Blog

  • Weg met de Coleman Multifuel

    Cat:

    Gefrustreerd hebben we onze Coleman Multifuel achtergelaten in Duitsland. Gelukkig liet hij ons dit keer pas op de laatste dat van de kanotrektocht in de steek. We waren na een lange dag peddelen, we hadden er al vijf dagen opzitten, toe aan eten. Tot dan toe had hij twee weken lang probleemloos gebrand, netjes op ultraschone, nieuwe Colemanfuel, maar nu gaf hij niet meer dan een waakvlammetje. Eindeloos proberen, natuurlijk, maar op den duur was hij helemaal dood. Met ons Campingaz-brandertje hebben we daarna twee liter ravioli op avondmaaltemperatuur proberen te krijgen, wat de vermoeide maag wel op de proef stelde. En het humeur.

    Tijdens de vorige vakantie had de brander het al na twee dagen begeven. Ik had er loodvrije benzine in gedaan. Op de doos en op de brander zelf staat namelijk ‘unleaded fuel’. Prikken hielp niet. De techneut van camping Stortemelk op Vlieland demonteerde de voorverwarmingsbuis – er rammelde een minuscuul onderdeeltje uit dat we wisten te redden, ook lekker handig als je kampeert tussen de grassprieten – die we schoon probeerden te maken. Het hielp niets. We hebben maar een nieuwe gasbrander gekocht.

    De eerste opmerking van de winkelier waar ik het ding inleverde was : ‘dan heeft er vervuilde benzine in gezeten’, een fijne omdraaiing van oorzaak en gevolg : doordat de brander verstopt was, was de benzine vervuild. Het was nette Nederlandse benzine uit de pomp waar wij al jaaaaaren tanken en velen met ons. Niks geen Afrikaanse of Russische benzine. Maar goed, na een half jaar was hij gerepareerd en konden we hem weer ophalen.

    Voor de zekerheid helemaal nieuwe Colemanfuel gekocht, want ook Colemanfuel kan verouderen en daar kan de brander misschien wel niet tegen ! Dus met genoeg nieuw geraffineerde Coleman naar Oost-Duitsland, waar we twee jaar eerder het spul niet konden kopen. En toen liet hij ons alsnog in de steek. Een slecht product, dus.

  • Kanotocht Mecklenburgische Seenplatte

    Cat: ,

    Honderd kilometer boven Berlijn ligt een groot gebied met meren : de Mecklenburgische Seenplatte. We hebben daar een kanotocht van zes dagen gemaakt, vanaf de camping Das Hexenwaeldchen in Blankenförde-Kakeldütt ( klik hier voor een verhaal over ons vorige bezoek in 2008 ). Onze kinderen waren 10 en 13 jaar. Zij voeren in onze kajaks, wij groten voeren in een kano, op de laatste twee dagen na, toen de jongste in de kano kwam varen.

    Camping Das Hexelwaeldchen

    Het eerste deel is het mooist omdat daar geen motorboten mogen varen. De natuur is er ongerepter en afwisselender. Op het laatst heb je alle meren wel gezien en lijken ze allemaal op elkaar. De Schwanenhavel is een belevenis op zich. Als je op google maps kijkt is het wel een beetje nep : de natuur langs de Schwanenhavel is soms maar vijf meter diep.

    Dag 1 : Camping Hexenwäldchen, Blankenförde-Kakeldütt – Useriner See, Userin – Sluis Zwenzow – Grosser Labussee – Camping Klein Quassow

    Dag 2 : Camping Klein Quassow – Woblitzsee – Wesenberg ( je kunt ook kamperen bij de haven ) – Camping Kanumühle

    Dag 3 : Camping Kanumühle – Schwanenhavel – Plätlinsee – Wustrow – Kienzsee – Camping Seewalde ( wij stonden per ongeluk op een veld bij een antroposofisch vakantiepark, lekker rustig )

    Mecklenburgische Seenplatte

    Dag 4 : Camping Seewalde – Gobenowsee – Labussee – Sluis Diemitz – Fleeth – Camping Mossensee ( is niet zo mooi, een bos met oude stacaravans, als cultureel verschijnsel nog wel aardig, en verder een kale vlakte. Langs het meer waar wij stonden nog wel leuk.

