theorie dat een droom een reconstructie is van de gebeurtenissen en ervaringen tijdens de nacht. Een reconstructie die de hersenen achteraf maken, bij het ontwaken. Als we wakker worden verbinden de eilandjes in de hersenen zich weer tot één geheel en vloeit de fragmentarisch opgeslagen ervaring van de nacht samen. Het zelfbewustzijn keert terug en treft een allegaartje van losse ervaringen aan. De frontaalkwab verzint een verhaal om de elementen aan elkaar te knopen : dat is de droom.” En waarom zouden de hersenen dat dan wel doen ? Volgens Mieras omdat de hersenen de hele dag door niets anders doen. Het zelfbewustzijn is de hersenen die ervaringen tot verhalen scheppen. Achteraf. Je kunt meten dat de zelfreflectie in de hersenen aan en uit springt. Ervaren is een activiteit die het zelfbewustzijn uitsluit. (281)
    • Je verliest je in kijken, luisteren, voelen. Achteraf breit het zelfbewustzijn de ervaringen aan elkaar. (282)
    • Je eigen ogen in de spiegel kijken je onbewegelijk aan. Ze verspringen niet. Andere ogen wel. De hersenen knippen de momenten van verspringen uit je waarneming, zodat je de sprongen niet steeds merkt. In de spiegel staan jouw ogen daarom stil. Maar die synchronisatie heb je niet met anderen. Hun ogen verspringen steeds. (283)
    • Susan Blackmore : ”De hersencentra doen hun werk: ze reageren op beelden, geluiden, op prikkels uit het lichaam, ze groeperen zichzelf in ensembles die in ritmische patronen met hun prikkels andere ensembles beïnvloeden. Gescheiden daarvan houdt de frontale schors een logboek bij van de prikkels die passeren. Sommige prikkels belanden in het logboek, de meeste niet. en op het moment dat de hersenen de aandacht op zichzelf richten, schrijft de frontale schors aan de hand van het logboek een soort scheepsjournaal waarin die rommelige feiten worden verwerkt tot een samenhangend verhaal. Dat verhaal is ons zelfbewustzijn.” (286)
    • Ervaringen dringen zich op aan het bewustzijn. Het bewustzijn is de verzameling dominante prikkels. (287)
    • ”Niet alle zônes in de hersenen zijn even succesvol in het bereiken van het bewustzijn. Sommige gebieden van de schors slagen daar zelfs nooit in.” Bijvoorbeeld het gebied dat ons in staat stelt obstakels te omzeilen. Die onbewuste vormen van waarnemen noemen we intuïtie. (288)
    • Het zelfbewustzijn ligt dicht bij het taalcentrum van Broca. Onderzoekers veronderstellen een sterk verband tussen taal en zelfbewustzijn. (289)

    Zelfbewustzijn hebben we voor anderen ?

    • Veel soorten activiteiten kunnen we zonder bewustzijn uitvoeren. Gedachtenloos rijd je in de auto : goh, ben ik hier al ? De weg vinden kan op de automatische piloot, beslissingen nemen gaat beter zonder eindeloos redeneren ( onderzoek van Ab Dijksterhuis ). Een naam terugvinden in je geheugen gaat beter als je er even niet bewust aan denkt. Problemen oplossen gaat goed in bad of tijdens een wandeling. (297)
    • Onderzoekers geloven dat het bewustzijn een rol speelt bij het plannen van complexe en onbekende activiteiten. (299)
    • Het bewustzijn houdt zich bezig met het dominante hersenproces. Het volgt wat uit de zintuiglijke waarneming van de rest van de hersenen opborrelt als het meest alarmerende. (299)
    • ”Waar de actie is, daar is het bewustzijn.” (300)
    • Susan Blackmore ( Consciousness, an introduction Meditation and mindfullness ; Buddhism and consciousness ) vindt dat het bewustzijn geen rol speelt in de hersenen. Ze ziet overeenkomsten tussen opvatting van het menselijke bewustzijn in het boedisme en in de wetenschap. (300)
    • Het zelf en de vrije wil zijn illusies. Mensen hebben wel zelfgevoel en gevoel van vrije wil, maar ervaringen komen anders tot stand dan wij denken. Het zelfbewustzijn is met kleine vertraging getuige van de beslissingen en handelingen van de hersenen. (300-301)
    • Daniel Dennet : De hersenen scheppen een verhaal omdat de mens als sociaal wezen zo’n verhaal nodig heeft om samen te leven en te werken. We hebben ons zelfbewustzijn niet voor onszelf maar voor de ander. (302)
    • ”Wij zijn de hoofdpersoon in het verhaal dat de hersenen aan onze sociale omgeving willen vertellen over ons leven.” (303)
    • De hersenen vullen voortdurend onvolledige informatie aan tot een compleet verhaal. Ze constueren beelden, vullen hiaten daarin, verzinnen details, of herinneringen, als dat past. Van gebeurtenissen, van andere mensen, van het zelf. Je bent de hoofdpersoon in je eigen roman. (304)
    • Waarom zijn mensen zo dol op verhalen, literatuur, films ? “Wie leest wordt het verhaal. De schrijver neemt bezit van de gevoelens en de zintuigen van de lezer.” (305)
    • OED : Dus : geweldsfilms, reclame en computergames hebben in elk geval wel het effect dat de toeschouwer of deelnemer voor de duur ervan gevoelens en ervaringen hebben. De vraag blijft of na afloop iets in de hersenen veranderd is. Het lijkt mij van wel, misschien pas na herhaalde blootstelling.
  • Coretraining en mediteren

