Blog

  • Outdoor Swimming Society

    Cat:

    Engelsen. Je kunt natuurlijk je kleren uittrekken en gaan zwemmen, maar het is veel leuker om daar een vereniging voor te maken en sjieker om er een societeit van te maken. De Outdoor Swimming Society dus. Deze heeft een prachtige website ( klik hier om naar de website te gaan ), mooi vormgegeven, prachtige fotoos, tips over prachtige plekjes en verhalen over het zwemmen op prachtige plekjes. Een soort zwemwandeltochten. En er is een boek, ook erg mooi, en erg duur.

    Afbeelding van de website van de outdoor swimming society

    Een paar handige tips voor zwemmen in koud water :

    – Gewoon doen. Een groot deel van het wennen is geestelijk. Weet dat het moment van onderdompeling koud is en omarm het toch.

    – Adem uit als je het water ingaat. Het koude water doet je borstkas samentrekken. Als je dan al uitgeademt hebt vloeit de volgende ademtocht gewoon naar binnen en voel je geen benauwdheid.

    – Geef jezelf 90 seconden om te wennen en je prettig te voelen. Na anderhalve minuut is je lichaam klaar met aanpassen en werkt je circulatie weer.

    – Neem een doel om naartoe te zwemmen. Spring niet gewoon in het water en denk dan hoe dat voelt. Dat voelt koud en onplezierig. Dat kan je voorkomen als je je gedachten op een doel richt.

    – Zwem langs de oever, dan kan je jezelf redden. Als je open water opzwemt en je te veel warmte verliest sluit je lichaam de warmtetoevoer naar je benen en armen af, worden die zwakker en verdrink je troosteloos.

    – Het kost OSS-leden ongeveer 3 jaar om een gehard winterzwemmer te worden. Begin je zwemloopbaan in de zomer en ga gewoon door in de herfst en daarna in de winter.

    Oorspronkelijk 21 februari 2011

    Nu een paar keer geprobeerd langer in het water te blijven dan drie keer met het hoofd onder water en dan gauw weer naar de wal en het werkt. Ik kan langer in het water blijven. Het lichaam begint te tintelen op een paar plaatsen ( schouders en benen ) en dan is het alsof het water een goede temperatuur heeft. Wel worden mijn vingers wat koud. Als ik uit het water kom voor ik stijfheid begin te voelen ben ik niet koud of onderkoeld. Ik krijg wel hoofdpijn van het koude water als ik mijn hoofd niet boven water houd. Ik moet een muts op.

    Update 2 april 2011

    Het water is nu zo ver opgewarmd dat ik vijf tot tien minuten kan zwemmen. Het is gewoon lekker.

    Update begin mei 2011

  • Blaming the victim, een hele opluchting

    Cat:

    Nog een verhaal over seksueel misbruik, dit keer buiten de katholieke kerk.

    12 april 2011 : Een meisje van 12 jaar bevalt tijdens een schoolreisje van haar basisschool. Een deel van de reacties is ‘had je dat niet kunnen zien ?’

    Journalisten stellen de vraag bijvoorbeeld aan de directeur van de basisschool. De veronderstelling die erachter zit is ‘ik had het gezien, dus dit was mij niet overkomen’. Zo houd je het kwaad op afstand. Gek genoeg blijft de dader op een afstand. Lange tijd stond niet vast wie dat was. Met deze vraag werd de school verantwoordelijk gemaakt.

    Ook toen duidelijk werd dat de vader van het meisje het kind bij zijn dochter had verwekt, bleef dat op de achtergrond. Ook dat is een manier om het kwaad op afstand te houden. Als je de dader zou veroordelen zou je erkennen dat niemand de dader heeft zien aankomen. Dan kan de dader dus iedereen zijn en kan het mij ook overkomen.

    Het slachtoffer veroordelen ( blaming the victim ) is ook zo’n mechanisme. Het zegt : ‘dit is een unieke zaak, namelijk dat van de slachtoffer’. Daarom kan het mij niet overkomen. Klik hier voor een – verbijsterend – goed voorbeeld.