    Dag 5 : Camping Mossensee – Mossensee – Zotzensee – Mirow – Mirower See – Camping Kanustation Mirow ( prachige camping, mooi vormgegeven, alles was er ( geen recreatteam, geen tig wasmachines, geen internetcafé, geen disco en geen speelhal, wel een strand, een volleybalstrand, kanokarren en goeie wc’s ) met de machinezaag uit bomen gezaagd beelden van Raik Vicent )

    Mecklenburgische Seenplatte

    Dag 6 : Kanustation Mirow – Grosser Kotzower See – Mussel – Leppinsee – Taxi naar Babke, met een norse, kortaffe, mokkende chauffeur / eigenaar, typisch mijn vooroordeel-Oost-Duitser – Forel eten bij de Fischerei Babke, ik waagde het om tegen de chaffeur het verkeerde woord te gebruiken ; eet vooral versgerookte forel in Babke of Mirow of op het Hexenwaelchen – Jäthensee – Jamelsee – Camping Hexenwäldchen

    Gerookte forel uit Babke

  • Onweer op Ameland

    Cat: ,

    11 juli 2010 is een warme dag. Ik ga naar Ameland. Ik heb een tweedehands slaap- plus bivakzak gekocht en ik wil slapen op het strand. De drie kilometer over het eiland zijn zwaar door de warmte. Op het strand is het koeler. Ik loop drie kwartier tot een uur, dan rust ik even, zwem even, eet een hapje chocolade. Dan weer verder. In de namiddag ben ik bij de NAM-lokatie. De duinen wijken, het strand wordt een vlakte. Ik zwem, eet en lig op het strand met zo weinig mogelijk kleren aan. Loop nog een kilometer verder. Hier blijf ik slapen. Het is geen probleem niets te doen terwijl het licht afneemt en blauwer wordt. Vogels staan te rusten aan de waterlijn. Het wordt kouder, ik moet kleren aan en als de zon onder is kruip ik al gauw in de slaapzak.

    Bivakzak op de oostpunt van Ameland

    Om twaalf uur word ik wakker van druppels op mijn gezicht. In de verte weerlicht het, een prachtig gezicht.

    Een kwartier later begint het te rommelen.

    Weer een kwartier later krimp ik in elkaar van de continue bliksemflitsen en de donderslagen, een aantal per minuut. Het regent en het waait in vlagen zo hard dat ik mijn rugzak moet vasthouden. Ik kan nergens heen. Ik durf niet naar de lage duinen te lopen, een paar honderd meter verderop, en ik besef dat als de bliksem vlakbij inslaat ik het gevaar loop van stroom die door de natte bodem heenloopt. Op het platte strand lijkt me op mijn hurken zitten ook niets.

    Het duurt eindeloos voor het onweer ophoudt en ik weer kan inslapen. Na drie kwartier begint het opnieuw. Pas om een uur of drie, half vier wordt alles rustig.

    ’s Ochtends is alles nat. Ik probeer naar huis te bellen maar heb geen bereik. Ik breek zo snel mogelijk op, loop zo snel mogelijk richting bewoonde wereld, maar pas na een paar kilometer is het eerste telefooncontact mogelijk.

    Kaartje van buienradar met alle bliksemontladingen

  • Stilte als antwoord, Sara Maitland

    Cat:

    “Ik heb een zeer luidruchtig leven geleid”. Het gezin waarin Sara Maitland opgroeit hield van gezelschap, discussie en verbale pesterrijen. Haar studententijd stond in het teken van luidruchtige discussie. Ze werd een ‘Anglo-katholieke socialistische feministe’, en schrijfster, trouwde met een dominee en had een heerlijk leven – tot haar huwelijk strandde en Thatcher aan de macht kwam. Ze verliet de angelicaanse kerk, te bitter, te strak gereguleerd, voor de rooms-katholieke en kocht een piepkleine cottage, om het huwelijk even ademruimte te geven.

