Blog

  • Dafne Schippers

    Cat:
    Dafne Schippers ligt op apagapen na haar 800 m race

    Dafne Schippers wint op de wereldkampioenschappen athletiek een bronzen medaille op het onderdeel meerkamp ( zevenkamp ), de zevende Nederlandse medaille ooit op zo’n kampioenschap en de eerste ooit op de zevenkamp. Ze is wereldtop op de sprintnummers, maar haar prestaties op sommige onderdelen vielen tegen. Voor het het laatste nummer, de 800 meter, stond ze derde en mocht ze ruim 3 seconden verliezen op nummer vier. Maar, als sprinter is haar 800 m niet haar sterkste nummer. Het persoonlijk record van de nummer vier was veel, veel sneller dan dat van Dafne Schippers.

    Die 800 met was een grootse demonstratie van geestkracht. Dafne verbeterde haar persoonlijk record met zeven seconden ( !!! ) en liep zich volledig leeg, zonder te verslappen tot op de streep. Vijf meter na de streep lag ze op de grond en was lange tijd niet in staat om op te staan. Maar ze behield haar derde plaats en won haar medaille.

    Dat haar lichaam in staat was tot deze prestatie op dat moment is volens mij voor een belangrijk deel een zaak van geestkracht. Om die kracht bewonder ik haar. Ik volg Dafne Schippers sinds ik jaren geleden een filmpje zag in een jeugdprogramma, waarin ze als zestienjarige – ze is nu 21 – stellig beweerde dat ze zich richtte op de Olympische Spelen van 2016. Hoe kan je als zestienjarige een doel stellen dat tien jaar voor je ligt en twee dagen duurt. Ze zit dus op schema. Ze heeft de geest van een winnaar. Nu het lichaam nog drie jaar heel houden.

  • Dirtkings, Gendringen

    Cat:
    Modder, uitholling overdwars
    Dit is zwaar !

    Een mooie dag voor een obstacle course, misschien te mooi, in een uithoek van het land dit keer. Misschien is dat de reden van de samenvoeging van de startgroepen, waarover ik een paar dagen voor de race ineens een mail kreeg. Ik was niet blij dat ik ineens een stuk eerder zou starten dan gepland.

    Een keurig partycentrum, schoongeboend aan de binnenkant en de buitenkant, keurige perkjes ook, diende dit keer als inschrijfruimte en kleedruimte, tafels aan de kant, schotjes eromheen, klaar. De garderobe waren rijtjes tafel, alles ademde een geringe opkomst.

    Gelukkig was het geluid herkenbaar : hard en bonkend. Deze organisatie had, ludiek, een man in een theateruniform gestoken. I kben omgekeerd bevattelijk voor die grappen. Slaan is niet mijn ding, ik heb de neiging te vluchten.

    Nog gelukkiger werd ik van het parkour, al moet ik eerst nog even gal spuwen over twee zaken. Was is de toegevoegde waarde van sproeiers en zaagsel bij de start. Je ondergaat het gelaten … maar het is niet grappig, het is afgezaagd … ja, ik weet het, geen humor … Een regelrechte fout was, wat mij betreft, de hindernis van de muren meteen na de start. De hele startgroep is dan nog bij elkaar, waardoor een enorme opstopping ontstaat. Eén of twee kilometer verderop heb je daar geen last meer van.

    Creatieve hindernis, over een landbouwaanhanger
    Creatief met landbouwmaterieel

    Het was een mooi parcours met een paar inventieve, nieuwe hindernissen, zoals de rij auto’s en een landbouwvoertuig ( waar ik een paar mensen naar heb zien uitglijden, dat weer wel ).  Voor het eerst ook kennisgemaakt met een kruipdoorhindernis waarin hamers heen en weer slingerden.

    Een aantal hindernissen was geleend van de mudmasters, aan het logo te zien. Ik hoorde mensen mopperen op weideafschijdingen die gepaseerde moesten worden, maar, hé, het is een hindernisbaan !