  • Mark Mieras : Ben ik dat ?

    Cat:

    Mark Mieras, Ben ik dat ? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf.

    Wim gaf met het boek te leen. Mark Mieras is een journalist die zich gespecialiseerd heeft in de hersenen. Het boek geeft de stand van zaken weer op het gebied van het hersenonderzoek in 2007, in een groot aantal korte hoofdstukken. Het mooist vond ik de hoofdstukken over persoonlijkheid en zelfbewustzijn. Het lijkt erop dat het bewustzijn achter de waarneming aanhobbelt – dat kan natuurlijk ook niet anders – en achteraf een verhaaltje verzint voor die ene van alle parallelle waarnemingen. En welke dat is ? En waaròm bestaat dat bewustzijn dan wel ? Waarschijnlijk is, samenhangend met het taalvermogen, ontstaan in dienst van de sociale interactie.

    Hersenen en karakter, persoonlijkheid

    • Hersenonderzoek : ”(…) elk gevoel en gedrag is te verklaren uit de activiteit van hersencentra.” (108)
    • Empathie wordt veroorzaakt door spiegelneuronen : meer dan gemiddeld empatische mensen hebben actievere spiegelneuronen ( Groningen, 2006 ) (108)
    • Een overactieve amandelkern (“beschikt over een centrum dat de emoties van gezichtsuitdrukkingen leest”) veroorzaakt verlegenheid ( Harvard Medical School, 2003). ”Niet alleen de gevoeligheid, maar ook de aard van de amandelkern verschilt van mens tot mens. Bij de ene mens reageert de kern sterker op negatieve gezichtsuitdrukkingen en bij de andere meer bij positieve gezichtsuitdrukkingen.” Verschillen tussen hersenen zorgen ervaar dat mensen dezelfde wereld heel verschillend ervaren. De één ziet mensen om zich heen die worselen met emoties, de ander ziet rationele wezens. De één ziet vrolijkheid en vriendelijkheid, de ander veel neutrale en norse gezichten. En omdat we de wereld verschillend ervaren, reageren we daarop ook anders.” (109)
    • ”Hoe sterker de amandelkern (…) reageerde op een glimlach, hoe extraverter die persoon (…)”. ”Extraverte mensen lijkt het alsof iedereen ze de hele dag toelacht. (…) Verlegen en introverte mensen zien de hele dag vooral angstige en nurkse gezichtsuitdrukkingen (…) Ze voelen zich in gezelschap wat minder op hun gemak.” (109)
    • Ambitie, motivatie en interesse worden gestuurd door activiteit in de beloningscentra in de hersenen, vooral door de dopamine die de beloningscentra in meer of mindere mate opwekken. (110-111)
    • Altruïsme en eerlijkheid hebben een bron in de hersenen, namelijk de dorsalaterale prefontale cortex (DLPFC). Als je goed wilt zijn in liegen heb je ook een prefontaalschors nodig die snel de complexe inschatting kan maken van wat de ander geloofwaardig zal vinden. (110-111)
    • ”Vreemd dat we er in onze sociale interactie impliciet steeds van uitgaan dat alle mensen hetzelfde zijn.” Maar ook dat komt door de hersenen : ”Onze spiegelneuronen projecteren het gedrag van de ander in ons eigen brein. Sociaal gedrag en gezichtsuitdrukkingen van anderen voelen we intuïtief aan door ze in ons (sic) eigen hersenen te beleven. We gebruiken onszelf dus om het gedrag van de ander te begrijpen en kunnen niet anders dan impliciet veronderstellen dat we hetzelfde zijn.” (112)
    • Erfelijkheid bepaalt een deel van de werking van de hersenen en daarmee van karakterverschillen. Omstandigheden tijdens de zwangerschap zijn ook van invloed, alcohol en roken bijvoorbeeld, maar ook voedselgebrek. (112-113)
    • Maar je kunt je eigenschappen beïnvloeden : Ben je verlegen en ga je op een toneelvereniging dan ontwikkelt je brein zich in een andere richting. De amandelkern blijft als hij is, maar andere hersendelen kunnen zich ermee gaan bemoeien en zo je persoonlijkheid een beetje veranderen. (115)

