’s Ochtends eerst het bovenlichaam getraind met touwklimmen, hangen, optrekken, paalklimmen. Daarna een tijdje loopscholing gedaan met diverse vormen van skipping, trapspringen en rustige sprints. Toen kwam ik nog een muur tegen en een klimrek en een picknicktafel, waar ik leuke dingen mee kon doen. Met een voldaan gevoel kwam ik thuis.
’s Avonds zou ik nog even een stukje hardlopen, maar dat was te veel van het goede. Ik had het kunnen weten. Mijn hakken waren stijf van ’s ochtends, het lopen was stijf en pijnlijk. Het ging niet over na de eerste tweehonderd, driehonderd meter. Dus maar weer naar huis.
Op 3 juni 2013 heb ik geschreven over de regain, de beweging van hangen aan een touw naar liggen op een touw . Op internet vond ik twee filmpjes, één van een survivalist en één van de Britse mariniers. De survivalmanier lukte op den duur ten koste van pijn en blauwe plekken in de oksel ( ik ben niet ’s werelds grootste gymnast ). Die van de mariniers is helemaal een onnavolgbaar wonder van techniek en vast ook van kracht.
Ik heb er nu zelf één bedacht – ik ben vast niet de eerste – met in het achterhoofd de beweging waarmee je bij de EHBO met gemak zware mensen van de rug in de stabiele zijligging draait door aan een opgetrokken knie te trekken.
De truuk :
Je hangt aan een touw en je gaat rechtsom naar liggen op het touw ( ik ben rechts, als je links bent doe je het tegengesteld ).
Je rechterbeen moet vrij zijn om te bewegen.
Breng je kruis naar het touw. Je bovenlichaam hoef je niet naar het touw te trekken.
Strek je rechterbeen over het touw uit naar links. Hierdoor kantelt je heup naast het touw.
Als je het been zo ver mogelijk strekt en het naar de grond beweegt rolt je heup al bijna op het touw.
Trek je bovenlichaam naar het touw en beweeg je rechterbeen naar de grond. Je lichaam begint op het touw te rollen.
Volgens mij helpt het als je je hoofd zo laat mogelijk omhoog brengt. Als je het te vroeg doet maak je je rug bol. Dat bemoeilijkt het rollen. Op de video doe ik het typisch niet, misschien doet het er niet toe.
Naar mijn mening is een trainingsdagboek vooral handig om bij calamiteiten terug te gaan. Je geheugen is onbetrouwbaarder hoe langer een gebeurtenis geleden is, zeker als het niet gaat om zeg een gebroken been maar om langzame ontwikkelingen. Je vorderingen weet je uit je hoofd wel ongeveer. Bovendien doe je er steeds een schepje bovenop. Daar heb je geen dagboek voor nodig.
Hierbij het dagboek dat ik vandaag gemaakt heb, gebaseerd op een paar dagboeken die ik op internet vond.
Maandag Harde wind en regen en een heel klein trainingsgroepje vandaag, Marcel en ik. Veel gelopen, vijf keer de helling van het treinviaduct op en tussendoor wat we maar tegenkwamen : dippen op banken, opdrukken kan altijd, taluds onder viaducten, lekker droog en als je ze maar vaak genoeg neemt wordt het vanzelf een helling, optrekken aan voetbaldoelen.
Donderdag De volledige reeks fysiotherapieoefeningen plus 80 kettlebellswings (12 kg) en een aantal extra gewichtheffingen.
Vrijdag Koorts en spierpijn.
Zondag Een beetje rustig aan, alleen de fysiotherapieoefeningen.
Er zit vooral heel veel suiker in, heel slecht dus, maar ook behoorlijk noten, dat scheelt weer, en meel. Heel veel energie dus, kort en lang, en door de geconfijte sinasappelschil en de sukade ( ook een citrusschil ) is het ontzettend lekker. Ideaal om tijdens een koude, vermoeidende, lange wandeling naar uit te kijken en mee op kracht te komen. Je kunt kleine stukjes nemen, dat is genoeg, het heeft een lange nasmaak. Het is makkelijk te maken. Het venijn zit in afwas. Je blijft zitten met een kom taaie, harde stukken opgdroogde suiker met meel. Panforte is lang houdbaar. In theorie. Het is te lekker.
De ingrediënten
250 g. bloem
200 g. honing
250 g. witte basterd
400 g. noten ( amandelen en hazelnoten )
100 g. gekonfijte sinaasappelschil
100 g. sukade
1 el. kaneelpoeder
2 tl. geraspte nootmuskaat
De bereiding
Verwarm de oven voor tot 150 graden.
Beboter een taartvorm vna 24 cm. met boter.
Knip bakpapier zodat je de bakvorm ermee kunt bedekken.
Op laag vuur de suiker in de honing oplossen. Indien nodig 2 el. water toevoegen.
Naar aanleiding van een gesprek met de fysiotherapeut over pijn.