    De ultieme test was echter de crossbaan, waar het parcours ruim gebruik van maakte. Met zijn rulle zand en bulten een eindeloos vermoeiende opgaaf. En de lange afstand mocht twee keer – de lange afstand was gewoon het parcours twee keer, wat het mogelijk maakte de ervarig van de eerste ronde de tweede ronde toe te passen.

    Kortom, mooi parcours, goed weer en een fijne dag. ’s Avonds merkte ik dat mijn huid niet bruin was van de zon, maar van een heel fijn stof, wat er nauwelijks af te boenen was.

  • Eten voor een mudrun

    Cat: ,

    Op de site van de Stong Viking obstacle run stonden nuttige tips voor de voeding. Aan de tip de dag van tevoren veel koolhydraten te eten heb ik mij niet gehouden. Ik kreeg ander eten voorgeschoteld.

    De volgende ochtend heb ik ontbeten met drie plakken brood met gewoon boter. Onderweg in de auto heb ik af en toe een paar slokken gedronken, een banaan gegeten en een mueslireep. Een uur voor de start heb ik nog een mueslireep gegeten. Dat was alles. Het was genoeg voor de hele race.

    Tijdens de race, die tenslotte maar 2,5 uur duurde, heb ik tijd genomen om te drinken, niet veel, maar ik wilde het ook niet afraffelen en te weinig drinken. Het was tenslotte behoorlijk warm.

    Het flesje AA dat we na afloop kregen viel er goed in. Ervan afgezien dat ik sinds een paar jaar geen alcohol meer verdraag en bier maar matig vond, op z’n hoogst, waarom is het hoogtepunt na de prestatie het drinken van een plastic glas bier ? Voor mij zijn het gescheiden werelden.

  • Rust

    Cat:

    Twee dagen geleden was de Stong Viking obstacle course, gisteren heb ik gemountainbiked en ‘geklommen’, vandaag heb ik de training, die ik gewoonlijk op maandag doe, laten vallen. Ik vond dat het lichaam rust nodig had.

    Het verbaasde mij dat ik gisteren geen spierpijn had of andere lichamelijke verschijnselen. Ik was ook niet erg moe. Maar vandaag gaat alles wat langzamer dan gewoonlijke en ben ik erg bij dat mezelf heb toegestaan dat ik niets moet. Ergens merk ik toch vermoeidheid, vooral aan mijn zin in snoepen en eten in het algemeen.

    • Spierpijn is best, maar als die langer dan een dag duurt heb je te zwaar getraind. De stoere sporter uithangen die trots is op de grenzen die hij overscheidt is dom, onnodig en wellicht slaafs volgen van trainer of schema. Een slaaf is niet stoer. Topsporters gaan niet over hun grenzen maar voelen goed wat ze aankunnen en duwen zich tot die grens. Waar je wel trots op mag zijn is, dat je je geest in de hand hebt, die je bed zo lekker vindt en zo heerlijk aan de social media hangt, waardoor je je training mist – en al die andere hindernissen die je hoofd opwerpt.
    • Het lichaam moet wennen aan bewegingen, pezen en banden meer dan spieren, dus licht beginnen, maar steeds uitdagen.
    • Elke sport gaat gepaard met specifieke bewegingen. Getraind zijn in één sport wil niet zeggen dat je zonder training fanatiek een andere sport kunt doen. Sterker, je algemene conditie kan zo goed zijn dat je relatief onderbelaste lichaamsdelen naar verhouding te veel belast als je opeens een andere sport gaat doen. S. vertelt daarover van roeiers die als ze niet konden roeien gingen hardlopen, wat moeiteloos ging door hun goede conditie, maar hun wel blessures opleverde.
    • Vermoeidheid betekent oppassen, ook de niet sport-gerelateerde vermoeidheid. Je kunt best een keer trainen als je je aan het begin al moe voelt, maar als je dat herhaald doet vergroot je de vermoeidheid en doe je een aanslag op je lichaam.
    • Een vermoeid lichaam kan samengaan met een verminderde coördinatie en een grotere kans op blesserende bewegingen. Herhaalde minder goede bewegingspatronen kunnen leiden tot blessures. Sport je vaak door je vermoeidheid heen dan leer je je lichaam de vermoeide bewegingspatronen aan in plaats van de goede.
    • Ik heb zelf regelmatig gemerkt dat een paar dagen rust het plezier in de training en het prestatievermogen goed doet.
    • Ouderen herstellen langzamer en rusten dus langer.
    • Je leest veel over supercompensatie n verband met rust. Supercompensatie is de aanmaak van spieren. Dan gaat het vooral om kracht. Voor het ontwikkelen van kracht is supercompensatie belangrijk, maar sporten is meer dan spieren kweken. Het gaat bijvoorbeeld ook om duurvermogen, om coördinatie ( techniek ), spelinzicht.
    • Wees gerust, ook met vaak herhaalde bewegingen ontwikkel je spieren. Je wordt geen Schwartzeneggert, maar wat heb je daaraan als je een hindernisbaan wilt bedwingen. Moet je al die spieren meeslepen. Je zinkt in de eerste de beste sloot.
    • Je kunt best elke dag trainen, maar let op je lichaam, weet hoe je je voelt en handel daarnaar. Sla trainingen over als dat nodig is, maak trainingen lichter als dat nodig is, doe een ander soort training.