    En wie ben ik ? Over zelfbewustzijn

    • Volgens de Portugese arts Damasio zetelt het zelfbewustzijn in het bovenste deel van de hersenstam, de pons. Dat is het regelcentrum van de hersenen. De hersenstam regelt het hele lichaam. Zelfbewustzijn is lichaamsbewustzijn. De hersenen laten je iets doen en je neemt het gevolg waar met je lichaam. (273-275)
    • Maar zelfbewustzijn is meer : plannen, herinneringen, angst, genot. Zelfbewustzijn zit ook in de prefontaalschors en de gyrus cingularis. Sommige zoogdieren hebben bewustzijn van de wereld om zich heen, maar geen zelfbewustzijn. Alleen mens en mensaap hebben het bewustzijn van bewustzijn, ze weten wie de waarnemer is. (276)
    • Zelfreflectie begint rond 18 maanden. Apen hebben een zelfbewustzijn vergelijkbaar met deze leeftijd. (277)
    • Slapen en ontwaken. De reticulaire formatie in de hersenstam stuurt het slapen. (279)
    • Tijdens de slaap werken de hersenen door, maar anders dan in waaktoestand : er zijn geen verbanden meer tussen de hersengebieden. Het lijkt op “de babytijd toen de dwarsverbindingen nog ontbraken ( … ) Zonder die dwarsverbindingen is er geen bewustzijn mogelijk. Bewustzijn vraagt om overzicht en samenhang.” (280)
    • Droomtheorie : ”( … ) de theorie dat een droom een reconstructie is van de gebeurtenissen en ervaringen tijdens de nacht. Een reconstructie die de hersenen achteraf maken, bij het ontwaken. Als we wakker worden verbinden de eilandjes in de hersenen zich weer tot één geheel en vloeit de fragmentarisch opgeslagen ervaring van de nacht samen. Het zelfbewustzijn keert terug en treft een allegaartje van losse ervaringen aan. De frontaalkwab verzint een verhaal om de elementen aan elkaar te knopen : dat is de droom.” En waarom zouden de hersenen dat dan wel doen ? Volgens Mieras omdat de hersenen de hele dag door niets anders doen. Het zelfbewustzijn is de hersenen die ervaringen tot verhalen scheppen. Achteraf. Je kunt meten dat de zelfreflectie in de hersenen aan en uit springt. Ervaren is een activiteit die het zelfbewustzijn uitsluit. (281)
    • Je verliest je in kijken, luisteren, voelen. Achteraf breit het zelfbewustzijn de ervaringen aan elkaar. (282)
    • Je eigen ogen in de spiegel kijken je onbewegelijk aan. Ze verspringen niet. Andere ogen wel. De hersenen knippen de momenten van verspringen uit je waarneming, zodat je de sprongen niet steeds merkt. In de spiegel staan jouw ogen daarom stil. Maar die synchronisatie heb je niet met anderen. Hun ogen verspringen steeds. (283)
    • Susan Blackmore : ”De hersencentra doen hun werk: ze reageren op beelden, geluiden, op prikkels uit het lichaam, ze groeperen zichzelf in ensembles die in ritmische patronen met hun prikkels andere ensembles beïnvloeden. Gescheiden daarvan houdt de frontale schors een logboek bij van de prikkels die passeren. Sommige prikkels belanden in het logboek, de meeste niet. en op het moment dat de hersenen de aandacht op zichzelf richten, schrijft de frontale schors aan de hand van het logboek een soort scheepsjournaal waarin die rommelige feiten worden verwerkt tot een samenhangend verhaal. Dat verhaal is ons zelfbewustzijn.” (286)
    • Ervaringen dringen zich op aan het bewustzijn. Het bewustzijn is de verzameling dominante prikkels. (287)
    • ”Niet alle zônes in de hersenen zijn even succesvol in het bereiken van het bewustzijn. Sommige gebieden van de schors slagen daar zelfs nooit in.” Bijvoorbeeld het gebied dat ons in staat stelt obstakels te omzeilen. Die onbewuste vormen van waarnemen noemen we intuïtie. (288)
    • Het zelfbewustzijn ligt dicht bij het taalcentrum van Broca. Onderzoekers veronderstellen een sterk verband tussen taal en zelfbewustzijn. (289)

    Zelfbewustzijn hebben we voor anderen ?