    Mediteren gaat wel zo gemakkelijk als je stevige rompspieren hebt. Regelmatig opzitten, opdrukken, je rug hol trekken als je op je buik ligt en al die andere oefeningen maakt rechtopzitten gemakkelijker. Ook tijdens vergaderingen, kerkdiensten en begrafenissen vind ik het soms prettig rechtop te zitten. Je hebt meer houdingen tot je beschikking en je ademt veel ruimer.

  • Frank Ankersmit : Voorspellen kan wél

    Een mooi artikel in Trouw. We zijn op weg God te worden en één met het heelal.

    – De geschiedenis van de mens is niet de geschiedenis van personen, staten en volken, maar de geschiedenis van de natuur ( de aarde ), want die is miljoenen jaren oud. De mens is daarentegen slechts een heel recent verschijnsel : “Deze nieuwe vorm van geschiedschrijving heet ’wereldgeschiedenis’; en het idee is hier inderdaad dat je de menselijke geschiedenis vooral moet zien als een onderdeel van de geschiedenis van de natuur.”

    – “Wereldgeschiedenis vertelt ons niet alleen een verhaal over het verleden dat we nooit hoorden, ook onze toekomst krijgt er andere, en vooral veel helderder contouren door.”

    – “Hegel ent de menselijke geschiedenis op die van de natuur. En hij doet dat door de geschiedenis van de mens te laten evolueren tot geschiedenis van de natuur. De mens wordt in de natuur opgenomen en daarmee zelf natuur, om zo te zeggen.”

    “Hegels sleutelbegrip hier is ’bewustwording’. Het unieke van de mens is dat hij zich bewust is van de wereld buiten hemzelf.

    – “Maar, zo gaat Hegel verder, het is eigen aan bewustwording dat het leiden moet tot een versmelting met datgene waar het bewustwording van is. Noem datgene waarvan we ons bewust worden B, en onszelf A. Zolang wij – A dus – nog niet geheel met B versmolten zijn, moet B onvermijdelijk nog iets hebben wat voor ons vreemd en onherkenbaar is. Pas wanneer A en B – mens en universum – geheel met elkaar versmolten zijn, pas dán kan sprake zijn van een volledige zelfbewustwording van het universum in, en door de mens. Anders gezegd : het aangeboren streven tot bewustwording van het universum leidt tot een identificatie ermee. Door die opdracht van bewustwording wórdt de mens uiteindelijk het universum. En dan heeft hij aan de natuur, aan het universum, ook de dimensie van het zelfinzicht toegevoegd. Want dat bezat de natuur zelf niet. Dat is volgens Hegel de welhaast goddelijke bestemming van de mensheid.”