    Zo begint de zoektocht naar stilte. Niet alleen een zoektocht naar de stilte, maar ook naar wat stilte is en wat het doet. Een actueel boek in een wereld waarin stilte verdacht is – Sara Maitland worstelt het hele boek met een brief van een vriendin die stilte gelijk stelt aan ‘dood’ en ‘niets’, die overwonnen moet worden – maar ook gezocht, in kloosters, op natuurcampings, in religieuze ervaringen, in reizen naar de woestijn.

    Ze verhaalt over de religieuze stilte van kloosters en van de alleen levende religieuzen, zoals de woestijnvaders. Enkele kluizenaars, zoals de panterman op Skye, komen voorbij, de ervaringen van solozeilers tijdens een zeilrace of die van de poolreiziger Courtauld : “ontdaan van zijn persona, van wie het publieke ik was ontnomen, waardoor wat voor de wereld restte zijn ware, naakte ik was”. Ontremming. Stille religeuze gemeenschappen hebben daarom strenge regels voor voeding, hygiëne en gedrag. Maitland merkt hoe haar zintuiglijk waarnemen, het gehoor, de smaak, intenser worden. Emoties worden sterker.

    Aan het eind van het boek trekt Maitland zich terug in een leeg landschap. Ze koopt een klein huis, gooit overbodige spullen het huis uit – ook al omdat ze moet besparen om zich het huis te veroorloven. Ze richt haar leven zo in dat ze in stilte en gebed kan leven, in haar levensonderhoud voorziend met schrijfcursussen via de computer.

  • Bivakzakcombi

    Cat: ,

    Vorige week mijn nieuwe slaapcombinatie besteld en ontvangen ( bivakzak, matje, slaapzak + lakenzak ), een oude van het leger, zwaar en dik. Alles paste in en aan elkaar. Ik was verrast door het vernuft.

    Plekje in de tuin gezocht. Het enige nadeel merkte ik al meteen na vijf minuten : je blijft er ook warm in bij min zoveel, dus zeker bij plus tien, ondanks uit mijn voorzorg minimale kleding. Na tien minuten met alleen het gezichtsopeningetje open wurmde ik me weer uit het ding. Ik heb met de rits half open geslapen.

    Ik slaap buiten minder vast dan binnen. Om de zoveel tijd word ik wakker, steeds met het gevoel dat er iets niet deugt. Ik ben zó niet gewend om meteen de wolken te zien of struiken en om de wind, hoe zacht ook, te voelen. Toch wel mooi dat je gewoon buiten kunt slapen en dat er dan geen tent tussen zit. Gelukkig was er maar één mug.

  • Kajakrondtocht Alde Feanen – De Leijen

    Cat: ,

    Mooie kanotocht gemaakt, wel zwaar. Een rondje langs Grouw, de Alde Feanen, Drachten en Burgum. Als je nog eens in de buurt bent … door Wergea loopt een prachtig grachtje met hoog water en lage huisjes.

    Het water door Wergea
    Wergea

    Bij Grouw heerlijk thee gedronken aan het water, handig, een campingbrander mee, met een vette gevulde koek uit een campingwinkel aan de overkant van de dijk, zitten kletsen met twee eenden.

    Bij Grouw
    Bij Grouw

    Om twee uur ben ik al bij de Alde Feanen. Het is mooi weer, dus druk, vooral met zeilboten, waarin tot mijn verbazing groepen Duitsers. Horen die niet in grote motorboten ? Nu ik zo vroeg ben besluit ik niet hier een slaapplaats te zoeken maar door te varen naar De Leyen. Wel eerst lekker rustig eten. Bij Drachten kom ik langs een strandje, waar ik dankbaar aanleg onder het starende oog van een vrouw, die op een picknicktafel zit. Het varen is nu wel pijnlijker. Het is een uur of vijf en merkbaar rustiger. Ik zet chocolademelk en ga even zwemmen.