    • Veel soorten activiteiten kunnen we zonder bewustzijn uitvoeren. Gedachtenloos rijd je in de auto : goh, ben ik hier al ? De weg vinden kan op de automatische piloot, beslissingen nemen gaat beter zonder eindeloos redeneren ( onderzoek van Ab Dijksterhuis ). Een naam terugvinden in je geheugen gaat beter als je er even niet bewust aan denkt. Problemen oplossen gaat goed in bad of tijdens een wandeling. (297)
    • Onderzoekers geloven dat het bewustzijn een rol speelt bij het plannen van complexe en onbekende activiteiten. (299)
    • Het bewustzijn houdt zich bezig met het dominante hersenproces. Het volgt wat uit de zintuiglijke waarneming van de rest van de hersenen opborrelt als het meest alarmerende. (299)
    • ”Waar de actie is, daar is het bewustzijn.” (300)
    • Susan Blackmore ( Consciousness, an introduction Meditation and mindfullness ; Buddhism and consciousness ) vindt dat het bewustzijn geen rol speelt in de hersenen. Ze ziet overeenkomsten tussen opvatting van het menselijke bewustzijn in het boedisme en in de wetenschap. (300)
    • Het zelf en de vrije wil zijn illusies. Mensen hebben wel zelfgevoel en gevoel van vrije wil, maar ervaringen komen anders tot stand dan wij denken. Het zelfbewustzijn is met kleine vertraging getuige van de beslissingen en handelingen van de hersenen. (300-301)
    • Daniel Dennet : De hersenen scheppen een verhaal omdat de mens als sociaal wezen zo’n verhaal nodig heeft om samen te leven en te werken. We hebben ons zelfbewustzijn niet voor onszelf maar voor de ander. (302)
    • ”Wij zijn de hoofdpersoon in het verhaal dat de hersenen aan onze sociale omgeving willen vertellen over ons leven.” (303)
    • De hersenen vullen voortdurend onvolledige informatie aan tot een compleet verhaal. Ze constueren beelden, vullen hiaten daarin, verzinnen details, of herinneringen, als dat past. Van gebeurtenissen, van andere mensen, van het zelf. Je bent de hoofdpersoon in je eigen roman. (304)
    • Waarom zijn mensen zo dol op verhalen, literatuur, films ? “Wie leest wordt het verhaal. De schrijver neemt bezit van de gevoelens en de zintuigen van de lezer.” (305)
    • OED : Dus : geweldsfilms, reclame en computergames hebben in elk geval wel het effect dat de toeschouwer of deelnemer voor de duur ervan gevoelens en ervaringen hebben. De vraag blijft of na afloop iets in de hersenen veranderd is. Het lijkt mij van wel, misschien pas na herhaalde blootstelling.
  • Coretraining en mediteren

    Cat:

    Mediteren gaat wel zo gemakkelijk als je stevige rompspieren hebt. Regelmatig opzitten, opdrukken, je rug hol trekken als je op je buik ligt en al die andere oefeningen maakt rechtopzitten gemakkelijker. Ook tijdens vergaderingen, kerkdiensten en begrafenissen vind ik het soms prettig rechtop te zitten. Je hebt meer houdingen tot je beschikking en je ademt veel ruimer.