Luisteren naar je lichaam suggereert dat het lichaam duidelijke taal spreekt, maar dat jij niet luistert en dat daardoor je lichamelijke problemen zijn. Het kan natuurlijk zijn dat je lichaam al tijden protesteert tegen jouw heldhaftig doorzetten, maar al te vaak krijg je de raad naar je lijf te luisteren als het kwaad al geschied is : je had beter naar je lichaam moeten luisteren. Het is één van de uitingsvormen van de redenering die de spreker immuun moet maken voor het leed van de ander. Mij zal het niet overkomen, want ik luister naar mijn lichaam. Maar luisteren naar het lichaam is één, begrijpen wat het zegt is iets anders.
Het lichaam spreekt in spierspanning, hartslag, zweten, ademhaling, moeite, ongemak en pijn. Een gebroken been is makkelijk ( hoewel, er zijn mensen die een breuk niet opmerkten en konden doorlopen ), een gescheurde achillespees ook. Een verhoogde hartslag is al lastiger. Je hem elke dag bijhouden om er iets aan te hebben. Is hij dan langere tijd hoger dan normaal – en wat is normaal ? – waar ligt dat dan aan ? Ruzie met de buren ? Geluidsoverlast door werkzaamheden ? Slechte prestaties van een kind op school ? Te veel tv kijken en te laat op bed ? Of toch te hard getraind ?
Niet elke pijn is reden om in te grijpen. Niet elke pijn is even pijnlijk. Pijnen op verschillende plekken kunnen verschillen in ernst. Een pijn op een bekende blessureplek kan alarmerend zijn. Sommige pijnen gaan na een tijdje vanzelf weer weg. Sommige pijnen gaan na een tijdje vanzelf weer weg, maar komen dan ineens dubbel zo erg terug. Dat zijn de pijen waarvan je omgeving zegt : je was toch gewaarschuwd ?
Kortom : met alleen luisteren naar je lichaam kom je er niet. Je moet verstaan. Verstaan is interpreteren en interpreteren is het gevoel verbinden met kennis. Algemene kennis over het lichaam en specifieke kennis over jouw lichaam. Algemene kennis kan je opdoen in boeken en tijdschriften en natuurlijk bij doktoren. En bij je medesporters, hoewel hun kennis erg anekdotisch kan zijn – alleen geldend voor hun lichaam of voor dat van hun nichtje ‘die dat ook had, of net iets anders’.
Eindelijk ben ik eens op tijd voor de uitverkoop. Ik heb dringend nieuwe schoenen nodig. Ik sport meer dan ooit en ruiger, vooral voor touwklimmen zijn hardloopschoenen niet gemaakt, de bovenkant slijt enorm snel. En ook van een paar mudruns gaan ze snel achteruit.
Loopschoenen zijn niet voor touwklimmen
Ik heb een paar Nike Ready gekocht speciaal voor de survivalruntrainingen die we gaan doen voor de run van maart volgend jaar. Voor de bootcamptrainingen heb ik op proef een paar schoenen gekocht met een flexibeler voorvoet, Asics Gel-Attract 2. Volgens de verkoper kan je voet daarin natuurlijker bewegen. De hak is nog wel hoog. De afstanden zijn niet zo groot, met veel onderbrekingen voor de oefeningen, zodat de voeten weer bij kunnen komen en langzaam kunnen wennen.
Survivalrunschoenen, maar zonder profielBootcampschoenen
Voor de duurtrainingen gebruik ik gewone hardloopschoenen, Brooks Glycerin 10 Medium.
Loopschoenen
Update 15 februari
De Asics Gel-Attract 2 schoenen hebben een te wijde hak. Ik heb er voor 6 euro een extra oog in laten zetten.
In een gesprek tijdens mijn behandeling raadde fysiotherapeut Herman Hessels mij het boek Elementaire trainingsleer van Tjaart Kloosterboer aan. Herman had het boek tijdens zijn opleiding moeten bestuderen.
Tjaart Kloosterboer is lange tijd schaatstrainer op nationaal niveau geweest ( en heel lang geleden één jaar lang mijn gymleraar ).
Het boek geeft een bundeling van kennis en ervaring van docenten trainingsleer aan het CIOS in Heerenveen ( Henk Gemser, Foppe de Haan en Henk Heising, ook niet onbekend ). Het is echt een basisboek. De inhoud :
Het begrip training
Trainingswetten
Energieleverantie
Uithoudingsvermogen : leer en methoden
Snelheid : leer en methoden
Kracht : leer en methoden
Lenigheid : leer en methoden
Coördinatie en techniek
Planning en periodisering
Het boek is van 1996, dus al wat ouder. In die tijd heeft de ontwikkeling van de sport niet stilgestaan en zal de trainingsleer ook wel veranderd zijn, maar de hoofdlijn die dit boek beschrijft zal evengoed nog overeind staan.