    – “En nu zijn we waar Hegel ons hebben wil. Bewustwording van de natuur ging hier over in een identificatie of eenwording met de natuur. Immers, het bewustzijn kan hier klaarblijkelijk met de wetten van de natuur en die naar zijn hand zetten. De oversteek van bewustwording naar waar het bewustwording van is, werd hier dan gemaakt. De mens is hier natuur geworden. Maar hij heeft aan de natuur wel zijn meest uitzonderlijke eigenschap – namelijk het vermogen tot bewustwording – toegevoegd; dat is zijn unieke bijdrage. Het lot van de natuur is nu ook dat van de mens: de mens participeert in de oneindigheid van het universum. Aldus komt een huwelijk tot stand tussen mens en natuur, waarin de natuur haar eeuwigheid inbrengt en de mens de dimensie van het zelfbewustzijn. Er valt zeker veel voor te zeggen dit ’God’ te noemen. Zij het dat God hier dan niet staat aan de aanvang der dingen maar pas aan het einde daarvan. God is hier niet onze oorsprong, maar onze bestemming.
    En God is hier niet de ander, maar wijzelf in ons toekomstig verbond met de natuur.”

  • Karmic Voyager

    Oregon, niet de staat die hoort bij bruine jongens en meiden met zongeblond haar, azuurblauwe golven en blinkende stranden. Oregon is groen, het strand is grijs en ligt vol drijfhout. Maar Oregon heeft oregon surf girl. Tegen “evangelism, last week, traffic, spiders, facebook, runny yolks,” en helaas ook pure chocolade, en voor “listening to rain fall”, “playing guitar in a driftwood shack, somewhere on the beach in Oregon” en nog wat zaken. Klik hier voor de website “karmicvoyager”

    Screen shotvan de blogsite van Karmic Voyager

  • De almachtige God is ook maar een bedenksel

    André Droogers, Trouw, 24 november 2010
    André Droogers is emeritus hoogleraar culturele antropologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

    Arie Kuiper schreef in Letter & Geest ( Trouw, 20 november ): ’Sonja is doodgemarteld. God bestaat niet’. Waar komt het idee vandaan dat God almachtig is? En hoe ontstaat de paradox ?

    Macht dringt onvermijdelijk in godsdiensten binnen omdat mensen behoefte hebben aan een hogere instantie, een God. Die moet antwoord geven op de zware levensvragen: over goed en kwaad, leven en dood, geluk en tegenslag. Zo’n God overstijgt menselijke vermogens en dat is precies de bedoeling. De overweldigende natuur biedt daarvoor de beelden. Dus laat God als schepper de jasmijn bloeien. Zolang het over de jasmijn gaat, stemt dat tevreden. Maar o wee als de aarde gaat beven en de vulkaan uitbarst.

    Naast de natuur is de samenleving een bron voor het godsbeeld. Om de overmacht van God te benoemen, hebben mensen geen ander voorbeeld ter beschikking dan menselijke machtsvormen. Dus krijgt God kenmerken van aardse machthebbers: koning, heer, vader. Dat wordt nog versterkt doordat macht ook in de organisatie van de religie een rol speelt. Godsdienstige machthebbers dienen mede als voorbeeld voor Gods macht, ook al omdat zij die zeggen te vertegenwoordigen. Net als de godsdienstige institutie straft en beloont God, overleeft hij de gelovige, is exclusief, vraagt offers en stuurt.

    Het machtsrepertoire laat God bestaan zoals macht bestaat, met alle ongelukkige gevolgen van dien. Want met de aan God toegeschreven posities komen verwachtingen mee. God wordt geacht die aardse machthebbers zelfs in macht te overtreffen. Nog meer dan de aardse beschermers biedt hij gunsten en bescherming, tot in het wonderbaarlijke. Als machthebber wordt hij aangesproken op zijn verantwoordelijkheden.

    Wanneer dan hardhandig blijkt dat God niet in staat is om ellende te voorkomen, komen de bittere verwijten. Zoals over Sonja die doodgemarteld is. Of de Haïtiaanse slachtoffers. Gelovigen zoeken uitwegen om de machtige God in stand te houden: ’God stelt mensen op de proef’. Eigenlijk is het probleem al ingebouwd zodra gelovigen het godsbeeld doordrenken met aardse machtsbeelden. Zij voelen intuïtief wel dat ze met iets uitzonderlijks te maken hebben, maar ze blijven gevangenen van hun verbeelding en kunnen over het hemelse alleen aards stamelen. Als dat in steen gebeiteld wordt, gaat er iets goed mis.