  • Bivakzak mét zeiltje

    Cat:

    Vertrek om kwart voor negen ’s avonds naar het recreatiegebied. Besteed veel tijd aan het vinden van een goede plek. Zet voor de eerste keer mijn zeiltje op ( zie ook ‘Bivakzak zonder zeiltje‘ ). Hoewel het niet regent verwacht ik wel spetters. Die komen op den duur ook. Heb er veel nut van dat ik de mastworp geoefend heb. Kan hem nu op de tast. Zeiltje komt lekker strak te staan.

    In de bivakzak kruipen is een fijn gevoel. Lig ik net, komt op de parkeerplaats 200m recht tegenover mij een auto met boem-boem-boem-muziek te staan. In tegenstelling tot de vorige keer dat ik overnachtte, van zaterdag op zondag, hoor ik deze nacht voortdurend verkeer.

    Tarp met bivakzak

    Het wakker worden is een feest. Eerst de ochtendschemering, met af en toe een fluiteend ( klinken als plastikken badeendjes ). Later lig ik bij blauw ochtendlicht te kijken en te doezelen. Ik kijk uit op een els vol in bloei, met van die lange stuifmeelkatjes. Ik heb geen zin om op te staan.

    Als later een enorme groep hardlopers eindelijk weg is ga ik het water in. Het is vreselijk koud, maar ik loop automatisch door en glijd in schoolslag het water in. Kleed me gauw aan en breek op.

  • Hardlopen op blote voeten minder belastend

    Cat:

    “Rennen op hardloopschoenen zorgt voor meer stress op het knie-, heup- en enkelgewricht dan hardlopen op blote voeten. Dat concluderen Casey Kerrigan van JKM Technologies en collega´s van verschillende Amerikaanse universiteiten in PM&R: The Journal of Injury, Function and Rehabilitation.” Citaat van de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

    Zie ook mijn eigen ervaringen met hardlopen op blote voeten : klik hier.

  • Frank Ankersmit : Voorspellen kan wél

    Cat:

    Een mooi artikel in Trouw. We zijn op weg God te worden en één met het heelal.

    – De geschiedenis van de mens is niet de geschiedenis van personen, staten en volken, maar de geschiedenis van de natuur ( de aarde ), want die is miljoenen jaren oud. De mens is daarentegen slechts een heel recent verschijnsel : “Deze nieuwe vorm van geschiedschrijving heet ’wereldgeschiedenis’; en het idee is hier inderdaad dat je de menselijke geschiedenis vooral moet zien als een onderdeel van de geschiedenis van de natuur.”

    – “Wereldgeschiedenis vertelt ons niet alleen een verhaal over het verleden dat we nooit hoorden, ook onze toekomst krijgt er andere, en vooral veel helderder contouren door.”

    – “Hegel ent de menselijke geschiedenis op die van de natuur. En hij doet dat door de geschiedenis van de mens te laten evolueren tot geschiedenis van de natuur. De mens wordt in de natuur opgenomen en daarmee zelf natuur, om zo te zeggen.”

    “Hegels sleutelbegrip hier is ’bewustwording’. Het unieke van de mens is dat hij zich bewust is van de wereld buiten hemzelf.

    – “Maar, zo gaat Hegel verder, het is eigen aan bewustwording dat het leiden moet tot een versmelting met datgene waar het bewustwording van is. Noem datgene waarvan we ons bewust worden B, en onszelf A. Zolang wij – A dus – nog niet geheel met B versmolten zijn, moet B onvermijdelijk nog iets hebben wat voor ons vreemd en onherkenbaar is. Pas wanneer A en B – mens en universum – geheel met elkaar versmolten zijn, pas dán kan sprake zijn van een volledige zelfbewustwording van het universum in, en door de mens. Anders gezegd : het aangeboren streven tot bewustwording van het universum leidt tot een identificatie ermee. Door die opdracht van bewustwording wórdt de mens uiteindelijk het universum. En dan heeft hij aan de natuur, aan het universum, ook de dimensie van het zelfinzicht toegevoegd. Want dat bezat de natuur zelf niet. Dat is volgens Hegel de welhaast goddelijke bestemming van de mensheid.”