     

     

  • Mountain biken voor het eerst

    Cat:

    Voor het eerst van mijn leven op de ATB gefietst – vroeger de crossfiets, zoals de lange man die voorop reed zei : hier droomden wij van als jongetjes, maar toen hadden wij gewoon onze fietsjes en een baantje op een toekomstige bouwplaats, zolang het duurde. Het was supergaaf.

    Aan het begin de regels uitgelegd gekregen

    • naar beneden = op je zadel zitten
    • afblijven van de linkerrem (voor)
    • op tijd terugschakelen als je omhoog moet
    • afstand houden

    Die eerste twee waren moeilijk. Ik heb kilometers gestunteld met de versnelling, ik deed het steeds verkeerd om, zwaarder omhoog, lichter naar beneden. Ik heb het zelfs voor elkaar gekregen om de ketting eraf te schakelen !

    Ik heb steeds bewust de hand van de linkerrem gehouden, maar toen voor mij iemand in een bocht in het rulle zand strandde en viel stond mijn fiets vertikaal. Had ik in een reflex toch in die rem geknepen.

    Het was vast een licht parcours, ruim een kilometer of tien, met wat op en neer en vooral heel veel hard tussen bomen en bosjes door fietsen. Omhoog is ook wel leuk, maar neer ligt mij niet zo. Vooral meer en vaker !

  • Strong Viking Wijchen

    Cat:
    Springschans in het water vlakbij de finish

    Weer een grens verlegd, of eigenlijk twee. Ten eerste 20 km hardgelopen, hoewel ik daar wel een klein kanttekeningetje bij zet, want zo hard ging het niet. Vandaag vond de Strong Vikingrun plaats rond en in een recreatiplas bij Nijmegen. Weer zo’n obstacle course. Ik houd niet van al dat Engels, maar obstacle course dekt de lading beter dan hindernisbaan. 20 km dus, met balkjes over een sloot, een touwbrug, schotten om overheen te klimmen ( 1,5 m, 2 m, 2,5 m), touwen om in te klimmen ( ging perfect ), netten om onderdoor te tijgeren ( stonden onder stroom ; marteling sla ik over ), water om doorheen te lopen ( 200 m gaat zeer doen aan de benen ). Het vreselijkst was een heuvel waar het parcours overheen ging. Dat lukte mij niet hardlopend. Met hardloopbeweging  ging ik net zo hard als wandelend. Het stuk na de berg was gewoon een paar km. hardlopen en dat was na vijftien km en de berg ook erg zwaar. Een heleboel mensen wandelden daar. Die passeerde ik dan wel hardlopend, maar ik ging misschien 2, 3 km harder dan zij. Daarna kwam een stuk met veel water om over te zwemmen en dat was heerlijk.