    Bij Drachten

    Ik ben blij als ik tegen zevenen De Leyen opvaar. Het kost me veel tijd om een plek te vinden en om mijn slaapplek te maken. Dat valt me tegen. Ik ben ook niet tevreden over het onderkomen. Het hangt te laag en te slap, maar ik heb als bevestigingspunt alleen een laag wilgenbosje. Kook eten, maar eet tot mijn verbazing niet veel.

    Bivak in De Leijen

    Het is wel fantastisch om buiten te liggen en meteen de struiken in te kijken. Ganzen vliegen op vijf meter afstand langs en schrikken als ze me opmerken. Zie een ree vrij dicht bij. De ondergaande zon over het meer is prachtig. Het mooist is nog het geluid van buiten en de toenemende stilte.

    Zonsondregang in De Leijen

    De terugtocht. Wind tegen, het is niet zo zonnig en windstil als gisteren. Ik ben bijna alleen op het Bergumer Meer met aardig wat golven. Als ik nu omval ga ik dood : te koud en niemand ziet het ( november 2010 : als ik met een aanwonende praat blijk je bijna overal in het meer te kunnen staan ).

    Hoe langer de tocht duurt, hoe groter de worsteling en hoe zeerder het varen gaat doen. Ik ben blij als ik bij De Froskepolle lang kan uitrusten, in de zon en uit de wind.

  • De RK-kerk en de homo

    Cat:

    Homo’s protesteren tegen de RK kerk, die ze geen hostie wil geven.

    Christus reisde rond. Hij had geen vaste woon of verblijfplaats. Hij bezat niets. Hij had geestelijke macht en verafschuwde wereldlijke macht. Hij kwam op voor de onderdrukten. Hij brak brood en dronk wijn bij de maaltijd.

    De RK kerk heeft alleen maar vaste verblijven. Vele kerken zijn paleizen, die blinken van dure inrichting. De kerk heeft voorgangers met wereldlijke macht, die daaraan hechten, die vooral opkomen voor het eigen machtsbolwerk, voor de regels. In plaats van een maaltijd met brood en wijn voor iedereen krijgen de katholieken een pietepeuterig stukje tarwe-iets met een tongetje wijn, maar alleen als ze aan regeltjes voldoen. De katholieke kerk is het Farizeërsbolwerk, de club regeltjesgeile machthebbers, waartegen Jezus ageerde.

    Homo’s mogen dan niet zo’n koekje en niet een beetje wijn. Oh, wat erg. Ik zou zeggen : zoek een kerk op die Christus navolgt in plaats van zo’n regeltjesbolwerk waar het om een macht draait waar Christus nu juist tegenin ging. Je hebt niet meer nodig dan een groep mensen rond Christus – waar één of twee tezamen zijn daar ben ik in hun midden, nietwaar ? Organiseer elke zondag een maaltijd, met lekker eten, lekker brood en lekkere wijn. En bid voor de onderdrukten in de RK kerk.

  • Jongens zijn geen meisjes

    Cat:

    Waarom jongens geen meisjes zijn. Wat je weten moet als je jongens opvoedt, Koos Neuvel, 2006.

    1. De hersenen van jongens en meisjes verschillen. Dat verschil ontstaat al voor de geboorte en neemt toe onder invloed van hormoonvloeden. De invloed van de hormoonvloeden hangt af van de omvang van die vloeden en het moment dat ze optreden in verhouding tot de ontwikkelingsfase van de vrucht / het kind.

    2. Jongens zijn groepswezens, veel meer dan meisjes (blz. 57). Meisjesgroepen bestaan uit 3, 4, 5 meisjes, jongensgroepen zijn groter. Alle jongens van één klas zijn bijvoorbeeld een groep.