    – “En nu zijn we waar Hegel ons hebben wil. Bewustwording van de natuur ging hier over in een identificatie of eenwording met de natuur. Immers, het bewustzijn kan hier klaarblijkelijk met de wetten van de natuur en die naar zijn hand zetten. De oversteek van bewustwording naar waar het bewustwording van is, werd hier dan gemaakt. De mens is hier natuur geworden. Maar hij heeft aan de natuur wel zijn meest uitzonderlijke eigenschap – namelijk het vermogen tot bewustwording – toegevoegd; dat is zijn unieke bijdrage. Het lot van de natuur is nu ook dat van de mens: de mens participeert in de oneindigheid van het universum. Aldus komt een huwelijk tot stand tussen mens en natuur, waarin de natuur haar eeuwigheid inbrengt en de mens de dimensie van het zelfbewustzijn. Er valt zeker veel voor te zeggen dit ’God’ te noemen. Zij het dat God hier dan niet staat aan de aanvang der dingen maar pas aan het einde daarvan. God is hier niet onze oorsprong, maar onze bestemming.
    En God is hier niet de ander, maar wijzelf in ons toekomstig verbond met de natuur.”

  • Karmic Voyager

    Cat:

    Oregon, niet de staat die hoort bij bruine jongens en meiden met zongeblond haar, azuurblauwe golven en blinkende stranden. Oregon is groen, het strand is grijs en ligt vol drijfhout. Maar Oregon heeft oregon surf girl. Tegen “evangelism, last week, traffic, spiders, facebook, runny yolks,” en helaas ook pure chocolade, en voor “listening to rain fall”, “playing guitar in a driftwood shack, somewhere on the beach in Oregon” en nog wat zaken. Klik hier voor de website “karmicvoyager”

    Screen shotvan de blogsite van Karmic Voyager

  • De almachtige God is ook maar een bedenksel

    Cat:

    André Droogers, Trouw, 24 november 2010
    André Droogers is emeritus hoogleraar culturele antropologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

    Arie Kuiper schreef in Letter & Geest ( Trouw, 20 november ): ’Sonja is doodgemarteld. God bestaat niet’. Waar komt het idee vandaan dat God almachtig is? En hoe ontstaat de paradox ?

    Macht dringt onvermijdelijk in godsdiensten binnen omdat mensen behoefte hebben aan een hogere instantie, een God. Die moet antwoord geven op de zware levensvragen: over goed en kwaad, leven en dood, geluk en tegenslag. Zo’n God overstijgt menselijke vermogens en dat is precies de bedoeling. De overweldigende natuur biedt daarvoor de beelden. Dus laat God als schepper de jasmijn bloeien. Zolang het over de jasmijn gaat, stemt dat tevreden. Maar o wee als de aarde gaat beven en de vulkaan uitbarst.

    Naast de natuur is de samenleving een bron voor het godsbeeld. Om de overmacht van God te benoemen, hebben mensen geen ander voorbeeld ter beschikking dan menselijke machtsvormen. Dus krijgt God kenmerken van aardse machthebbers: koning, heer, vader. Dat wordt nog versterkt doordat macht ook in de organisatie van de religie een rol speelt. Godsdienstige machthebbers dienen mede als voorbeeld voor Gods macht, ook al omdat zij die zeggen te vertegenwoordigen. Net als de godsdienstige institutie straft en beloont God, overleeft hij de gelovige, is exclusief, vraagt offers en stuurt.

    Het machtsrepertoire laat God bestaan zoals macht bestaat, met alle ongelukkige gevolgen van dien. Want met de aan God toegeschreven posities komen verwachtingen mee. God wordt geacht die aardse machthebbers zelfs in macht te overtreffen. Nog meer dan de aardse beschermers biedt hij gunsten en bescherming, tot in het wonderbaarlijke. Als machthebber wordt hij aangesproken op zijn verantwoordelijkheden.