    Op het eind lag in de plas een springschans van 5, 6 m. hoog waar je vanaf moest springen. Iets dergelijks had ik niet meer gedaan sinds ik op de basisschool van de 3 m duikplank ben afgesprongen zonder daar veel plezier aan te beleven. Ik vind het nog steeds op z’n best niet prettig. De hoogte viel me mee, maar het water schoot met een noodgang mijn neus binnen, rechtstreeks mijn schedelholtes in. Bah.

    Tijd : ongeveer 2 uur 20. Snelste tijd : 1 uur 35 min !!!

    Het was fantastisch weer. Zonnig, boven de 20 graden. Leuke sfeer. Meest irritant : het opgefokte bombombom-lawaai + geblèr van mannetjes met microfoons dat de organisaties van dit soort bijeenkomsten onontbeerlijk vinden.

  • Regain

    Cat:

    Stel je kruipt over een touw ( catcrawl ) en je rolt eraf. Dat is vermoeiend. Hangen is vermoeiend. Op het touw kan je uitrusten. Dus is het handig als je weer op het touw kunt komen. Deze video legt het erg goed uit.

    Vanochtend is het mij voor de eerste keer gelukt, ik was erg tevreden, maar het was ook erg pijnlijk en het was erg zwaar. Het argument, dat op het touw minder vermoeiend is dan onder het touw zal wel kloppen, maar laat het vooral betekenen dat je op het touw moet blijven als je daar eenmaal bent. Als je terug op het touw geklommen bent heb je ook wel een tijdje rust nodig om bij te komen van de beweging. Ik tenminste wel.

    Het gaat zo, ik beschrijf de handelingen voor een rechtshandige persoon zoals ik :

    1. Je hangt onder het touw.
    2. Pak het touw zo vast dat beide handen ‘open’ zijn naar links ( ze zijn natuurlijk dicht, anders hang je daar niet ). De linkerhand is het verst van je voeten.
    3. Maak jezelf lang.
    4. Wip je bovenlijft zo omhoog, dat het touw onder je linkeroksel komt. Als dit gedaan is hang je dus op je oksel en aan een been.
    5. Steek je linkerbeen ver uit naar links.
    6. Strek je rechterarm naar rechts en beweeg deze met een grote boog over je hoofd naar schuin linksvoor aan de andere kant van het touw. Je lichaam rolt dan mee.
    7. Grijp op tijd het touw met je rechterhand om je te stabiliseren.

    Het is cruciaal dat je het linkerbeen van het touw af gestrekt houdt. Dat het mij een aantal keer niet lukte kwam omdat ik het been toch steeds weer introk. Verder kost het mij veel kracht om mijn oksel op het touw te krijgen. Het doet ontzettend zeer en veroorzaakt schaafwonden, waardoor is de beweging vooralsnog maar twee keer achter elkaar kan doen.

  • Slagbaltournooi

    Cat:

    Een paar jaar geleden, toen mijn dochters op de basisschool zaten, ben ik lid geworden van de slagbalcommissie, die elk jaar voor de basisscholen een slagbaltoernooi organiseert – alleen voor de meiden. De jongens moeten voetballen. Dat wil zeggen, we hebben besloten dat dit jaar vier jongens per team mee mogen spelen. We zijn met z’n zessen, vier leraren, één sportambtenaar van de gemeente, en ik, buitenstaander bij het onderwijs en de sport.

    Het is geweldig. Een leuke groep mensen en opgewonden kinderen.