    Maar het sterkste argument is dat religies oorspronkelijk buiten de gevestigde macht ontstaan, en dus in eerste instantie niet besmet zijn door het machtsrepertoire. Wereldreligies zijn in de marge van de samenleving opgekomen, in de woestijn bijvoorbeeld, en in reactie op de verbasterde machtsreligie van het centrum. Boeddha verliet dat machtscentrum vrijwillig, Mozes en Mohammed vluchtten, en Jezus werd door de elite gedood. In aanleg wordt dus juist niet in machtstermen gedacht en wil men er zich tegen verzetten. Niet toevallig wordt God eerder voorgesteld als kwetsbaar en vernederd, machteloos en lijdend, meer zoals de vervolgde volgelingen van de nieuwe beweging.

    Een ander repertoire dan dat van het machtige godsbeeld heeft dus veel oudere papieren. Zo begint religie in het stamelende en aftastende spel van de prille zingeving, zonder de zekerheden van de macht. Dit zingevingspel leeft van de onzekerheid. Vaste beelden worden vermeden. Leegte en stilte zijn belangrijke noties. Men weet uit ervaring dat God zich niet laat vangen in menselijke beelden.

    Zo kan God kwetsbaar en beeldvrij worden gedacht, ontdaan van alle etiketten die aan machtspolitiek ontleend waren. Er vallen dus ook geen verwijten. Het oorspronkelijke spel van de zingeving is in ere hersteld, ernstig, zoals elk spel, maar speels. Zolang dat ernstige spel duurt, gebeurt God. Dat verklaart uiteindelijk Kuipers paradox ’God bestaat niet en houdt van mij’.

  • God vinden dichtbij

    Sommige mensen maken lange reizen om God te ontmoeten, in de woestijn of op een woest eiland. Maar als God overal is moet het in de stad ook lukken, de moderne woestijn. En ja, dat gaat eigenlijk best.

    In een hoek van onze tuin hebben de vorige eigenaars een rond laten straten. Nu is de begroeiing zo groot dat het omgeven is door vier meter hoge bamboestengels, een hulst en een jeneverbes. Het is een heerlijk beschutte kamer. Daar mediteer ik, dat wil zeggen, ik zit op een meditatiekruk, ’s ochtends vroeg, na zessen. ’s Zomers is het al licht, maar nog fris. Een merel scharrelt door de bladeren. In de herfst schemert het. Om mij heen vallen druppels van de bladeren, of het miezert. Soms waait het. Langzaam trekt de kou het lijf in. ’s Winters heb ik wel in de sneeuw gezeten, met het gedempte geluid, het weerkaatste stadslicht.

    Tot mijn geluk woon ik vlakbij het recreatiegebied van de stad. ’s Zondagsochtends heel vroeg zijn er nog bijna geen auto’s. Het suizen van die ene die passeert hindert niet. Het gras is nat, het is nog koud, er hangen slierten mist op het water of er hangt één dikke mist, óf het is helder en de zon komt op boven de bomen in de verte, aan de overkant van het water.

    Of anders ’s avonds, als het schemert en de recreanten weg zijn, als de vissen grazen langs het strand, hun rugvinnen boven water, en een lepelaar zijn maaltijd uit het water zeeft.

    De waddeneilanden zijn onze eigen wildernis, ook een mooie plaats om God te vinden. Op Schiermonnikoog en Ameland vanaf de boot rechtdoor naar het strand, dan rechtsaf en doorlopen zover als je kan. Daar worden de duinen lager en het strand leger en ben je alleen met de eeuwige wind en de even eeuwig aanrollende golven. Geldt ook voor Terschelling, maar dan is rechtsaf wel een heel eind lopen. Linksaf is wel zo snel. Op Vlieland moet je na de boot juist linksaf, maar dan heb je op den duur ook een echte woestijn tot je beschikking. Alleen in de weekeinden, door de week straaljagers.

    Over meditatie heb ik eens gelezen dat het niet de weg is náár de verlichting ( het ging over boedisme ) maar dat de meditatie de verlichting ís. Niet het doel doet ertoe, maar de weg erheen. Zo is het niet de plek die je God doet ontmoeten, maar je aandacht, de ruimte die je zelf schept. Die ruimte kan je natuurlijk prima scheppen door een week vrij te nemen en op reis te gaan, waar alles nieuw is daarom je aandacht heeft, maar misschien is 365 keer een kwartier aandacht oefenen in je tuin ook het overwegen waard.

  • Nothing personal

    Een film. Anne gaat zwerven. Rugzak op, slapen in een fel blauw tentje, eten uit vuilnisbakken. Ze komt terecht in Ierland. Op zoek naar eten sluipt ze een afgelegen huis binnen als ze de bewoner heeft zien wegvaren. Later spreken ze af : eten voor werk. Er ontstaat toenadering. Het gaat mooi, tot de man aan het eind van de film sterft.

