Vandaag van Taizé naar Sospel, waar ik komende week kampeer.
Om half zeven zwaai ik de Taizé-groep uit. Als ze weg zijn pak ik de tent in, verzamel water en ga ik op een stenen rand de route uitwerken. Dat duurt behoorlijk lang. In Cluny rijd ik naar de eerste supermarkt, maar die is nog dicht. Ik rijd naar de volgende. Ook dicht. Dan rijd ik vast naar de laatste in Cluny, op de weg naar Mâcon. Die is ook nog dicht, maar er staan al mensen voor te wachten. Ik koop mijn boodschappen, brood, vleeswaren en een geitekaas, demi-sec, en wat fruit. Bij de bakker, die apart zit, koop ik een millefeuille en een flan. Je moet niet een flan bestellen, want dan denken ze dat je een hele wilt ( un gros ??? ??? ), maar une pièce de flan, dan krijg je een stuk. Voor € 1,00. De millefeuille kost € 1,80. Om 09.27 uur ga ik op pad voor de grote reis.
Bij Lyon raak ik helemaal in de war. De wegwijzers wijzen niet naar de weg die ik heb opgeschreven ( ik heb geen navigatie maar lijstjes met wegnummers en afslagen ). Ik kom op de A46 terecht en die staat niet op mijn lijst. Bij het eerste het beste tankstation kijk ik wat er aan de hand is. Het is een rondsnelweg. Zet koffie met de brander en eet er twee halve stukken gebak bij en brood met de geitekaas. Die is hard. Dus dát betekent demi-sec.
De hele weg mag ik maar 110 km/u en daar houd ik me aan, omdat het druk is en iedereen zich eraan houdt. Na Valance neem ik om 12.30 uur pauze, op een overvolle parkeerplaats. De parkeerplaats is speels aangelegd met grasvelden en bomen en een slingerende weg, maar op elke beschikbare plek staat een auto en overal lopen mensen en hangen mensen rond. Ik schiet mijn autootje nog net in een hoekje, dat niet bedoeld is voor parkeren. Gelukkig is er schaduw. Eet lopend onder de bomen stokbrood met vlees en kaas.
Tussen Valance en Orange staat de andere kant op een file of rijdt het verkeer langzaam, 40 tot 50 km lang. Bij Orange komen de A7 uit het oosten en de A9 uit het westen bij elkaar. Ik besluit meteen dat ik hier op de terugweg niet langs wil en zolang in de file staan, met mijn minieme benzinetank.
Na de volgende 400 km tank ik op de Aire des Morrières. Het waait hevig. Er staan lange dunnen cipressen die zwiepen in de wind. Ik maak een filmpje en stuur het naar huis. Om 14.16 uur rijd ik weer. De druiven uit Cluny zijn klein, maar heel intens van smaak. Het zijn muskaatdruiven.
Bij Aix worden de heuvels en de bossen stoffig en bruin, desolaat en saai. Om 16.50 uur stop ik op de Aire de Vidauban-Sud. Het is er zo heet, dat mensen buiten de auto in de schaduw van verkeersborden staan. Hier zijn geen Nederlandse kentekens, alleen Franse en Italiaanse. Iedereen draagt een zonnebril en slentert en sloft van de hitte. Het is nog een heel eind rijden voor ik bij Menton de snelweg afkan. Eerst moet ik door en langs Nice, een eindeloze agglomeratie, met bekende plaatsen als Cannes, Antibes, Monaco. Menton zit er ook aan vast.
De weg naar Sospel kronkelt omhoog. Het is prachtig, niet meer dat stoffige, roodbruine, maar groen en met een leuk kerkje. Stop om foto’s te maken. In Sospel blijkt, dat ik het adres van de camping niet heb opgeschreven. Ik kan ook nergens een wegwijzer vinden. Rijd een brug over, ga stilstaan op een parkeerplaats, zoek in mijn telefoon en ga dan maar weer rijden. Uiteindelijk zie ik toch een wegwijzer, op het kruispunt bij de brug had ik rechtdoor gemoeten. Het duurt eindeloos voor ik bij de camping kom – later blijkt het maar zes minuten rijden te zijn. Een mooie camping, met terrassen, bomen, ruime plaatsen een zwembad, waar ik nooit in zal zitten. Zet rustig aan mijn tent op. Hij staat prachtig en ik ben trots op mijn opzetvaardigheden, als ik ontdek, dat de tentluier verkeerd om zit. Zucht. Als die dan ook eindelijk goed ligt heb ik geen zin meer om tijd de steken in een instantmaaltijd. Ik eet nog wat brood en ga slapen.