    3. Jongens willen macht (status). Ze zijn steeds bezig de hiërarchie in de groep vast te stellen (hs. IV). Ze doen dat door wedstrijdjes. Alles is aanleiding tot wedstrijdjes.

    4. Meisjes zijn egalitair. Opvallen is gevaarlijk. Een meisje dat te veel opvalt ligt buiten de groep. Dat maakt meisjes bescheiden.

    5. Jongens worden jongensachtiger en wilder bij andere jongens. Dat is de enige manier om aandacht te krijgen van en invloed te hebben op andere jongens (54).

    6. Omdat jongens zelf de baas willen zijn hebben ze altijd een probleem met auroriteit en zijn ze dus opstandig en ongehoorzaam (60-62), bijvoorbeeld in de klas.

    7. Een stabiele hiërarchie voorkomt gewelddadigheid en geeft rust. Verstoring van de groep door een nieuw groepslid of een nieuwe samenstelling van de groep leidt tot de drang de hiërarchie opnieuw vast te stellen en daarmee tot schermutselingen en onrust.

    8. Voor jongens zijn regels belangrijk, ook al omdat bij jongensspelen meer deelnemers zijn dan bij meisjesspelen. Jongens maken tegelijk meer ruzie over de regels, maar ze zijn dan weer snel in het vaststellen van de uitkomst, om vervolgens weer verder te gaan. Meisjes hebben minder behoefte aan regels omdat hun status er niet vanaf hangt en omdat ze ruzie vermijden, maar áls ze ruzie hebben lossen ze die veel minder snel op.

    9. Het streven naar macht door jongens is een oefening in sociaal gedrag.

    10. Goed vechten vereist zelfbeheersing en sociaal vermogen / inlevingsvermogen. Jongens die herhaaldelijk te ver gaan plaatsen zich buiten de groep (115-117).

    11. De leider kan niet volstaan met autoritair gedrag maar moet zijn leiderschap bewijzen door diensten aan de gemeenschap te bewijzen (74). Voor de ondergeschikte moet het aantrekkelijk zijn om bij de groep te horen. Niet de gewelddadigste wordt leider maar degene die goed vrede kan stichten.

    12. Bij problemen zoeken meisjes steun en willen jongens iets doen (81).

    13. “Jongens (…) opereren in relatief gesloten groepen. Dit vergroot de kans op gedrag dat de buitenwereld afkeurt, maar dat groepsgenoten juist erg aantrekkelijk vinden. En in zulke gevallen weeg het oordeel van die groepsgenoten altijd het zwaarst.” (130 )

  • Cursus Vuur en bivak

    Cat: ,

    Het is al donker. In een lange rij auto’s van het verzamelpunt naar een landweg langs een vaart. Spullen uit de auto, het bos in, zwart tegen de nachtlucht. Een pad gemarkeerd door kleine, hangende reflectoren leidt ons naar vuur onder een opgehangen parachute. Alleen mannen dit keer.

    Beke legt uit waar je rekening mee moet houden en leer ons twee knopen, waarna we ergens daar ons zeil mogen ophangen en lekker gaan slapen. De herinnering aan een koude, natte en slapeloze nacht op het strand van Ameland (door een katoenen, donzen slaapzak, helemaal verkeerd) maken me niet gerust op de afloop. Maar ik slaap heerlijk met warmteonderbroek, dikke wollen sokken, warmtehemd en trui aan in twee slaapzakken (diezelfde donzen in een synthetische ) en met de muts op. Het ontwaken is fantastisch. Ik kijk meteen het bos in, natte boomstammen, natte bladeren en verderop is het dag. Nauwelijks geluid, wat vallende druppels misschien.