    Het eind van de film begrijp ik niet : Anne kruipt naakt in bed bij het lijk, ze begraaft het in zee en verlaat het huis, met de creditkaart van de man.

    2009 ; regisseur : Urzula Antoniak ; acteurs : Lotte Verbeek, Stephen Rea.

  • Stilte als antwoord, Sara Maitland

    “Ik heb een zeer luidruchtig leven geleid”. Het gezin waarin Sara Maitland opgroeit hield van gezelschap, discussie en verbale pesterrijen. Haar studententijd stond in het teken van luidruchtige discussie. Ze werd een ‘Anglo-katholieke socialistische feministe’, en schrijfster, trouwde met een dominee en had een heerlijk leven – tot haar huwelijk strandde en Thatcher aan de macht kwam. Ze verliet de angelicaanse kerk, te bitter, te strak gereguleerd, voor de rooms-katholieke en kocht een piepkleine cottage, om het huwelijk even ademruimte te geven.

    Zo begint de zoektocht naar stilte. Niet alleen een zoektocht naar de stilte, maar ook naar wat stilte is en wat het doet. Een actueel boek in een wereld waarin stilte verdacht is – Sara Maitland worstelt het hele boek met een brief van een vriendin die stilte gelijk stelt aan ‘dood’ en ‘niets’, die overwonnen moet worden – maar ook gezocht, in kloosters, op natuurcampings, in religieuze ervaringen, in reizen naar de woestijn.

    Ze verhaalt over de religieuze stilte van kloosters en van de alleen levende religieuzen, zoals de woestijnvaders. Enkele kluizenaars, zoals de panterman op Skye, komen voorbij, de ervaringen van solozeilers tijdens een zeilrace of die van de poolreiziger Courtauld : “ontdaan van zijn persona, van wie het publieke ik was ontnomen, waardoor wat voor de wereld restte zijn ware, naakte ik was”. Ontremming. Stille religeuze gemeenschappen hebben daarom strenge regels voor voeding, hygiëne en gedrag. Maitland merkt hoe haar zintuiglijk waarnemen, het gehoor, de smaak, intenser worden. Emoties worden sterker.

    Aan het eind van het boek trekt Maitland zich terug in een leeg landschap. Ze koopt een klein huis, gooit overbodige spullen het huis uit – ook al omdat ze moet besparen om zich het huis te veroorloven. Ze richt haar leven zo in dat ze in stilte en gebed kan leven, in haar levensonderhoud voorziend met schrijfcursussen via de computer.

  • De RK-kerk en de homo

    Homo’s protesteren tegen de RK kerk, die ze geen hostie wil geven.

    Christus reisde rond. Hij had geen vaste woon of verblijfplaats. Hij bezat niets. Hij had geestelijke macht en verafschuwde wereldlijke macht. Hij kwam op voor de onderdrukten. Hij brak brood en dronk wijn bij de maaltijd.

    De RK kerk heeft alleen maar vaste verblijven. Vele kerken zijn paleizen, die blinken van dure inrichting. De kerk heeft voorgangers met wereldlijke macht, die daaraan hechten, die vooral opkomen voor het eigen machtsbolwerk, voor de regels. In plaats van een maaltijd met brood en wijn voor iedereen krijgen de katholieken een pietepeuterig stukje tarwe-iets met een tongetje wijn, maar alleen als ze aan regeltjes voldoen. De katholieke kerk is het Farizeërsbolwerk, de club regeltjesgeile machthebbers, waartegen Jezus ageerde.

    Homo’s mogen dan niet zo’n koekje en niet een beetje wijn. Oh, wat erg. Ik zou zeggen : zoek een kerk op die Christus navolgt in plaats van zo’n regeltjesbolwerk waar het om een macht draait waar Christus nu juist tegenin ging. Je hebt niet meer nodig dan een groep mensen rond Christus – waar één of twee tezamen zijn daar ben ik in hun midden, nietwaar ? Organiseer elke zondag een maaltijd, met lekker eten, lekker brood en lekkere wijn. En bid voor de onderdrukten in de RK kerk.

  • Jongens zijn geen meisjes

    Waarom jongens geen meisjes zijn. Wat je weten moet als je jongens opvoedt, Koos Neuvel, 2006.