Elementaire trainingsleer en methoden, Tjaart Kloosterboer, 1996, isbn 9789060765692.
Ik ben nooit zo’n fanatieke sporter geweest als nu. Eigenlijk houd ik niet van moe worden en al helemaal niet van lekker doodgaan en overgeven van uitputting. Maar nu sport ik tenminste drie keer per week en soms 6 van de 7 dagen – 1 dag rust.
In 2004 hield ik op met volleybal en begon ik met hardlopen, volgens een schema. Daarvoor had ik het ook wel enkele keren geprobeerd, maar bij gebrek aan beginnersschema’s begon ik meteen aan lange afstanden – pijnlijk en demotiverend – om daar al gauw weer mee op te houden.
In 2004 deed ik voor het eerst mee aan een achtste triathlon. Ik vind duursport al heel snel saai, de afwisseling van drie disciplines en de korte duur sprak mij wel aan. En ik houd van water.
Tot 2007 deed ik mee aan een aantal triathlons, tot die enkelblessure ontstond. Daarna volgde fysiotherapie en een bezoek aan een sportarts, die me doorverwees naar een speciale schoenwinkel, die me, na een loopanalyse schoenen verkocht voor zware mensen. Maar het hielp niets.
Ik bleef zwemmen en fietsen en ik ging kleine stukjes lopen afgewisseld met resistance-oefeningen, het soort oefeningen dat ik nu in een bootcampgroep doe. Regelmatig voer ik een eind in de kajak. Het was in elk geval afwisselend.
Toen de enkelklachten begonnen te verdwijnen ben ik langzaam en voorzichtig weer hardloopduur op gaan bouwen. Tegelijkertijd kreeg ik krachtoefeningen en stabiliteitsoefeningen van de fysiotherapeut. Ik bleef mijn bootcamprondjes doen in het plaatselijke recreatiegebied. Af en toe voegde ik water toe aan mijn route. Ik vond het leuk om te weten dat water je niet hoeft tegen te houden.
In mei probeerde ik een survivalruntraining bij de plaatselijke vereniging, het leek me prachtig om daaraan mee te kunnen doen, maar ik bakte er helaas niets van, geen kracht in het bovenlichaam, geen coördinatie, geen talent. De beginnersgroep trainde jammer genoeg op onmogelijke tijd.
Maar in september 2012 was er de eerste Mudmasters, in de Haarlemmermeer., ook geschikt voor onbegaafde survivalrunners. Het sloot aan bij mijn rondjes, ik kon weer lang genoeg hardlopen, al twijfelde ik nog over de afstand. Het was prachtig, hindernissen met veel water.
Toen ik die 12 km had afgelegd durfde ik ook wel mee te doen aan een veldloop aan één stuk over 9 km, begin 2013. Nooit zover gelopen, maar dat kon ik ook. Tegelijkertijd sloot ik me aan bij twee bootcampgroepen, die ineens bleken te zijn opgericht, en die ik tijdens mijn rondjes in het recreatiegebied had zien trainen.
Na de mudmasters heb ik meegedaan met nog een paar mudruns, allemaal even prachtig, de langste 17 km, weer een mijlpaal.
Na de vakantie ben ik doorgegaan bij de bij de meest relaxte groep, eerst twee keer per week. Nu , begin 2014, train ik zo mogelijk alle dagen, behalve zondag. Mijn doel is algemene conditie en meedoen aan obstacle courses. Misschien doe ik te zijnertijd weer mee aan een achtste triathlon en, wie weet, aan survivalruns.
Deze website ben ik begonnen in oktober 2013. Sommige stukjes dateren van daarvoor. Die had ik al eerder geschreven.
Sinds de eerste Mudmasters in de Haarlemmermeer heb ik een weerzin tegen hindernissen met electriciteit. Wat moeten die toch op zo’n parkours?
Mijn weerzin komt vooral doordat blootstelling van mensen aan electriciteit sinds de afschaffing van de electroshocktherapie bij mijn weten alleen wordt gebruikt om te martelen. Nu kan je sport in het algemeen en obstacle courses / mudruns in het bijzonder bizar en belachelijk vinden en een marteling op zich, maar voor alle obstakels behalve die electrische kan je trainen, zodat de marteling een makkie wordt en een bron van vreugde : dit is gelukt, dit kan ik.
Een boom kan je nog eens inklimmen, je kunt burpees doen om kracht te ontwikkelen, je kunt gaan hardlopen, van alles, maar electriciteit ? Je kunt een schrikdraad gaan opzoeken en dat een paar minuten vasthouden, maar je zult nooit beter tegen electriciteit kunnen. Het voltage verhogen zal ook niet werken. Er is geen vaardigheid die je kunt trainen om beter tegen electriciteit te kunnen. Je kunt jezelf niet beter isoleren, je kunt je zweten niet uitzetten om slechter te geleiden.
Kortom, wat mij betreft : schappen. En tot dat moment loop ik er gewoon omheen.