    Zaterdagochtend vuur maken, met één krantenbladzij en twee lucifers. Het is nat. Alles is nat. Eerst bedenken we zelf een aanpak. Alle vuren worden besproken, zodat we ook leren waarom een aanpak níet werkt. Daarna een demonstratie en dan weer zelf proberen. Met alle opgedane kennis over opbouw, takjesdikte, afstand tot het vuur, wanneer zacht blazen, wanneer hard, het geluid van het vuur, lucht in de takjes lukt het beter. Ook als alles zo nat is kan je dus met minimale middelen vuur maken.

    ’s Middags bouwen we een onderkomen van materiaal uit het bos. Ik bouw een halve A-hut, niet meer dan een windscherm. Een lange draagbalk met stokken ertegenaan, bekleed met 30 cm humus. Pas als het donker is ben ik klaar. En kletsnat van de regen en de natte bladeren. Ik merk hoe lastig het is dat ik mijn zaklantaarn niet bij me heb en dat het heel erg lastig is dat ik hem ook niet kan vinden. Ik strompel met mijn slaapspullen in het donkere bos tweehonderd meter van mijn oude slaapplaats naar mijn A-hut. Gelukkig kan ik mij daar onbekommerd mijn kletsnatte katoenen onderbroek ontdoen. Trek nooit katoenen ondergoed aan als het nat kan worden. Het is erg koud.

    Ik zie de nacht niet echt met vertrouwen tegemoet maar weer slaap ik heerlijk en ook nu is het een feest om de ogen op te slaan. Deze ochtend hangt een dikke nevel tussen de stammen. Het is vochtig, windstil en niet koud. Wel heel stil. Prachtig.

    We gaan wandelen, zeil mee, touw mee. We moeten in steeds kortere tijd een onderkomen opspannen : 7 minuten, 5 minuten, 3 minuten en dan bespreken we of de zaak goed staat, juist ligt, of er geen dode takken boven hangen, die kunnen afbreken. Ik krijg zowaar handigheid in knopen en meestal lukt het me het zeil redelijk op te hangen. Ondertussen geeft Beke les in materialen om ’s middags vuur mee te maken. We zetten in één minuut een dak op tegen onweer, in één minuut een dak zonder grondpennen en nog één en nog één. Op de terugweg verzamel ik berkebast om het vuur te starten en de dunste takjes die ik kan vinden. Het is een enorm werk om een beker warme chocolademelk te maken. Vuurplaats maken en alle benodigdheden klaar leggen. Goed organiseren hoort erbij. Berkebast schrapen en scheuren en klaarleggen. Beke komt langs en leent me haar vuurijzer, waar je een vonkenregen mee kunt maken, en inderdaad, na ettelijke pogingen vlamt de berkebaststof. Het gaat even hard weer uit voor we een vuur hebben kunnen maken. Uiteindelijk lukt een klein vuurtje. Het is een heel werk het aan te houden, met veel blazen, zacht, vooral niet te hard. Af en toe moet ik heel snel heel dunne takjes halen, heel snel, want het vuur gaat dan uit en dan kan ik het net weer aanblazen, de nieuwe takjes toevoegen, wachten tot ze droog genoeg zijn om vlam te vatten en dan weer nieuwe takjes halen. Tot dan eindelijk stoom uit de billycan komt …! De chocolademelk smaakt heerlijk, ondanks de klonten poeder.

    Mijn leento ´s ochtends in de nevel

    Conclusie

    In november is buiten in Nederland onherbergzaam en hard. Denk je eens met hoeveel moeite de mensen hier duizend, tweeduizend jaar geleden overleefden. Buiten overleven is hard werk, alles kost tijd en moeite, en vereist kennis en organisatie. En goede spullen helpen ook een handje, maar dan moeten ze wel weer passen bij de situatie waarin je zit, en het vergt weer kennis om die goed in te schatten.

    De cursus is van extrasurvival.nl ( klik hier om hun website te openen ), cursus Vuur en bivak. Het is een doe-cursus. Je bent steeds bezig en alles is aanleiding voor bespreking en aanwijzingen. Ik vond de cursus erg goed opgezet. Alleen in voor- en najaar, want dan leer je het meest door de omstandigheden van het seizoen.