    Wanneer dan hardhandig blijkt dat God niet in staat is om ellende te voorkomen, komen de bittere verwijten. Zoals over Sonja die doodgemarteld is. Of de Haïtiaanse slachtoffers. Gelovigen zoeken uitwegen om de machtige God in stand te houden: ’God stelt mensen op de proef’. Eigenlijk is het probleem al ingebouwd zodra gelovigen het godsbeeld doordrenken met aardse machtsbeelden. Zij voelen intuïtief wel dat ze met iets uitzonderlijks te maken hebben, maar ze blijven gevangenen van hun verbeelding en kunnen over het hemelse alleen aards stamelen. Als dat in steen gebeiteld wordt, gaat er iets goed mis.

    Maar het sterkste argument is dat religies oorspronkelijk buiten de gevestigde macht ontstaan, en dus in eerste instantie niet besmet zijn door het machtsrepertoire. Wereldreligies zijn in de marge van de samenleving opgekomen, in de woestijn bijvoorbeeld, en in reactie op de verbasterde machtsreligie van het centrum. Boeddha verliet dat machtscentrum vrijwillig, Mozes en Mohammed vluchtten, en Jezus werd door de elite gedood. In aanleg wordt dus juist niet in machtstermen gedacht en wil men er zich tegen verzetten. Niet toevallig wordt God eerder voorgesteld als kwetsbaar en vernederd, machteloos en lijdend, meer zoals de vervolgde volgelingen van de nieuwe beweging.

    Een ander repertoire dan dat van het machtige godsbeeld heeft dus veel oudere papieren. Zo begint religie in het stamelende en aftastende spel van de prille zingeving, zonder de zekerheden van de macht. Dit zingevingspel leeft van de onzekerheid. Vaste beelden worden vermeden. Leegte en stilte zijn belangrijke noties. Men weet uit ervaring dat God zich niet laat vangen in menselijke beelden.

    Zo kan God kwetsbaar en beeldvrij worden gedacht, ontdaan van alle etiketten die aan machtspolitiek ontleend waren. Er vallen dus ook geen verwijten. Het oorspronkelijke spel van de zingeving is in ere hersteld, ernstig, zoals elk spel, maar speels. Zolang dat ernstige spel duurt, gebeurt God. Dat verklaart uiteindelijk Kuipers paradox ’God bestaat niet en houdt van mij’.

  • Bivakzak zonder zeiltje

    Cat:

    … is niet verstandig.

    November, zaterdagavond 8 uur. Met mijn bivakzak, slaapzak, matje en wat spulletjes in mijn rugzak ga ik op pad naar het recreatieterrein, pal naast de wijk waar ik woon. De stad is in rust, iedereen zit voor de tv. De lucht is helder. Het is koud. Na de laastste huizen wordt het nog stiller. De stilte en het donker maken me alert.

    Het is maar 2, 3 kilometer lopen. Ik zoek een plek tegen bosjes, van de wind af. Ik hoop er wat beschutting van te hebben als het gaat regenen. Volgens buienradar.nl is dat om drie uur ’s nachts. In het donker worstel ik met zeiltje, slaapmat en bivakzak. Gelukkig heb ik de slaapzak thuis in de bivakzak geknoopt. De drukknopen zijn in het licht al niet goed te plaatsen.

    Het ligt lekker. Zelfs zonder kleren bij een redelijke kou is het nog lekker warm. Toch is de andere omgeving zo spannend dat ik niet goed in slaap kan vallen. Aan de overkant van het water rijdt af en toe een auto. Iets verderop is een homo-ontmoetingsplaats, vandaar. Eén van de keren dat ik wakker ben schijnen koplampen langduren recht op mij. Ik ben ervan overtuigd dat ik tweehonderd meter verderop een onzichtbaar hoopje groen ben in een bundel licht die het nachtzicht van de bestuurder verknoeit, maar toch.

    Uitzicht vanuit de bivakzak

    Omstreeks drie uur begint het te miezeren. Ik probeer om het gat voor mijn hoofd zo te leggen dat er geen regen op mijn gezicht valt. Dat lukt wel, maar dan moet ik stil in één houding blijven liggen, en dat lukt maar kort. Zo komt er weinig van slapen tot ik zo slaperig ben dat het lijf zich niets meer aantrekt van een pijnlijke houding en spatjes water.