    1. De hersenen van jongens en meisjes verschillen. Dat verschil ontstaat al voor de geboorte en neemt toe onder invloed van hormoonvloeden. De invloed van de hormoonvloeden hangt af van de omvang van die vloeden en het moment dat ze optreden in verhouding tot de ontwikkelingsfase van de vrucht / het kind.

    2. Jongens zijn groepswezens, veel meer dan meisjes (blz. 57). Meisjesgroepen bestaan uit 3, 4, 5 meisjes, jongensgroepen zijn groter. Alle jongens van één klas zijn bijvoorbeeld een groep.

    3. Jongens willen macht (status). Ze zijn steeds bezig de hiërarchie in de groep vast te stellen (hs. IV). Ze doen dat door wedstrijdjes. Alles is aanleiding tot wedstrijdjes.

    4. Meisjes zijn egalitair. Opvallen is gevaarlijk. Een meisje dat te veel opvalt ligt buiten de groep. Dat maakt meisjes bescheiden.

    5. Jongens worden jongensachtiger en wilder bij andere jongens. Dat is de enige manier om aandacht te krijgen van en invloed te hebben op andere jongens (54).

    6. Omdat jongens zelf de baas willen zijn hebben ze altijd een probleem met auroriteit en zijn ze dus opstandig en ongehoorzaam (60-62), bijvoorbeeld in de klas.

    7. Een stabiele hiërarchie voorkomt gewelddadigheid en geeft rust. Verstoring van de groep door een nieuw groepslid of een nieuwe samenstelling van de groep leidt tot de drang de hiërarchie opnieuw vast te stellen en daarmee tot schermutselingen en onrust.

    8. Voor jongens zijn regels belangrijk, ook al omdat bij jongensspelen meer deelnemers zijn dan bij meisjesspelen. Jongens maken tegelijk meer ruzie over de regels, maar ze zijn dan weer snel in het vaststellen van de uitkomst, om vervolgens weer verder te gaan. Meisjes hebben minder behoefte aan regels omdat hun status er niet vanaf hangt en omdat ze ruzie vermijden, maar áls ze ruzie hebben lossen ze die veel minder snel op.

    9. Het streven naar macht door jongens is een oefening in sociaal gedrag.

    10. Goed vechten vereist zelfbeheersing en sociaal vermogen / inlevingsvermogen. Jongens die herhaaldelijk te ver gaan plaatsen zich buiten de groep (115-117).

    11. De leider kan niet volstaan met autoritair gedrag maar moet zijn leiderschap bewijzen door diensten aan de gemeenschap te bewijzen (74). Voor de ondergeschikte moet het aantrekkelijk zijn om bij de groep te horen. Niet de gewelddadigste wordt leider maar degene die goed vrede kan stichten.

    12. Bij problemen zoeken meisjes steun en willen jongens iets doen (81).

    13. “Jongens (…) opereren in relatief gesloten groepen. Dit vergroot de kans op gedrag dat de buitenwereld afkeurt, maar dat groepsgenoten juist erg aantrekkelijk vinden. En in zulke gevallen weeg het oordeel van die groepsgenoten altijd het zwaarst.” (130 )

  • Het raadsel van de Wadden, door Erskine Childers (DVD)

    Het moet eind jaren tachtig zijn geweest dat ik de serie op tv. zag. Jaren later ontdekte ik dat die gebaseerd was op het boek The riddle in the sands en dat dit boek ( één van ) de eerste spionageromans was – in feite gewoon een jongensboek voor oudere jongens, al moet de schrijver Erskine Childers met het boek hebben willen waarschuwen voor oorlogsdreiging van Duitse zijde.

    Elke wadvaarder vindt dit boek zonder twijfel mooi, al blijft dat mogelijk beperkt tot mannen ( jongens …), mìjn vrouw vond het een matig boek. De serie vind ik ook prachtig, maar je moet enige welwillendheid weten op te brengen voor mistscenes waarin je duidelijk de schaduw van de spelers ziet en in de verte een vuurtoren … om nog maar te zwijgen van het eind, dat nog even verder gaat waar het boek al opgehouden is en dat je al naar gelang aard en inborst in woede doet ontsteken of van de bank laat rollen van het lachen.

    Das Rätsel der Sandbank, uitgegeven door ARD video, te bestellen bij Van Stockum.