  • Het raadsel van de Wadden, door Erskine Childers (DVD)

    Cat: ,

    Het moet eind jaren tachtig zijn geweest dat ik de serie op tv. zag. Jaren later ontdekte ik dat die gebaseerd was op het boek The riddle in the sands en dat dit boek ( één van ) de eerste spionageromans was – in feite gewoon een jongensboek voor oudere jongens, al moet de schrijver Erskine Childers met het boek hebben willen waarschuwen voor oorlogsdreiging van Duitse zijde.

    Elke wadvaarder vindt dit boek zonder twijfel mooi, al blijft dat mogelijk beperkt tot mannen ( jongens …), mìjn vrouw vond het een matig boek. De serie vind ik ook prachtig, maar je moet enige welwillendheid weten op te brengen voor mistscenes waarin je duidelijk de schaduw van de spelers ziet en in de verte een vuurtoren … om nog maar te zwijgen van het eind, dat nog even verder gaat waar het boek al opgehouden is en dat je al naar gelang aard en inborst in woede doet ontsteken of van de bank laat rollen van het lachen.

    Das Rätsel der Sandbank, uitgegeven door ARD video, te bestellen bij Van Stockum.

  • Geldkringloop

    Cat:

    Een man komt aan in een dorp. In het hotel boekt hij een kamer voor één nacht. De eigenaar vraagt hem de vijftig euro vooruit te betalen. Dat doet hij. Hij vraagt of zijn koffer op zijn kamer gebracht kan worden. Vanzelfsprekend. Dan verlaat hij het hotel weer om een eindje te wandelen.

    De hoteleigenaar neemt het briefje van vijftig en snelt ermee naar de garage op de hoek, waar hij zijn auto ophaalt, die uitgedeukt is. Met de vijftig euro gaat de garagehouder meteen naar de bakker. Hij bestelt een paar taarten en wat soesjes voor een groot familiefeest. Hij betaalt vooruit.

    Nu heeft de bakker de vijftig euro. Die wipt binnen bij zijn buren, die werkkleding verkopen. De bakker koopt een mooie, nieuwe bakkersbroek, voor vijftig euro. De eigenaresse van de zaak neemt het geld mee naar de crèche als ze haar dochtertje ophaalt en betaalt meteen voor de hele maand. De crècheleidster loopt met de vijftig euro naar het hotel en rekent een serie lunches af, die het hotel geleverd heeft.

    Het briefje van vijftig euro is na deze rondgang door het dorp weer terug in de kassa van het hotel. Dan komt de reiziger terug van zijn wandeling. Hij heeft een vervelende mededeling : hij is gebeld en moet meteen vertrekken. Hij kan niet blijven slapen.

    Natuurlijk geeft de hotelhouder het vooruitbetaalde bedrag netjes terug. De reiziger steekt het in zijn beurs en verdwijnt ermee uit het dorp.

    Eén briefje van vijftig heeft het mogelijk gemaakt dat een auto is uitgedeukt, dat taarten worden gebakken voor een feest, dat iemand een nieuwe broek kan kopen, dat er oppas is voor een kind en dat er eten en drinken is voor de kindertjes. Allemaal van dezelfde vijftig euro, of eigenlijk van één papiertje, want het enige wat het papiertje gedaan heeft is komen, rondgaan en verdwijnen. Ook al is het papiertje weer weg, alle transacties die ermee gedaan zijn, blijven gewoon geldig.

    Een verhaal uit de Happinezz. Leuk verhaal, maar dit kan alleen in een gesloten systeem. Zodra het geld via een dorpeling buiten het dorp verdwijnt blijft iemand met een schuld zitten die hij niet kan voldoen. En als één schuld kleiner is dan vijftig euro wordt het verhaal ingewikkelder.