    Als ik om acht uur wakker wordt weet ik zeker dat boven een bivakzak een zeiltje hoort. En eronder hoort geen. Het zeiltje waar ik op lig heeft keurig een plas water verzameld.

  • God vinden dichtbij

    Cat: ,

    Sommige mensen maken lange reizen om God te ontmoeten, in de woestijn of op een woest eiland. Maar als God overal is moet het in de stad ook lukken, de moderne woestijn. En ja, dat gaat eigenlijk best.

    In een hoek van onze tuin hebben de vorige eigenaars een rond laten straten. Nu is de begroeiing zo groot dat het omgeven is door vier meter hoge bamboestengels, een hulst en een jeneverbes. Het is een heerlijk beschutte kamer. Daar mediteer ik, dat wil zeggen, ik zit op een meditatiekruk, ’s ochtends vroeg, na zessen. ’s Zomers is het al licht, maar nog fris. Een merel scharrelt door de bladeren. In de herfst schemert het. Om mij heen vallen druppels van de bladeren, of het miezert. Soms waait het. Langzaam trekt de kou het lijf in. ’s Winters heb ik wel in de sneeuw gezeten, met het gedempte geluid, het weerkaatste stadslicht.

    Tot mijn geluk woon ik vlakbij het recreatiegebied van de stad. ’s Zondagsochtends heel vroeg zijn er nog bijna geen auto’s. Het suizen van die ene die passeert hindert niet. Het gras is nat, het is nog koud, er hangen slierten mist op het water of er hangt één dikke mist, óf het is helder en de zon komt op boven de bomen in de verte, aan de overkant van het water.

    Of anders ’s avonds, als het schemert en de recreanten weg zijn, als de vissen grazen langs het strand, hun rugvinnen boven water, en een lepelaar zijn maaltijd uit het water zeeft.

    De waddeneilanden zijn onze eigen wildernis, ook een mooie plaats om God te vinden. Op Schiermonnikoog en Ameland vanaf de boot rechtdoor naar het strand, dan rechtsaf en doorlopen zover als je kan. Daar worden de duinen lager en het strand leger en ben je alleen met de eeuwige wind en de even eeuwig aanrollende golven. Geldt ook voor Terschelling, maar dan is rechtsaf wel een heel eind lopen. Linksaf is wel zo snel. Op Vlieland moet je na de boot juist linksaf, maar dan heb je op den duur ook een echte woestijn tot je beschikking. Alleen in de weekeinden, door de week straaljagers.

    Over meditatie heb ik eens gelezen dat het niet de weg is náár de verlichting ( het ging over boedisme ) maar dat de meditatie de verlichting ís. Niet het doel doet ertoe, maar de weg erheen. Zo is het niet de plek die je God doet ontmoeten, maar je aandacht, de ruimte die je zelf schept. Die ruimte kan je natuurlijk prima scheppen door een week vrij te nemen en op reis te gaan, waar alles nieuw is daarom je aandacht heeft, maar misschien is 365 keer een kwartier aandacht oefenen in je tuin ook het overwegen waard.

  • Nothing personal

    Cat:

    Een film. Anne gaat zwerven. Rugzak op, slapen in een fel blauw tentje, eten uit vuilnisbakken. Ze komt terecht in Ierland. Op zoek naar eten sluipt ze een afgelegen huis binnen als ze de bewoner heeft zien wegvaren. Later spreken ze af : eten voor werk. Er ontstaat toenadering. Het gaat mooi, tot de man aan het eind van de film sterft.

    Het eind van de film begrijp ik niet : Anne kruipt naakt in bed bij het lijk, ze begraaft het in zee en verlaat het huis, met de creditkaart van de man.

    2009 ; regisseur : Urzula Antoniak ; acteurs : Lotte Verbeek, Stephen Rea.