    Het is mooi om het natuurlijk atletisch vermogen van sommige kinderen te zien. Ik vraag me altijd af of dat nu de topsporters van morgen zijn, maar alleen goed en effectief bewegen is niet voldoende. Marije Elferink-Gemser heeft onderzoek gedaan naar het herkennen van sporttalent. Natuurlijk moet bewegingstalent aandacht krijgen, wat nog te weinig gebeurt, maar waar het om gaat is zelfregulatie , zelf leren en voelen wat goed voor je is en daarnaar handelen. Dat is niet per sé wat de trainer je voorhoudt of wat de schema’s zeggen. Volgens haar zijn de topsporters van morgen de jongetjes die voor en na de voetbaltraining lekker gaan voetballen.

  • ’s Avonds laat

    Cat:

    Pas om half tien was ik in de gelegenheid om te hardlopen. Alle andere hardlopers waren al weer thuis. Het was heerlijk rustig. Nog steeds warm, maar met een lekker windje.

    Vandaag liep ik drie minuten hard, in een goed tempo, en dan wandelde ik twee minuten, dat 10 keer.

    Alleen al om het buiten zijn met dit weer was de training geslaagd. Iets harder lopen is ook heerlijk en volgens Klaas Lok moet het ook goed zijn voor het uithoudingsvermogen.

  • Eerste duurtraining

    Cat:

    Het doel was vandaag 10 keer 3 minuten rustig hard te lopen met pauzes van 2 minuten. Die verhouding heb ik uit Het duurloopmisverstand  van Klaas Lok, waarover ik eerder schreef. Een belachelijk verhouding voor mijn gevoel. Maar ook met deze verhouding was tien keer nog teveel voor mijn lichaam. De ziekte is er blijkbaar nog niet uit. Ik haalde acht keer. Op zich liep het wel lekker, tegen het eind steeds minder natuurlijk, maar dat ik de tien niet haalde  stelde me teleur. Het lichtpuntje is, dat het begin er weer is.

  • Vroege training

    Cat:

    Om vijf uur was ik al wakker ! In slaap komen lukte niet meer, wat doe je dan ? Sporten. De zon scheen al en de stad was nog rustig. Van alles met touwen geoefend en goed mijn best gedaan om steeds even rust te nemen, maar desondanks waren mijn krachten heel snel op.

    Ronduit teleurstellend waren mijn pogingen om te ‘regainen’, terug te komen op het touw in catcrawlpositie, nadat je erafgevallen bent. Of als je geen zin meer hebt in de apehang. De Royal Marines hebben een onnavolgbaar ingewikkelde manier, boven een bak water, maar op internet kwam ik deze video tegen ( ReActive Vision ). Ook het riviertje is vriendelijker. Het lijkt zo gemakkelijk maar ik kon het touw niet onder mijn oksel werken. Ik hoop dat ik de techniek niet goed had ; lastig dat ik mijn laptop niet bij me had. De krachten ebden weg met alleen maar hangen en zelfs dat ging op het eind niet meer. Zielig  zitten uithijgen onder het touw was mijn deel.

    Gelukkig was er nog even tijd en gelegenheid om te zwemmen. Het water was een stuk warmer dan gisteren. De eerste minuut prikte de kou in mijn handpalmen en verstijfde mijn nek, maar, het is altijd een wonder, na een minuut merk je dat je lichaam went. Niet dat het water warm gaat voelen, maar ik plonsde genoeglijk rond en wilde er eigenlijk niet uit.

  • Tweede training na ziekte

    Cat:

    Meteen de volgende dag na de eerste training na ziekte weer een training is geen goed idee. Ik was niet vooruit te branden. Ik begon in te lopen en warming-up te doen en ik voelde meteen al dat het lijf leeg was. 200 m dribbelen was al een opgaaf waar ik tegenop zag. Of was dit vooral een geestelijke blokkade en had ik door moeten gaan ?

    Ik heb met beperkt tot langdurig inlopen en warming-uppen. Het was mooi weer, de zon scheen, de bladeren waren mooi lichtgroen van het uitbotten en het fluitekruid bloeide. Al met al heb ik toch fijn getraind ben ik toch lekker buiten geweest.